Hoge Raad: extra klachten blokkeren proceskostenvergoeding WOZ niet
ECLI:NL:HR:2026:946, Hoge Raad, 03-07-2026, 25/00362
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; gevolgen vergoeding griffierecht en proceskostenvergoeding; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:1823
Kern van de zaak
Een belastingplichtige klaagde in hoger beroep over schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ én over de vastgestelde WOZ-waarde. Het Hof weigerde een volledige proceskostenvergoeding toe te kennen omdat de belanghebbende meerdere klachten had ingediend en niet uitsluitend klaagde over de wetsschending.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het middel gegrond en vernietigt de uitspraken van Hof en Rechtbank voor zover het de proceskostenbeslissing betreft. Doorslaggevend is dat het voeren van aanvullende klachten naast de gegronde klacht over artikel 40 lid 2 Wet WOZ geen reden is om een proceskostenvergoeding achterwege te laten of te beperken.
Impactscore
HoogHet betreft een arrest van de Hoge Raad dat een duidelijke rechtsregel stelt over de proceskostenvergoeding in WOZ-zaken met meerdere klachtgronden; de impact is aanzienlijk gezien de grote hoeveelheid WOZ-procedures in Nederland, maar de regel is eerder verduidelijkend dan fundamenteel vernieuwend.
Belangrijkste punten
- 1Het indienen van meerdere klachten naast een gegronde WOZ-klacht staat toekenning van een proceskostenvergoeding niet in de weg.
- 2Een reeds toegekende vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn volstaat niet automatisch als vervanging voor de reguliere proceskostenvergoeding.
- 3Toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan leiden tot een hogere vergoeding wanneer ook de gegronde klacht over art. 40 lid 2 Wet WOZ wordt meegewogen.
- 4De uitspraken van Hof en Rechtbank worden vernietigd, maar uitsluitend voor zover het de proceskostenbeslissing betreft.
- 5De heffingsambtenaar moet ook het voor de Rechtbankprocedure betaalde griffierecht vergoeden.
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad verduidelijkt dat het gelijktijdig aanvoeren van meerdere gronden in een WOZ-procedure de aanspraak op proceskostenvergoeding bij een gegronde klacht niet aantast, en dat een termijnoverschrijdingsvergoeding geen substituut is voor de reguliere proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Praktische impact
Belastingplichtigen die naast een formele klacht over art. 40 lid 2 Wet WOZ ook de WOZ-waarde aanvechten, hebben onverkort recht op een proceskostenvergoeding; heffingsambtenaren kunnen deze vergoeding niet weigeren louter omdat meerdere klachten zijn ingediend.
Onderwerp-impact
Voor WOZ-procedures bevestigt dit arrest dat de proceskostenregeling volledig van toepassing blijft ongeacht het aantal klachtgronden, wat de rechtsbescherming van belastingplichtigen in waarderingsprocedures versterkt.
Samenvatting
In deze zaak had een belastingplichtige in hoger beroep zowel geklaagd over schending van artikel 40 lid 2 van de Wet WOZ — de bepaling die gemeenten verplicht bepaalde gegevens te verstrekken — als over de hoogte van de vastgestelde WOZ-waarde. Het Gerechtshof weigerde een volledige proceskostenvergoeding toe te kennen, kennelijk omdat de belanghebbende niet uitsluitend klaagde over de formele wetsschending maar ook andere gronden aanvoerde. Het Hof had wel een vergoeding toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar meende daarmee te kunnen volstaan. De Hoge Raad casseert dit oordeel. De centrale rechtsregel die de Hoge Raad formuleert, is dat het aanvoeren van meerdere klachten in een WOZ-procedure — naast de gegronde klacht over schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ — geen grond is om een proceskostenvergoeding achterwege te laten. De meervoudigheid van klachten is juridisch irrelevant voor de vraag of recht op vergoeding bestaat. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de vergoeding wegens termijnoverschrijding niet zonder meer in de plaats kan treden van de reguliere proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het is immers mogelijk dat toepassing van het Besluit — met inachtneming van de gegronde klacht over de wetsschending — tot een hogere totale vergoeding leidt. De uitspraken van zowel Hof als Rechtbank worden vernietigd, maar uitsluitend voor zover het de proceskostenbeslissing betreft. De heffingsambtenaar wordt tevens verplicht het griffierecht voor de Rechtbankprocedure te vergoeden. Dit arrest heeft praktische betekenis voor de grote aantallen WOZ-bezwaar- en beroepsprocedures in Nederland. Het bevestigt dat belastingplichtigen die naast formele schendingen ook materiële klachten aanvoeren, hun recht op proceskostenvergoeding behouden.