JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:946Hoog58/100

Hoge Raad: extra klachten blokkeren proceskostenvergoeding WOZ niet

ECLI:NL:HR:2026:946, Hoge Raad, 03-07-2026, 25/00362

Hoge RaadUitspraak: 3 juli 2026Publicatie: 15 juni 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/00362
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Redelijke Termijn
Proceskostenvergoeding
Woz Waarde
Griffierecht
Artikel 40 Wet Woz

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; gevolgen vergoeding griffierecht en proceskostenvergoeding; verwijzing naar ECLI:NL:HR:2025:1823

Kern van de zaak

Een belastingplichtige klaagde in hoger beroep over schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ én over de vastgestelde WOZ-waarde. Het Hof weigerde een volledige proceskostenvergoeding toe te kennen omdat de belanghebbende meerdere klachten had ingediend en niet uitsluitend klaagde over de wetsschending.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het middel gegrond en vernietigt de uitspraken van Hof en Rechtbank voor zover het de proceskostenbeslissing betreft. Doorslaggevend is dat het voeren van aanvullende klachten naast de gegronde klacht over artikel 40 lid 2 Wet WOZ geen reden is om een proceskostenvergoeding achterwege te laten of te beperken.

58van 100

Impactscore

Hoog

Het betreft een arrest van de Hoge Raad dat een duidelijke rechtsregel stelt over de proceskostenvergoeding in WOZ-zaken met meerdere klachtgronden; de impact is aanzienlijk gezien de grote hoeveelheid WOZ-procedures in Nederland, maar de regel is eerder verduidelijkend dan fundamenteel vernieuwend.

Belangrijkste punten

  • 1Het indienen van meerdere klachten naast een gegronde WOZ-klacht staat toekenning van een proceskostenvergoeding niet in de weg.
  • 2Een reeds toegekende vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn volstaat niet automatisch als vervanging voor de reguliere proceskostenvergoeding.
  • 3Toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht kan leiden tot een hogere vergoeding wanneer ook de gegronde klacht over art. 40 lid 2 Wet WOZ wordt meegewogen.
  • 4De uitspraken van Hof en Rechtbank worden vernietigd, maar uitsluitend voor zover het de proceskostenbeslissing betreft.
  • 5De heffingsambtenaar moet ook het voor de Rechtbankprocedure betaalde griffierecht vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad verduidelijkt dat het gelijktijdig aanvoeren van meerdere gronden in een WOZ-procedure de aanspraak op proceskostenvergoeding bij een gegronde klacht niet aantast, en dat een termijnoverschrijdingsvergoeding geen substituut is voor de reguliere proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Praktische impact

Belastingplichtigen die naast een formele klacht over art. 40 lid 2 Wet WOZ ook de WOZ-waarde aanvechten, hebben onverkort recht op een proceskostenvergoeding; heffingsambtenaren kunnen deze vergoeding niet weigeren louter omdat meerdere klachten zijn ingediend.

Onderwerp-impact

Voor WOZ-procedures bevestigt dit arrest dat de proceskostenregeling volledig van toepassing blijft ongeacht het aantal klachtgronden, wat de rechtsbescherming van belastingplichtigen in waarderingsprocedures versterkt.

Samenvatting

In deze zaak had een belastingplichtige in hoger beroep zowel geklaagd over schending van artikel 40 lid 2 van de Wet WOZ — de bepaling die gemeenten verplicht bepaalde gegevens te verstrekken — als over de hoogte van de vastgestelde WOZ-waarde. Het Gerechtshof weigerde een volledige proceskostenvergoeding toe te kennen, kennelijk omdat de belanghebbende niet uitsluitend klaagde over de formele wetsschending maar ook andere gronden aanvoerde. Het Hof had wel een vergoeding toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar meende daarmee te kunnen volstaan. De Hoge Raad casseert dit oordeel. De centrale rechtsregel die de Hoge Raad formuleert, is dat het aanvoeren van meerdere klachten in een WOZ-procedure — naast de gegronde klacht over schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ — geen grond is om een proceskostenvergoeding achterwege te laten. De meervoudigheid van klachten is juridisch irrelevant voor de vraag of recht op vergoeding bestaat. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de vergoeding wegens termijnoverschrijding niet zonder meer in de plaats kan treden van de reguliere proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het is immers mogelijk dat toepassing van het Besluit — met inachtneming van de gegronde klacht over de wetsschending — tot een hogere totale vergoeding leidt. De uitspraken van zowel Hof als Rechtbank worden vernietigd, maar uitsluitend voor zover het de proceskostenbeslissing betreft. De heffingsambtenaar wordt tevens verplicht het griffierecht voor de Rechtbankprocedure te vergoeden. Dit arrest heeft praktische betekenis voor de grote aantallen WOZ-bezwaar- en beroepsprocedures in Nederland. Het bevestigt dat belastingplichtigen die naast formele schendingen ook materiële klachten aanvoeren, hun recht op proceskostenvergoeding behouden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1270Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1270, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03379

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied