JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:19401Laag28/100

Asielaanvraag Turkse Gülen-aanhanger gedeeltelijk afgewezen

ECLI:NL:RBDHA:2026:19401, Rechtbank Den Haag, 09-07-2026, NL25.38595

Rechtbank Den HaagUitspraak: 9 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.38595
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Asielaanvraag
Turkije
Vluchtelingenstatus
Couppoging 2016

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Eiser heeft zijn vrees vanwege zijn Gülenactiviteiten en de betrokkenheid van zijn familieleden bij de Gülenbeweging niet aannemelijk gemaakt. De minister heeft eiser ook geen verblijfsvergunning hoeven toekennen op grond dat eiser de dienstplicht heeft geweigerd. Verder slaagt eisers beroep op artikel 8 EVRM niet.

Kern van de zaak

Een Turkse man (geboren 1999) heeft asiel aangevraagd in Nederland vanwege zijn banden met de Gülenbeweging. Zijn familieleden zijn na de couppoging van 2016 strafrechtelijk vervolgd of opgeroepen. Hij vreest bij terugkeer ook zelf opgepakt te worden.

Beslissing van de rechter

De rechtbank behandelt het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag door de minister. De minister had alle asielmotieven geloofwaardig geacht, maar oordeelde dat eiser desondanks geen vluchteling is en geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije. De uitspraak lijkt het standpunt van de minister te volgen, hoewel de tekst onvolledig is en de definitieve beslissing niet volledig zichtbaar is.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele asielzaak van de Rechtbank Den Haag zonder bijzondere precedentwerking; de uitkomst volgt bestaande jurisprudentie over Gülen-gerelateerde asielzaken en heeft geen bredere rechtsontwikkelende betekenis.

Belangrijkste punten

  • 1Alle drie asielmotieven (identiteit/nationaliteit, Gülenactiviteiten, militaire dienstplicht) worden door de minister geloofwaardig geacht
  • 2Desondanks concludeert de minister dat eiser niet als vluchteling kwalificeert ex Vluchtelingenverdrag
  • 3Familieleden zijn wel vervolgd na de couppoging 2016, maar persoonlijke vervolging van eiser zelf wordt niet aannemelijk geacht
  • 4Weigering militaire dienst is op zichzelf onvoldoende voor vluchtelingenstatus
  • 5Eiser stelt tijdens gevangenisbezoek aan zijn zus vernederd en beledigd te zijn door bewakers, wat mogelijk als mishandeling kwalificeert

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat geloofwaardigheid van asielmotieven niet automatisch leidt tot erkenning als vluchteling; er dient ook een individueel en reëel risico op vervolging of ernstige schade aangetoond te worden. De uitkomst is echter onzeker omdat de beslissingstekst onvolledig is aangeleverd.

Praktische impact

Voor de eiser betekent de afwijzing dat hij Turkije niet ontvlucht als erkend vluchteling en mogelijk moet terugkeren, ondanks dat zijn familieleden aantoonbaar problemen hebben ondervonden vanwege Gülen-banden.

Onderwerp-impact

De zaak is relevant voor Turkse asielzoekers met Gülen-gerelateerde achtergronden: louter familierelaties of jeugdige betrokkenheid bij Gülenactiviteiten zijn onvoldoende voor vluchtelingenstatus zonder concreet persoonlijk risico.

Samenvatting

Een Turkse man, geboren in 1999, heeft in Nederland asiel aangevraagd op basis van zijn banden met de Gülenbeweging. Hij had als kind bijlessen gevolgd op dershanes (Gülen-gerelateerde studiebureaus), verbleven in Gülen-huisvesting en sohbets (bijeenkomsten) bijgewoond. Na de mislukte couppoging van 2016 werden twee zussen van hem strafrechtelijk vervolgd wegens hun activiteiten voor de Gülenbeweging, en zijn vader en zwager werden opgeroepen om te verschijnen. Eiser vreest bij terugkeer naar Turkije zelf te worden opgepakt vanwege zijn vroegere betrokkenheid. De minister heeft alle drie de aangevoerde asielmotieven — identiteit en nationaliteit, deelname aan Gülenactiviteiten en militaire dienstplicht — als geloofwaardig aangemerkt. Toch heeft de minister de asielaanvraag afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat eiser door de Turkse autoriteiten als Gülenist zal worden beschouwd en individueel vervolgd dreigt te worden. De minister stelt ook dat dienstweigering op zichzelf onvoldoende grond is voor vluchtelingenstatus. Tijdens de procedure voerde eiser aan dat hij bij een bezoek aan zijn gedetineerde zus door gevangenisbewakers vernederd en beledigd was, wat hij als mishandeling kwalificeert. Dit persoonlijke incident is een aanknopingspunt voor zijn betoog dat hij bij terugkeer reëel gevaar loopt, maar de minister achtte dit onvoldoende overtuigend. De rechtbank behandelt het beroep van eiser tegen het afwijzende besluit. Op basis van de beschikbare — zij het onvolledige — tekst lijkt de rechtbank de redenering van de minister te volgen: geloofwaardigheid van de motieven impliceert niet automatisch vluchtelingenstatus. De zaak illustreert de strikte toets die wordt gehanteerd bij Gülen-gerelateerde asielzaken: ook wanneer familieleden aantoonbaar zijn vervolgd, dient de asielzoeker een concreet en individueel risico aannemelijk te maken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen