JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:137Hoog62/100

Hoge Raad: nieuwe bezitstermijn BOR bij uitbreiding belang onderneming

ECLI:NL:HR:2026:137, Hoge Raad, 30-01-2026, 24/01608

Hoge RaadUitspraak: 30 januari 2026Publicatie: 30 januari 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/01608
Ondernemingsrecht
Belastingrecht
Financiele Dienstverlening
Faillissement
Bestuurdersaansprakelijkheid
Successiewet
Aanmerkelijk Belang
Bedrijfsopvolgingsregeling
Indirecte Bezitstermijn
Schenking Aandelen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Schenkbelasting; artikel 35d, lid 1, letter c, SW, artikel 9(2) URSE; bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), bezitseis ten aanzien van de onderneming, vervolg op HR BNB 2023/97, bewijslastverdeling.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige beroept zich op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen. In geschil is of na een splitsing waarbij de gerechtigdheid tot een onderneming werd uitgebreid, een nieuwe indirecte bezitstermijn van vijf jaar is gaan lopen. De zaak betreft de uitleg van artikel 35d en 35c van de Successiewet 1956.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Doorslaggevend is dat een procentuele uitbreiding van het belang in een onderneming een nieuwe indirecte bezitstermijn doet aanvangen, terwijl een inhoudelijke uitbreiding van de onderneming zelf (bij gelijkblijvend belang) geen nieuwe termijn start.

62van 100

Impactscore

Hoog

Het arrest van de Hoge Raad schept duidelijkheid over een veelvoorkomende praktijkvraag bij bedrijfsopvolgingen en heeft directe gevolgen voor de fiscale planning bij herstructureringen; hoewel het geen volledig nieuwe rechtsregel introduceert, consolideert en verduidelijkt het bestaande jurisprudentie op een voor de praktijk belangrijk punt.

Belangrijkste punten

  • 1De indirecte bezitstermijn van vijf jaar (art. 35d lid 1 sub c SW) moet per onderneming worden beoordeeld.
  • 2Een procentuele uitbreiding van de gerechtigdheid tot een onderneming doet een nieuwe, eigen indirecte bezitstermijn aanvangen.
  • 3Uitbreiding van de onderneming zelf terwijl het belang gelijk blijft, ook door overname van een zelfstandige onderneming, start geen nieuwe indirecte bezitstermijn.
  • 4De toerekeningsregel van art. 35c lid 5 SW is relevant bij beoordeling van de indirecte bezitstermijn via deelnemingen.
  • 5De Hoge Raad bevestigt de lijn uit het eerdere verwijzingsarrest (ECLI:NL:HR:2023:647) en de arresten van 29 mei 2020.

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad verduidelijkt definitief het onderscheid tussen een procentuele uitbreiding van een belang (nieuwe bezitstermijn) en een kwalitatieve uitbreiding van de onderneming zelf (geen nieuwe bezitstermijn) in het kader van de BOR. Dit vormt een belangrijke precisering van de uitleg van art. 35d SW voor toekomstige gevallen.

Praktische impact

Ondernemers en hun adviseurs moeten bij herstructureringen en splitsingen nauwkeurig in kaart brengen of een vennootschap haar procentuele belang in een onderneming vergroot, omdat dit een nieuwe vijfjaarstermijn voor de BOR triggert en de vrijstelling bij bedrijfsoverdracht kan mislopen.

Onderwerp-impact

Bij bedrijfsopvolgingen via schenking of vererving van aandelen dienen structureringswijzigingen – zoals afsplitsingen of fusies – tijdig te worden gepland om te voorkomen dat de BOR-faciliteit verloren gaat door een niet-verstreken indirecte bezitstermijn.

Samenvatting

Deze zaak draait om de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet 1956, meer specifiek om de vraag of na een juridische splitsing een nieuwe indirecte bezitstermijn van vijf jaar is aangevangen voor de vennootschap die door die splitsing indirect gerechtigd werd tot bepaalde ondernemingsactiviteiten. De BOR biedt een substantiële vrijstelling bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen, maar stelt als voorwaarde dat de schenker de aandelen minstens vijf jaar in bezit heeft gehad én dat de vennootschap minstens vijf jaar een onderneming heeft gedreven. De Hoge Raad stelt voorop dat de indirecte bezitstermijn per onderneming moet worden beoordeeld, conform het eerder gewezen verwijzingsarrest. Centraal in de uitspraak staat het onderscheid tussen twee situaties: enerzijds de procentuele uitbreiding van het belang in een bestaande onderneming, en anderzijds de inhoudelijke groei van de onderneming terwijl het procentuele belang gelijkblijft. In het eerste geval begint een nieuwe, eigen indirecte bezitstermijn te lopen voor het uitgebreide gedeelte. In het tweede geval – ook wanneer de groei plaatsvond door overname van een zelfstandige onderneming die vervolgens niet meer als zelfstandig wordt behandeld – start er geen nieuwe termijn. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de uitkomst van het hof. Het arrest sluit aan op eerdere jurisprudentie uit 2020 en 2023 en biedt de praktijk een heldere maatstaf: niet de aard of omvang van de ondernemingsactiviteiten, maar de procentuele omvang van de gerechtigdheid is bepalend voor het aanvangen van een nieuwe bezitstermijn. Voor de fiscale adviespraktijk is dit een richtinggevende verduidelijking die bij elke bedrijfsherstructurering in aanmerking moet worden genomen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Ondernemingsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1300Hoog
Ondernemingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/03929

Hoge Raad17 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1934Middel
Ondernemingsrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1934, Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2026, 200.362.950/01 OK

Gerechtshof Amsterdam16 jul 2026BestuurdersaansprakelijkheidAi En Algoritmen
54/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:912Hoog
Ondernemingsrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:HR:2026:912, Hoge Raad, 12-06-2026, 25/00053

Hoge Raad12 jun 2026AansprakelijkheidFinanciele Dienstverlening
62/100Bekijk
ECLI:NL:GHSHE:2026:1129Middel
Ondernemingsrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1129, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29-04-2026, 24/820

Gerechtshof 's-Hertogenbosch29 apr 2026Financiele DienstverleningFaillissement
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied