JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:395Hoog62/100

Hoge Raad: Nederland mag niet heffen over Belgisch pensioen onder grens

ECLI:NL:HR:2026:395, Hoge Raad, 13-03-2026, 23/01000

Hoge RaadUitspraak: 13 maart 2026Publicatie: 12 maart 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:23/01000
Belastingrecht
Internationaal publiekrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Grensoverschrijdend
Belastingverdrag
Dubbele Belasting
Pensioen
Nederland Belgie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Inkomstenbelasting; artikel 18, paragraaf II, Verdrag Nederland-België; artikel 28, paragraaf III, Verdrag Nederland-België; artikel 30fe AWR; verdeling heffingsbevoegdheid pensioen, drempelbedrag, geen vergoeding belastingrente bij verrekening artikel 15 AWR

Kern van de zaak

Een in België wonende belastingplichtige ontving pensioen en lijfrente uit Nederland. De vraag was of voor de drempel van € 25.000 het totale brutobedrag of alleen het in België progressief belaste deel bepalend is, en of Nederland heffingsrecht heeft over deze inkomsten.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vermindert de belastingaanslagen over 2014 tot en met 2017, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt vastgesteld op maximaal € 24.702. Het heffingsrecht wordt exclusief toegewezen aan woonstaat België, omdat het totale inkomen de drempel van € 25.000 niet overschrijdt wanneer de verdragstekst conform de door belanghebbende bepleite uitleg wordt geïnterpreteerd.

62van 100

Impactscore

Hoog

Het betreft een Hoge Raad-uitspraak die een concrete verdragsinterpretatie geeft met directe gevolgen voor een grote groep Nederlandse gepensioneerden in België, maar stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregel; de impact is groot voor de betrokken doelgroep maar beperkt in bredere rechtssystematische zin.

Belangrijkste punten

  • 1De grens van € 25.000 in artikel 18 van het Nederlands-Belgisch belastingverdrag is bepalend voor het heffingsrecht over pensioen en lijfrente.
  • 2Onduidelijkheid in de verdragstekst wordt uitgelegd in het voordeel van de belastingplichtige (woonstaat als hoofdregel).
  • 3De bilaterale Overeenkomst van 5 maart 2018 tussen Nederland en België over toepassing van artikel 18 speelt een rol bij de interpretatie.
  • 4Dubbele belastingheffing dient te worden voorkomen; bij twijfel prevaleert exclusieve toewijzing aan de woonstaat.
  • 5Belastingaanslagen over vier jaren (2014-2017) worden door de Hoge Raad zelf verminderd, inclusief belastingrente.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt hoe de drempel van € 25.000 in artikel 18 van het Nederlands-Belgisch belastingverdrag moet worden toegepast en bevestigt dat onduidelijke uitzonderingsbepalingen in belastingverdragen restrictief worden uitgelegd ten gunste van de hoofdregel (heffing door woonstaat). Dit is relevant voor de interpretatie van vergelijkbare drempelbepalingen in andere belastingverdragen.

Praktische impact

In België wonende gepensioneerden met Nederlands pensioen en/of lijfrente onder de € 25.000 worden niet langer door Nederland in de heffing betrokken, wat directe financiële verlichting biedt voor deze groep belastingplichtigen over meerdere belastingjaren.

Onderwerp-impact

Voor grensoverschrijdende pensioenontvangers tussen Nederland en België biedt deze uitspraak duidelijkheid over de berekening van de heffingsdrempel en versterkt het de positie van de woonstaat als primaire heffingsgerechtigde bij twijfel over de verdragsinterpretatie.

Samenvatting

Deze zaak betreft de belastingheffing over pensioen en lijfrente-inkomsten uit Nederland van een in België wonende belastingplichtige. Kern van het geschil is de uitleg van de drempel van € 25.000 in artikel 18 van het belastingverdrag Nederland-België: moet voor deze grens het totale brutobedrag aan pensioen en lijfrente in aanmerking worden genomen, of slechts het deel dat in België progressief wordt belast? De belastingplichtige betoogde primair dat alleen het progressief in België belaste deel meetelt, waardoor de grens niet wordt overschreden en het heffingsrecht exclusief bij België als woonstaat ligt. De Inspecteur stelde dat het totale brutobedrag bepalend is en Nederland daarom wél heffingsbevoegd is. Subsidiair voerde belanghebbende aan dat, indien Nederland toch heffingsbevoegd is, dubbele belasting moet worden voorkomen door Nederland af te zien van heffing over het deel dat België al belast. Het Hof had het primaire standpunt van de belastingplichtige gevolgd, gelet op de onduidelijkheid van de verdragstekst en de verhouding tussen de hoofdregel (heffing door woonstaat) en de uitzondering (heffing door bronstaat). De Hoge Raad bevestigt deze benadering en verklaart het cassatieberoep van de Inspecteur gegrond in zoverre dat de uitspraken van Hof en Rechtbank worden vernietigd, maar wijst de belastingaanslagen over 2014 tot en met 2017 zelf toe op een belastbaar inkomen van € 23.739 respectievelijk € 24.702 per jaar — onder de drempel van € 25.000. Hiermee wordt bevestigd dat het heffingsrecht exclusief toekomt aan België als woonstaat. De Overeenkomst van 5 maart 2018 tussen de bevoegde autoriteiten leidde niet tot een ander oordeel. De uitspraak heeft directe financiële consequenties voor grensoverschrijdende gepensioneerden met Nederlandse pensioeninkomsten net onder de verdragsdrempel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied