JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1152Hoog62/100

Hoge Raad: WOZ-schending artikel 40 leidt tot proceskostenvergoeding

ECLI:NL:HR:2026:1152, Hoge Raad, 03-07-2026, 24/03057

Hoge RaadUitspraak: 3 juli 2026Publicatie: 2 juli 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/03057
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Proceskosten
Heffingsambtenaar
Griffierecht
Wet Woz
Toezendplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 40, lid 2, Wet WOZ; veroordeling proceskosten, ECLI:NL:HR:2025:106

Kern van de zaak

Een belastingplichtige deed een WOZ-bezwaar waarbij de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) weigerde de wettelijk verplichte correcties bij afwijking van gemiddelde waarderingsfactoren te verstrekken. Het hof oordeelde dat de schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ had plaatsgevonden, maar kende geen proceskosten toe omdat de belastingplichtige ook zonder die schending zou hebben geprocedeerd. De belastingplichtige stelde cassatie in.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt de hofuitspraken voor zover het griffierecht en de proceskosten betreffen. Doorslaggevend is dat een succesvol beroep op schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ zelfstandig en automatisch recht geeft op proceskosten- en griffierechtvergoeding, ongeacht of de belastingplichtige ook zonder die schending zou hebben geprocedeerd.

62van 100

Impactscore

Hoog

De Hoge Raad geeft een richtinggevende uitleg aan de gevolgen van schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ voor proceskosten, wat structureel van belang is voor de veelvoorkomende WOZ-praktijk bij alle gemeentelijke heffingsambtenaren in Nederland.

Belangrijkste punten

  • 1Schending van de toezendplicht van artikel 40 lid 2 Wet WOZ door de heffingsambtenaar staat in cassatie vast en is onbestreden.
  • 2Het hof oordeelde ten onrechte dat benadeling afwezig was omdat de belastingplichtige ook zonder de schending zou hebben geprocedeerd over het inhoudelijke waardegeschil (afnemend grensnut).
  • 3De Hoge Raad stelt vast dat een succesvol beroep op artikel 40 lid 2 Wet WOZ zelfstandig recht geeft op proceskosten- en griffierechtvergoeding.
  • 4De uitspraken van hof en rechtbank worden vernietigd uitsluitend voor zover zij het griffierecht en de proceskosten betreffen; de inhoudelijke waardebeslissing blijft in stand.
  • 5De BghU wordt opgedragen griffierecht voor cassatie (€ 138) en bij het hof betaald griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad verduidelijkt dat schending van de informatieverplichting ex artikel 40 lid 2 Wet WOZ een zelfstandige grond is voor proceskostenvergoeding, onafhankelijk van de vraag of de belastingplichtige door de schending concreet is benadeeld in zijn keuze om te procederen. Dit versterkt de rechtsbescherming van WOZ-bezwaarmakers.

Praktische impact

Heffingsambtenaren die de toezendplicht van WOZ-correcties schenden, riskeren steeds een proceskostenveroordeling, ook wanneer de belastingplichtige om inhoudelijke redenen toch zou hebben geprocedeerd; dit creëert een sterkere financiële prikkel tot naleving.

Onderwerp-impact

Voor WOZ-procedures betekent deze uitspraak dat gemeentelijke belastingsamenwerkingen hun informatieverplichtingen in de bezwaarfase strikt moeten naleven om proceskostenrisico's te vermijden.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal of een belastingplichtige recht heeft op vergoeding van proceskosten en griffierecht wanneer de heffingsambtenaar de informatieplicht van artikel 40 lid 2 van de Wet WOZ heeft geschonden, maar de belastingplichtige ook om inhoudelijke redenen zou hebben geprocedeerd. De heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht had in de bezwaarfase geweigerd de wettelijk verplichte correcties bij afwijking van de gemiddelde waardering van factoren als kwaliteit, onderhoud, uitstraling en ligging te verstrekken. Het hof erkende deze schending, maar weigerde proceskosten en griffierecht toe te kennen. Reden: de belastingplichtige zou de procedure toch zijn gestart vanwege het inhoudelijke geschil over het afnemend grensnut bij de WOZ-waardebepaling, zodat van benadeling door de schending geen sprake zou zijn. De Hoge Raad verwerpt deze redenering. Een succesvol beroep op schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ geeft zelfstandig recht op vergoeding van proceskosten en griffierecht, als bedoeld in artikel 30a lid 2 onderdeel b van de Wet WOZ. De vraag of de belastingplichtige ook zonder de schending zou hebben geprocedeerd, is voor dit recht op vergoeding niet relevant. De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van hof en rechtbank uitsluitend voor zover zij het griffierecht en de proceskosten betreffen, en draagt de BghU op het griffierecht voor cassatie (€ 138) en het bij het hof betaalde griffierecht te vergoeden. De inhoudelijke WOZ-waardebeslissing blijft onaangetast. Deze uitspraak heeft substantiële betekenis voor de WOZ-praktijk: heffingsambtenaren kunnen een schending van de toezendplicht niet meer vrijwaren van financiële gevolgen door te betogen dat de belastingplichtige toch wel zou hebben geprocedeerd. Dit versterkt de naleving van informatieverplichtingen in de bezwaarfase en verbetert daarmee de rechtsbescherming van WOZ-bezwaarmakers.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1270Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1270, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03379

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied