ECLI:NL:RBAMS:2026:9309, Rechtbank Amsterdam, 16-09-2026, C/13/779124 / HA ZA 25-1730
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiser stelt dat zij met gedaagde een overeenkomst heeft gesloten voor de duur van vijf jaar en dat gedaagde deze overeenkomst niet rechtsgeldig tussentijds heeft opgezegd. Zij vordert daarom het maandelijkse honorarium over de resterende contractsduur. Gedaagde betwist dat zij zich voor een periode van vijf jaar heeft verbonden. Zij beroept zich daarbij op een bepaling in de tussen partijen gesloten overeenkomst (een letter of intent), waarin is opgenomen dat deze niet bindend is. De rechtbank oordeelt dat gedaagde zich onder de gegeven omstandigheden niet meer op deze bepaling kan beroepen. Daarbij is van belang dat partijen gedurende vijftien maanden feitelijk hebben samengewerkt en uitvoering hebben gegeven aan de in de LoI neergelegde afspraken, terwijl de Consultancy Agreement, die partijen binnen een maand met elkaar zouden afsluiten, er nooit meer is gekomen. Desondanks heeft gedaagde wel de in de LoI overeengekomen ‘signing fee’ betaald, die uitdrukkelijk aan de te sluiten Consultancy Agreement was gekoppeld. Gelet op deze omstandigheden hebben partijen zich over en weer zodanig gedragen dat zij redelijkerwijs mochten aannemen dat tussen hen een bindende rechtsverhouding werd uitgevoerd, ook zonder dat de voorziene Consultancy Agreement tot stand was gekomen. De rechtbank begroot de schade op een bedrag gelijk aan twaalfmaal het maandelijkse honorarium.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.