JurispRadar
ECLI:NL:RBAMS:2026:3734Laag9/100

ECLI:NL:RBAMS:2026:3734, Rechtbank Amsterdam, 15-04-2026, C/13/639718 / HA ZA 17-1255

Rechtbank AmsterdamUitspraak: 15 april 2026Publicatie: 15 april 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:C/13/639718 / HA ZA 17-1255

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Mededingingsrecht. Vrachtwagenkartel. Vervolg op het tussenvonnis van 28 februari 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:1119, ‘tweede stelplichtvonnis’). De rechtbank verwerpt het beroep van de Truckfabrikanten op verjaring naar Nederlands recht. Onder verwijzing naar het arrest van het HvJEU in de zaak Heureka/Google, overweegt de rechtbank dat de relatieve verjaringstermijn niet eerder is aangevangen dan met de publicatie van de samenvatting van het Besluit van de Europese Commissie op 7 april 2017. De dagvaarding dateert van 13 juli 2017. De rechtbank volgt de Truckfabrikanten niet in hun standpunt dat CDC (of de Achterliggende partijen) al voor 7 april 2017 over de informatie beschikte die nodig is om een schadevordering in te stellen. Met betrekking tot de absolute verjaring overweegt de rechtbank dat uit de Kartelschaderichtlijn en artikel 6:193s BW volgt dat de rechtsvordering tot vergoeding van schade door een inbreuk op het mededingingsrecht verjaart door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de inbreuk is stopgezet. In dit geval heeft de Commissie het einde van de Inbreuk bepaald op 18 januari 2011. Dat betekent dat van absolute verjaring geen sprake is. In dit vonnis moet worden beslist over de vraag of er sprake is van een overchargepercentage. Partijen hebben daartoe regressieanalyses van deskundigen in het geding gebracht. De rechtbank neemt voor het bepalen van het overchargepercentage de regressieanalyse van de deskundigen van CDC als uitgangspunt. De rechtbank stelt het overchargepercentage vast op 7%. Met betrekking tot de na-ijlperiode (effectieve einddatum van het Kartel) sluit de rechtbank aan bij de door de deskundigen van CDC vastgestelde periode. De rechtbank bepaalt dat de na-ijlperiode (de periode dat het Kartel nog effect heeft gehad na de door de Commissie vastgestelde datum van 18 januari 2011) is geëindigd op 30 mei 2013. CDC stelt ook schade te hebben geleden doordat er afspraken waren gemaakt over de invoering van nieuwe emissietechnologieën waardoor vrachtwagens die aan de nieuwste (Europese) normen voldeden pas later op de markt kwamen. De rechtbank oordeelt dat deze emissieschade wegens onvoldoende onderbouwing niet toewijsbaar is. Voor de begroting van de schade moet ook nog de volume of commerce worden vastgesteld. De rechtbank bepaalt de uitgangspunten aan de hand waarvan dat kan worden vastgesteld. Partijen kunnen daarmee zelf een lijst opstellen met vrachtwagentransacties die voor schadevergoeding in aanmerking komen. Ook de value of commerce moet nog worden vastgesteld. Ook daarvoor bepaalt de rechtbank de uitgangspunten. De rechtbank oordeelt dat de door de afnemers daadwerkelijke betaalde koopprijs en de door CDC berekende leasetermijnen het vertrekpunt zijn voor de berekening van de value of commerce. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor uitlating door partijen over het vervolg van de procedure met betrekking tot de volgende beslispunten: de vaststelling van het volume of commerce en de value of commerce, en het doorberekeningsverweer van de Truckfabrikanten.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken