JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1701Laag28/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

ECLI:NL:HR:2026:1701, Hoge Raad, 16-10-2026, 26/01542

Hoge RaadUitspraak: 16 oktober 2026Publicatie: 16 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/01542
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Prejudiciele Vragen
Griffierecht
Eu Handvest

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het griffierecht werd niet betaald, waarop belanghebbende betoogde dat de verplichte voorafgaande betaling van griffierecht in strijd is met artikel 47 van het EU-Handvest en de Hoge Raad prejudiciële vragen had moeten stellen aan het Hof van Justitie.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb, omdat het griffierecht niet is voldaan. Het beroep op artikel 47 EU-Handvest en het verzoek om prejudiciële verwijzing worden verworpen onder verwijzing naar het eerder gewezen arrest HR 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:915.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een standaard niet-ontvankelijkheidsverklaring die slechts verwijst naar een reeds gewezen arrest van juni 2026; zij stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte zelfstandige precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Niet-betaling van griffierecht leidt dwingend tot niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb.
  • 2Belanghebbendes betoog dat voorafgaande griffierechtplicht in strijd is met artikel 47 EU-Handvest (recht op effectieve rechtsbescherming) wordt verworpen.
  • 3De Hoge Raad ziet geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie, verwijzend naar HR 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:915.
  • 4De brief van PostNL (Track&Trace) bevestigt aflevering van de aanmaning, zodat geen sprake is van een verschoonbaar verzuim.
  • 5Geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat voorafgaande griffierechtbetaling als ontvankelijkheidsvoorwaarde verenigbaar is met artikel 47 EU-Handvest en dat er geen Unierechtelijke verplichting bestaat tot prejudiciële verwijzing op dit punt. Dit sluit aan bij HR 12 juni 2026 en consolideert die rechtslijn.

Praktische impact

Belastingplichtigen en andere procespartijen die in cassatie gaan, worden opnieuw gewaarschuwd dat het niet tijdig betalen van griffierecht onherroepelijk leidt tot niet-ontvankelijkheid, ook wanneer EU-rechtelijke argumenten worden aangevoerd.

Onderwerp-impact

Voor de belastingpraktijk bevestigt dit arrest dat creatieve EU-rechtelijke aanvallen op de griffierechtplicht vooralsnog kansloos zijn; belastingadviseurs en fiscale procespartijen kunnen hierop hun cliënten wijzen.

Samenvatting

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 16 oktober 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure die was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 maart 2026. De kern van het geschil betrof niet de inhoudelijke belastingkwestie, maar de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Nadat belanghebbende was aangemand het verschuldigde griffierecht te voldoen – met aflevering van de aangetekende brief bevestigd via Track&Trace – bleef betaling achterwege. Vervolgens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld te verklaren waarom het griffierecht niet was voldaan. In reactie daarop betoogde belanghebbende dat de verplichting om griffierecht vooraf te betalen op straffe van niet-ontvankelijkheid, zoals neergelegd in artikel 8:41 Awb, onverenigbaar is met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat het recht op effectieve rechtsbescherming waarborgt. Volgens belanghebbende zou een stelsel waarbij griffierecht pas achteraf bij een ongegrond beroep wordt geheven, veel evenrediger zijn. Bovendien zou de Hoge Raad op grond van het Unierecht verplicht zijn hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Hoge Raad verwerpt dit betoog. Onder verwijzing naar zijn arrest van 12 juni 2026 (ECLI:NL:HR:2026:915), waarin dezelfde argumenten reeds uitvoerig zijn beoordeeld en verworpen, ziet de Hoge Raad geen aanleiding tot prejudiciële verwijzing. Nu het griffierecht niet is voldaan en geen sprake is van een verschoonbaar verzuim, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb. Proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak onderstreept dat de griffierechtplicht als ontvankelijkheidsdrempel Unierechtelijk houdbaar wordt geacht en dat op dit punt geen ruimte bestaat voor verdere discussie zolang het Hof van Justitie niet anders heeft beslist.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1704

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1688

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep belastingzaak zonder motivering

8/100Bekijk
Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1698

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

12/100Bekijk
Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1707

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied