Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende gronden
ECLI:NL:HR:2026:1700, Hoge Raad, 16-10-2026, 26/02069
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Kern van de zaak
Een belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 april 2026. Het beroepschrift bevatte echter geen cassatiegronden, zoals vereist door artikel 6:5 lid 1 onder d Awb. Ondanks twee herstelmogelijkheden reageerde belanghebbende niet.
Beslissing van de rechter
Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb. De doorslaggevende reden is dat belanghebbende heeft nagelaten het formele verzuim – het ontbreken van cassatiegronden – te herstellen, ondanks een aangetekende hersteltermijn en een aanvullende termijn van vier weken.
Impactscore
LaagHet betreft een standaard procedurele niet-ontvankelijkverklaring wegens het niet herstellen van een vormverzuim; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft nauwelijks precedentwerking buiten de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Beroepschrift miste de verplichte cassatiegronden ex artikel 6:5 lid 1 letter d Awb
- 2Griffier bood twee herstelmogelijkheden: zes weken en aanvullend vier weken
- 3Aangetekende brief met aanvullende termijn is aantoonbaar afgeleverd via Track&Trace
- 4Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de geboden herstelmogelijkheden
- 5Geen proceskostenveroordeling opgelegd
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de verzuimherstelprocedure ex artikel 6:6 Awb: wie cassatiegronden niet tijdig aanvult na twee aangetekende herstelkansen, verliest het recht op cassatie. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking als routinematige toepassing van vaste procedureregels.
Praktische impact
Voor belanghebbende betekent de niet-ontvankelijkheid dat de uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant onherroepelijk wordt en inhoudelijke toetsing door de Hoge Raad uitblijft. Procespartijen worden gewaarschuwd dat het nalaten van herstel van formele gebreken fatale gevolgen heeft.
Onderwerp-impact
In belastingzaken onderstreept dit arrest het belang van procedurele zorgvuldigheid bij het instellen van cassatieberoep; inhoudelijke geschillen over belastingaanslagen kunnen door vormfouten definitief worden beslecht zonder inhoudelijke beoordeling.
Samenvatting
In deze zaak had een belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 april 2026 (zaaknummers BRE 25/4755 en 25/5449). Het beroepschrift voldeed echter niet aan de wettelijke vereisten: artikel 6:5 lid 1 letter d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht een indiener om de gronden van het beroep in het beroepschrift op te nemen, maar dat was niet gebeurd. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 5 juni 2026 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Toen daar geen gehoor aan werd gegeven, verleende de griffier bij aangetekende brief van 16 juli 2026 een aanvullende termijn van vier weken. Uit Track&Trace-gegevens van PostNL bleek dat deze tweede brief daadwerkelijk was afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Desondanks heeft belanghebbende ook van deze tweede herstelmogelijkheid geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad zag zich daarmee genoodzaakt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 Awb, dat de sanctie op niet-herstel van een formeel verzuim regelt. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak stelt geen nieuwe rechtsvragen en heeft geen richtinggevende precedentwerking. Het is een routinematige toepassing van de verzuimherstelprocedure die benadrukt hoe cruciaal procedurele zorgvuldigheid is bij het instellen van cassatieberoep. Voor de belanghebbende heeft de niet-ontvankelijkverklaring als praktisch gevolg dat de uitspraak van de rechtbank onherroepelijk is geworden zonder dat de Hoge Raad inhoudelijk heeft kunnen oordelen over het onderliggende geschil.