Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond wegens verwijzing
ECLI:NL:HR:2026:1690, Hoge Raad, 16-10-2026, 25/01605
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 25/01950, ECLI:NL:HR:2026:1579
Kern van de zaak
Een partij heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De zaak betreft een geschil dat in hoger beroep is behandeld door het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:536). De precieze feitelijke achtergrond van het geschil is op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet te achterhalen.
Beslissing van de rechter
Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat de cassatiemiddelen falen op dezelfde gronden als uiteengezet in het op dezelfde dag gewezen arrest in de parallelle zaak 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579), waarnaar de Hoge Raad verwijst.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een korte verwijzingsuitspraak zonder zelfstandige motivering of nieuwe rechtsregels; de juridische betekenis berust geheel bij het parallelarrest. De inhoud van het geschil is onbekend, wat verdere impactbeoordeling beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Hoge Raad verwijst voor motivering volledig naar een parallel arrest (ECLI:NL:HR:2026:1579, zaaknr. 25/01950) van dezelfde datum
- 2Alle cassatiemiddelen falen op de gronden vermeld in het parallelarrest
- 3Geen proceskostenveroordeling uitgesproken
- 4De uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:536) blijft in stand
- 5De inhoudelijke rechtsoverwegingen zijn niet opgenomen in dit arrest, waardoor de juridische kernvraag onbekend blijft op basis van deze tekst
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak heeft op zichzelf beperkte zelfstandige juridische betekenis, omdat zij volledig leunt op een parallelarrest voor de motivering; de rechtsontwikkeling volgt uit ECLI:NL:HR:2026:1579. Voor zover beide zaken een gelijkluidende rechtsvraag betreffen, bevestigt dit arrest de lijn van het parallelarrest.
Praktische impact
De casserende partij heeft geen succes behaald: de bestreden hofuitspraak blijft onherroepelijk van kracht en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De proceskosten blijven voor rekening van de eigen partijen.
Onderwerp-impact
Zonder kennis van de onderliggende feitelijke en juridische context is de sector- of onderwerpspecifieke impact niet vast te stellen op basis van de beschikbare uitspraaktekst.
Samenvatting
Op 16 oktober 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een cassatieprocedure (zaaknr. 25/01605). De exacte feitelijke achtergrond van de zaak is op basis van de gepubliceerde uitspraaktekst niet te reconstrueren; bekend is dat het Gerechtshof Den Haag eerder uitspraak deed (ECLI:NL:GHDHA:2025:536) en dat daartegen cassatie is ingesteld. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Voor de motivering wordt volledig verwezen naar een op dezelfde dag gewezen parallelarrest in de zaak met nummer 25/01950 (ECLI:NL:HR:2026:1579). De Hoge Raad overweegt dat alle door de eisende partij aangevoerde cassatiemiddelen falen op de gronden die in dat parallelarrest zijn vermeld. Inhoudelijke rechtsoverwegingen zijn in dit arrest zelf niet opgenomen, wat een zelfstandige juridische analyse bemoeilijkt. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De uitspraak van het Hof Den Haag blijft daarmee onherroepelijk in stand. De juridische en maatschappelijke impact van dit arrest is op zichzelf beschouwd beperkt: het is een beknopte uitspraak die zijn betekenis ontleent aan het parallelarrest. Voor een volledig beeld van de gehanteerde rechtsregels en de bredere precedentwerking is raadpleging van ECLI:NL:HR:2026:1579 noodzakelijk. De samenstelling van de meervoudige kamer bestond uit vice-president Van Eijsden als voorzitter en de raadsheren Feteris, Fierstra, Van der Voort Maarschalk en Van Roij.