Hoge Raad: naheffingsaanslag via MijnOverheid rechtsgeldig bekendgemaakt
ECLI:NL:HR:2026:734, Hoge Raad, 01-05-2026, 24/03962
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanmaningskosten; berichtenbox van MijnOverheid, notificatiefunctie via e-mail; art. 2:14 (oud) Awb, art. 2:17 (oud) Awb, art. 3:41 Awb; art. 2, lid 2, Regeling voorzieningen GDI; art. 1 Kostenwet invordering rijksbelastingen.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige betwistte dat een gemeentelijke naheffingsaanslag rechtsgeldig aan hem was bekendgemaakt via MijnOverheid, omdat hij geen e-mailnotificatie of pushmelding had ontvangen. Hij stelde daardoor niet in gebreke te zijn gesteld en verzette zich tegen de in rekening gebrachte aanmaningskosten.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de naheffingsaanslag op de voorgeschreven wijze via MijnOverheid aan belanghebbende bekend is gemaakt, zodat hij in de gelegenheid was kennis te nemen van de aanslag en daarna terecht in gebreke werd gesteld.
Impactscore
HoogHet betreft een Hoge Raad-arrest dat een praktisch veelvoorkomende kwestie over digitale bekendmaking van belastingaanslagen definitief beslecht en bestaande rechtspraak bevestigt; het stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregel maar heeft brede precedentwerking voor gemeentelijke belastingpraktijk en digitale overheidscommunicatie.
Belangrijkste punten
- 1Aanmaningskosten mogen alleen worden berekend als de belastingschuldige in gebreke is na rechtsgeldige bekendmaking van de aanslag (art. 1 Kostenwet jo. art. 231 lid 1 Gemeentewet).
- 2Een belastingschuldige is pas in gebreke als de aanslag is geformaliseerd én hij in de gelegenheid is geweest daarvan kennis te nemen.
- 3Bekendmaking via MijnOverheid voldoet aan de vereisten van artikelen 3:40 en 3:41 Awb; een afzonderlijke e-mailnotificatie of pushmelding is daarvoor niet vereist.
- 4De bewijslastklacht (dat het bestuursorgaan moet bewijzen dat een e-mailnotificatie is verzonden) wordt verworpen, nu de bekendmaking reeds langs de voorgeschreven weg heeft plaatsgevonden.
- 5De Hoge Raad sluit aan bij eerdere rechtspraak (HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1337) over digitale bekendmaking via de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI).
Impactanalyse
Juridische impact
Het arrest bevestigt dat bekendmaking van belastingaanslagen via MijnOverheid zonder aanvullende e-mailnotificatie rechtsgel dig is onder de Awb, en dat de bewijslast voor het niet-ontvangen van een dergelijke melding niet automatisch op het bestuursorgaan rust. Dit consolideert de lijn uit HR 2022 over digitale bekendmaking.
Praktische impact
Burgers die zijn aangesloten op MijnOverheid kunnen aanmaningskosten niet afweren met het argument dat zij geen pushmelding of e-mail hebben ontvangen; zij dragen zelf verantwoordelijkheid voor het raadplegen van hun digitale berichtenbox.
Onderwerp-impact
Voor gemeentelijke belastinginvordering via digitale overheidskanalen bevestigt dit arrest dat de GDI-infrastructuur als rechtsgeldige bezorgmethode geldt, wat de digitale dienstverlening van de overheid versterkt maar ook de zorgplicht van burgers voor hun berichtenbox accentueert.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of een gemeentelijke naheffingsaanslag rechtsgeldig aan een belastingplichtige was bekendgemaakt via het digitale overheidsportaal MijnOverheid, zonder dat daarbij een afzonderlijke e-mailnotificatie of pushmelding was verstuurd. Belanghebbende betwistte de bekendmaking en stelde dat hij daardoor niet in gebreke kon worden gesteld, zodat de aanmaningskosten ten onrechte in rekening waren gebracht. Hij voerde aan dat MijnOverheid verplicht is zelf voor een dergelijke melding te zorgen en dat hij niet gehouden is actief 'op knopjes te klikken' om berichten te raadplegen. Het Hof had eerder geoordeeld dat de naheffingsaanslag op de juiste wijze was bekendgemaakt. De Hoge Raad onderschrijft dit oordeel. Uitgangspunt is dat aanmaningskosten alleen mogen worden berekend als de belastingschuldige in gebreke is, en dat dit pas het geval kan zijn nadat de aanslag rechtsgeldig is geformaliseerd én de schuldenaar in de gelegenheid is geweest daarvan kennis te nemen. Volgens de Hoge Raad is aan beide voorwaarden voldaan: bekendmaking via MijnOverheid voldoet aan de vereisten van de artikelen 3:40 en 3:41 Awb. Een aanvullende e-mailnotificatie of pushmelding is daarvoor niet vereist. De klacht over de bewijslastverdeling wordt eveneens verworpen, nu de bekendmaking reeds op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden en de vraag of een aparte melding is verzonden in dat licht niet beslissend is. De Hoge Raad sluit aan bij zijn eerdere rechtspraak van 30 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1337) over digitale bekendmaking via de Generieke Digitale Infrastructuur. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. Dit arrest bevestigt de rechtspositie van overheidsorganen bij digitale bekendmaking en benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van burgers voor het bijhouden van hun berichtenbox op MijnOverheid.