Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond zonder nadere motivering
ECLI:NL:HR:2026:1695, Hoge Raad, 16-10-2026, 25/01948
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579
Kern van de zaak
Een partij stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De exacte feitelijke achtergrond en het onderwerp van het geschil zijn niet uit de uitspraaktekst af te leiden; de zaak is inhoudelijk verbonden met een parallelle zaak (25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579). Het hoger beroep werd eerder behandeld door het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:629).
Beslissing van de rechter
Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard. De Hoge Raad verwijst volledig naar de motivering in de parallelle zaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579) en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevat geen zelfstandige rechtsoverwegingen en verwijst volledig naar een andere zaak. De inhoudelijke betekenis is daarmee niet zelfstandig te beoordelen, wat de impact van deze specifieke uitspraak beperkt houdt.
Belangrijkste punten
- 1Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond op gronden uit parallelle zaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579)
- 2Geen zelfstandige inhoudelijke motivering: volledige verwijzing naar het zusterarrest van dezelfde datum
- 3Geen proceskostenveroordeling opgelegd
- 4Onderliggende hoger beroepsprocedure vond plaats bij Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:629)
- 5Onvoldoende informatie in de uitspraaktekst om het materiële rechtsgebied of de feitelijke achtergrond vast te stellen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak heeft op zichzelf beperkte zelfstandige juridische betekenis, nu alle inhoudelijke rechtsoverwegingen zijn opgenomen in de parallelle zaak ECLI:NL:HR:2026:1579. De juridische impact kan pas volledig worden beoordeeld na raadpleging van dat zusterarrest.
Praktische impact
Voor de betrokken partij betekent de ongegrondverklaring dat de uitkomst van het gerechtshof in stand blijft en dat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend in cassatie. De exacte gevolgen zijn afhankelijk van de inhoud van de parallelle zaak.
Onderwerp-impact
Het onderwerp van het geschil kan op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet worden vastgesteld; nadere analyse van ECLI:NL:HR:2026:1579 is vereist om de sector- of onderwerp-specifieke impact te duiden.
Samenvatting
Op 16 oktober 2026 deed de Hoge Raad uitspraak in zaak 25/01948. Het cassatieberoep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:629), maar de beschikbare uitspraaktekst biedt onvoldoende inzicht in de feitelijke achtergrond of het materiële rechtsgebied van het geschil. De Hoge Raad, zetelend met vice-president Van Eijsden als voorzitter en vier raadsheren, verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Daarbij verwijst de Hoge Raad uitdrukkelijk en uitsluitend naar de overwegingen in de op dezelfde dag gewezen parallelle uitspraak in zaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579). Dit is een gebruikelijke werkwijze bij samenhangende zaken waarbij de rechtsvragen inhoudelijk identiek of nauw verwant zijn: de Hoge Raad volstaat dan met een verwijzing naar het 'leidende' arrest om herhaling van overwegingen te vermijden. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken, omdat de Hoge Raad daartoe geen aanleiding zag. De juridische en praktische betekenis van dit arrest kan niet zelfstandig worden vastgesteld zonder kennisname van ECLI:NL:HR:2026:1579. Het onderhavige arrest bevestigt slechts de uitkomst van de lagere instantie en sluit aan bij de rechtsoverwegingen in de zusteruitspraak. De impactscore is dan ook laag gehouden, nu de uitspraak op zichzelf geen nieuwe rechtsregels formuleert en de inhoudelijke motivering elders is te vinden.