JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1234Laag12/100

Hoge Raad verklaart belastingcassatie ongegrond wegens verwijzing

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge RaadUitspraak: 10 juli 2026Publicatie: 9 juli 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/00131
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
Hoge Raad
Proceskosten
Belastingrecht
Cassatie Ongegrond
Satellietuitspraak

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Informatiebeschikking; art. 47 en 52a AWR; Tax Information Exchange Agreement (TIEA); verwijzing naar ECLI:NL:HR:2026:1016

Kern van de zaak

Een belastingplichtige (belanghebbende) heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad in een belastingzaak. De zaak is nauw verwant aan een parallelle procedure (25/00129). De precieze inhoudelijke geschilpunten zijn niet uit de uitspraaktekst af te leiden.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden is dat de cassatiemiddelen falen op dezelfde gronden als uiteengezet in het op dezelfde dag gewezen arrest in de parallelle zaak ECLI:NL:HR:2026:1016 (nr. 25/00129). Proceskosten worden niet vergoed.

12van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een standaard satellietuitspraak die puur verwijst naar een andere zaak; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de inhoudelijke motivering ontbreekt geheel in dit arrest.

Belangrijkste punten

  • 1Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond
  • 2Uitspraak verwijst inhoudelijk volledig naar het arrest in de parallelle zaak nr. 25/00129 (ECLI:NL:HR:2026:1016)
  • 3Geen veroordeling in proceskosten uitgesproken
  • 4Voorafgaande instanties: Hof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:4082) en conclusie A-G (ECLI:NL:PHR:2025:1359)
  • 5De inhoudelijke rechtsoverwegingen zijn niet kenbaar uit deze uitspraak; de zaak is een satellietzaak

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak heeft beperkte zelfstandige juridische betekenis omdat alle inhoudelijke motivering is ondergebracht in de parallelle leadzaak ECLI:NL:HR:2026:1016; de rechtsontwikkeling volgt uit dat arrest. Wel bevestigt de Hoge Raad dat de cassatiemiddelen in beide zaken gelijk falen.

Praktische impact

Voor de belanghebbende betekent de ongegrondverklaring dat de uitkomst van de belastingprocedure in stand blijft en dat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. De exacte financiële gevolgen zijn onbekend nu de inhoud van het geschil niet uit de tekst blijkt.

Onderwerp-impact

Voor belastingplichtigen in vergelijkbare situaties is het van belang kennis te nemen van de leadzaak (25/00129); deze uitspraak zelf voegt inhoudelijk niets toe aan de rechtspraktijk in de desbetreffende belastingkwestie.

Samenvatting

In deze belastingzaak heeft de Hoge Raad op 10 juli 2026 uitspraak gedaan in een beroep in cassatie van een belastingplichtige (aangeduid als 'belanghebbende'). De exacte aard van het belastinggeschil en de onderliggende feiten zijn niet kenbaar uit de beschikbare uitspraaktekst. Duidelijk is dat de zaak nauw samenhangt met een parallelle procedure bij de Hoge Raad, geregistreerd onder nummer 25/00129 (ECLI:NL:HR:2026:1016), die op dezelfde dag is beslist. De eerder betrokken instanties waren het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:4082) en de Advocaat-Generaal, die op 13 november 2025 een conclusie uitbracht (ECLI:NL:PHR:2025:1359). Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op die conclusie, wat wijst op een regulier cassatietraject. De Hoge Raad oordeelt dat alle door belanghebbende aangevoerde cassatiemiddelen falen. De motivering hiervoor wordt niet in dit arrest zelf uitgewerkt, maar is volledig ondergebracht in het arrest in de leadzaak 25/00129. Dit is een gebruikelijke werkwijze van de Hoge Raad bij samenhangende zaken: één arrest bevat de inhoudelijke rechtsoverwegingen, terwijl de satellietuitspraken daarnaar verwijzen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, wat betekent dat belanghebbende zijn eigen proceskosten draagt. Voor een volledig begrip van de juridische motivering en de inhoudelijke rechtsvraag die in deze zaak speelt, is raadpleging van ECLI:NL:HR:2026:1016 onmisbaar. Deze uitspraak heeft op zichzelf geen zelfstandige precedentwaarde.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1016Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1016, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00129

Hoge Raad10 jul 2026Financiele DienstverleningOverheid
58/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1252Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1252, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03350

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden