JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:60Hoog72/100

Hoge Raad: renteaftrekbeperking artikel 10a Vpb niet EU-strijdig

ECLI:NL:HR:2026:60, Hoge Raad, 16-01-2026, 20/03948 bis

Hoge RaadUitspraak: 16 januari 2026Publicatie: 15 januari 2026
Procedure:Uitspraak na prejudiciële beslissing
Zaaknummer:20/03948 bis
Belastingrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Renteaftrekbeperking
Artikel 10a Vpb
Eu Vrijheden
Concernleningen
Anti Misbruik

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 1, aanhef en letter c, Wet Vpb 1969; recht op aftrek van rente die voldoet aan het at arm’s length beginsel; uitleg arrest HvJ 20 januari 2021, Lexel AB, ECLI:EU:C:2021:34 ; eindarrest na prejudiciële beslissing HvJ ECLI:NL:HR:2022:1121

Kern van de zaak

Een vennootschap betwistte de renteaftrekbeperking van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 over het jaar 2007. Belanghebbende stelde dat de volledige weigering van renteaftrek disproportioneel is en in strijd met de Europese vrijheden van vestiging en kapitaalverkeer (artikelen 49, 56 en 63 VWEU), mede op basis van het EU-arrest Lexel. De zaak kende een lange geschiedenis met verwijzing en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb is niet in strijd met de Europese vrijheden, omdat voor de beperking een toereikende rechtvaardiging bestaat en de bepaling niet verder gaat dan noodzakelijk ter bestrijding van volstrekt kunstmatige constructies.

72van 100

Impactscore

Hoog

Het betreft een Hoge Raad-arrest dat na een langdurige procedure met prejudiciële vragen aan het HvJ EU definitief duidelijkheid schept over de EU-rechtelijke houdbaarheid van artikel 10a Wet Vpb, een kernbepaling in de Nederlandse vennootschapsbelasting met grote praktische relevantie voor internationale concerns.

Belangrijkste punten

  • 1Artikel 10a Wet Vpb 1969 beperkt de aftrek van rente op leningen in concernverband; de Hoge Raad oordeelt dat dit geen ongerechtvaardigde inbreuk op EU-vrijheden vormt.
  • 2Belanghebbende beriep zich op het Lexel-arrest (HvJ EU, C-484/19) dat renteaftrekbeperkingen bij marktconforme leningen als disproportioneel kwalificeert, maar dit beroep slaagt niet.
  • 3De Hoge Raad had prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld over de reikwijdte van het Lexel-arrest in relatie tot artikel 10a Wet Vpb; de antwoorden leidden tot handhaving van de beperking.
  • 4De tegenbewijsregeling van artikel 10a, lid 3, aanhef en letter a, Wet Vpb (marktconformiteitstoets) doet niet af aan de gerechtvaardigdheid van de aftrekweigering in de gegeven omstandigheden.
  • 5De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Impactanalyse

Juridische impact

Dit arrest bevestigt de EU-rechtelijke houdbaarheid van artikel 10a Wet Vpb 1969 als renteaftrekbeperking in concernverhoudingen, ook na de Lexel-rechtspraak van het Hof van Justitie. Het arrest biedt duidelijkheid over de verhouding tussen de Nederlandse anti-misbruikbepaling en de Europese vrijheden.

Praktische impact

Vennootschappen die rentelasten op concernleningen in aftrek wensen te brengen, kunnen zich niet zonder meer beroepen op de marktconformiteit van hun leningen om de werking van artikel 10a Wet Vpb te ontlopen. De uitkomst bevestigt dat de fiscus dergelijke renteaftrek kan blijven weigeren zonder in strijd te handelen met EU-recht.

Onderwerp-impact

Voor de financiële dienstverlening en het bedrijfsleven in concernstructuren betekent dit arrest dat de Nederlandse renteaftrekbeperking standhoudend EU-proof is bevonden, wat belastingplanning rondom intragroepsleningen beïnvloedt.

Samenvatting

In deze zaak stond de vraag centraal of de renteaftrekbeperking van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 2007) in strijd is met de Europese vrijheden van vestiging, dienstverrichting en kapitaalverkeer, zoals neergelegd in de artikelen 49, 56 en 63 VWEU. Belanghebbende, een vennootschap die rente verschuldigd was op concernleningen, betoogde dat de volledige weigering van renteaftrek disproportioneel is, in het bijzonder nu de rentevergoedingen en overige leningsvoorwaarden marktconform waren. Ter onderbouwing beriep belanghebbende zich op het arrest Lexel (HvJ EU, 20 januari 2021, C-484/19), waarin het Hof van Justitie oordeelde dat een nationale renteaftrekbeperking die ook marktconforme transacties treft verder gaat dan noodzakelijk ter bestrijding van volstrekt kunstmatige constructies. Naar aanleiding van de door de middelen opgeroepen vragen over de reikwijdte van het Lexel-arrest in relatie tot de Nederlandse regeling, had de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Na beantwoording van die vragen heeft de Hoge Raad de zaak opnieuw beoordeeld. De Hoge Raad concludeert dat de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb niet in strijd is met de genoemde Europese vrijheden. Hoewel veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat de bepaling een beperking van die vrijheden inhoudt, bestaat daarvoor een toereikende rechtvaardiging. De omstandigheid dat de leningen marktconform zijn en de tegenbewijsregeling van artikel 10a, lid 3, letter a, in beeld komt, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. Dit arrest is richtinggevend voor de praktijk rondom concernfinanciering en bevestigt de houdbaarheid van de Nederlandse anti-winstdrainage bepaling onder EU-recht.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied