JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1698Laag12/100

Hoge Raad verklaart cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden

ECLI:NL:HR:2026:1698, Hoge Raad, 16-10-2026, 26/01230

Hoge RaadUitspraak: 16 oktober 2026Publicatie: 16 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:26/01230
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Niet Ontvankelijkheid
Cassatie
Procesrecht
Herstelverzuim
Cassatiegronden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Kern van de zaak

Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 februari 2026. Het beroepschrift bevatte echter geen cassatiegronden, zoals vereist op grond van artikel 6:5 lid 1 letter d Awb. De griffier bood de gelegenheid het verzuim te herstellen, maar herstel bleef uit binnen de gestelde termijn.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb. Doorslaggevend is dat het beroepschrift geen gronden bevatte en het geschrift dat na het verstrijken van de hersteltermijn werd ontvangen buiten beschouwing werd gelaten.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele niet-ontvankelijkverklaring wegens een formeel verzuim, zonder inhoudelijke rechtsvraag of nieuwe rechtsregel. De uitkomst is volledig in lijn met vaste praktijk en stelt geen richtinggevende norm.

Belangrijkste punten

  • 1Het beroepschrift voldeed niet aan artikel 6:5 lid 1 letter d Awb: het bevatte geen gronden van het beroep.
  • 2De griffier bood bij aangetekende brief van 9 juli 2026 een herstelmogelijkheid met een termijn tot 20 augustus 2026.
  • 3Uit Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat de aangetekende brief op het opgegeven adres was afgeleverd.
  • 4Het te laat ingediende geschrift werd door de Hoge Raad buiten beschouwing gelaten.
  • 5Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de formele ontvankelijkheidsvereisten in cassatieprocedures: wie het verzuim van het ontbreken van cassatiegronden niet tijdig herstelt, wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb. De uitspraak voegt geen nieuwe rechtsnorm toe maar illustreert de bestaande procesrechtelijke praktijk.

Praktische impact

Voor de belanghebbende betekent dit dat de inhoudelijke behandeling van het cassatieberoep achterwege blijft en de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch onherroepelijk is geworden. Procespartijen worden gewaarschuwd dat herstel van formele verzuimen binnen de gestelde termijn essentieel is.

Onderwerp-impact

Binnen het belastingrecht en bestuursprocesrecht benadrukt deze uitspraak het belang van zorgvuldige naleving van de formele eisen bij het instellen van beroep in cassatie, met name de verplichting om tijdig cassatiegronden in te dienen.

Samenvatting

In deze zaak stelde een belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 februari 2026 (zaaknummers 23/1266 en 23/1267). De inhoud van het onderliggende geschil is uit de uitspraak niet kenbaar; de Hoge Raad heeft uitsluitend de ontvankelijkheid beoordeeld. Het beroepschrift voldeed niet aan het vereiste van artikel 6:5 lid 1 letter d Awb, dat voorschrijft dat een beroepschrift de gronden van het beroep moet bevatten. De griffier van de Hoge Raad stelde de belanghebbende bij aangetekende brief van 9 juli 2026 in de gelegenheid dit verzuim te herstellen, met een termijn die eindigde op 20 augustus 2026. Uit de Track & Trace-gegevens van PostNL bleek dat de brief op het opgegeven adres was afgeleverd, zodat de ontvangst van de herstelmogelijkheid kon worden aangenomen. De belanghebbende diende geen tijdig herstelschrift in. Een geschrift dat de Hoge Raad na het verstrijken van de termijn ontving, werd buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 6:6 Awb, dat voorziet in niet-ontvankelijkverklaring bij niet-herstel van een verzuim waarvoor een herstelmogelijkheid is geboden, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is van zuiver procesrechtelijke aard en bevestigt de vaste toepassing van de ontvankelijkheidsvereisten in cassatie. Voor de belanghebbende heeft dit tot gevolg dat de hofuitspraak onherroepelijk is. De zaak illustreert hoe cruciaal het is om tijdig aan formele vereisten te voldoen en hersteltermijnen strikt in acht te nemen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1704

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

28/100Bekijk
Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1688

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep belastingzaak zonder motivering

8/100Bekijk
Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1707

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

22/100Bekijk
Hoge Raad·16 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1689

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep belastingzaak zonder motivering

5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied