Hoge Raad: EU-pensioen telt mee voor drempel persoonsgebonden aftrek
ECLI:NL:HR:2026:1247, Hoge Raad, 07-08-2026, 24/02814
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 12 van het Protocol (nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; art. 6:20 en art. 6:39 Wet IB 2001; vrijgesteld inkomen van een instelling van de Europese Unie in relatie tot de drempelbedragen voor persoonsgebonden aftrek.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige met een van nationale belasting vrijgesteld EU-pensioen betwistte dat dit inkomen werd meegeteld bij het berekenen van de drempel voor de persoonsgebonden aftrek. Belanghebbende beriep zich op het EU-Protocol inzake voorrechten en immuniteiten (artikel 12) en het arrest Bourgès-Maunoury van het HvJ EU. De zaak bereikte de Hoge Raad via cassatie.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het EU-pensioen mag worden meegenomen in het verzamelinkomen als grondslag voor de drempel van de persoonsgebonden aftrek, omdat dit geen indirecte belastingheffing over het EU-inkomen oplevert maar slechts de omvang van een belastingvoordeel beïnvloedt, zodat artikel 12 van het EU-Protocol niet wordt geschonden.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een specifieke fiscale groep (EU-ambtenaren/-gepensioneerden in Nederland) en verduidelijkt de reikwijdte van het EU-Protocol, maar stelt geen nieuwe fundamentele rechtsregel vast en heeft een beperkte maatschappelijke doelgroep.
Belangrijkste punten
- 1Van nationaal vrijgesteld EU-inkomen mag zonder redelijke twijfel worden meegeteld bij de grondslag voor de drempel van de persoonsgebonden aftrek.
- 2Het arrest Bourgès-Maunoury (HvJ EU, C-266/10) is niet van toepassing: dat zag op een situatie waarbij EU-inkomen feitelijk indirect werd belast, wat hier niet het geval is.
- 3Het meenemen van het EU-pensioen bij de drempelberekening leidt slechts tot een beperking van een belastingvoordeel, niet tot een (indirecte) belastingheffing over dat inkomen.
- 4Artikel 12 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de EU wordt niet geschonden door deze berekeningswijze.
- 5De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU, nu er geen redelijke twijfel bestaat over de uitleg van het EU-recht.
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad bevestigt definitief dat het meetellen van vrijgesteld EU-inkomen bij de grondslag voor belastingdrempels geen strijd oplevert met artikel 12 van het EU-Protocol, en onderscheidt deze situatie scherp van het Bourgès-Maunoury-arrest. Dit arrest sluit discussie over de toepassing van het EU-Protocol in vergelijkbare Nederlandse belastingvoordelen.
Praktische impact
Voormalige EU-ambtenaren en andere ontvangers van vrijgesteld EU-inkomen die in Nederland belastingplichtig zijn, kunnen bij de berekening van hun persoonsgebonden aftrek (en vergelijkbare drempelregelingen) geen beroep doen op uitsluiting van hun EU-inkomen van het verzamelinkomen. Dit kan leiden tot een hogere drempel en dus een lager effectief belastingvoordeel.
Onderwerp-impact
Voor personen met een EU-pensioen of -uitkering die gebruikmaken van de persoonsgebonden aftrek in de Nederlandse inkomstenbelasting heeft deze uitspraak directe financiële consequenties, doordat hun EU-inkomen de aftrekdrempel verhoogt.
Samenvatting
Een belastingplichtige met een van nationale belastingheffing vrijgesteld EU-pensioen stelde dat dit inkomen ten onrechte werd meegenomen bij de berekening van de drempel voor de persoonsgebonden aftrek in de Nederlandse inkomstenbelasting. Het EU-pensioen verhoogt het verzamelinkomen dat als grondslag dient voor die drempel, waardoor het aftrekbare bedrag lager uitvalt. Belanghebbende beriep zich op artikel 12 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, dat nationale belastingheffing over EU-inkomsten verbiedt, en op het arrest Bourgès-Maunoury van het Hof van Justitie EU. In dat arrest oordeelde het HvJ EU dat EU-inkomen niet mocht worden meegenomen bij het bepalen van de bovengrens van een Franse vermogensbelasting, omdat dit neerkwam op een indirecte belastingheffing. De Hoge Raad verwerpt dit beroep. Er bestaat naar het oordeel van de Hoge Raad geen redelijke twijfel dat het meetellen van vrijgesteld EU-inkomen bij de grondslag voor de aftrekdrempel niet in strijd is met artikel 12 van het Protocol. Het cruciale onderscheid met Bourgès-Maunoury is dat het EU-inkomen in de Franse zaak onderdeel uitmaakte van de grondslag voor een belasting, terwijl het in de Nederlandse situatie uitsluitend de omvang van een belastingvoordeel (de persoonsgebonden aftrek) beïnvloedt. Het EU-pensioen wordt zelf niet belast; slechts de hoogte van een aftrekpost wordt erdoor beperkt. Van een indirecte belastingheffing over het EU-inkomen is daardoor geen sprake. De Hoge Raad ziet dan ook geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.