Hoge Raad: WOZ-schending leidt altijd tot proceskostenvergoeding
ECLI:NL:HR:2026:1140, Hoge Raad, 03-07-2026, 24/03403
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 40, lid 2, Wet WOZ; veroordeling proceskosten, ECLI:NL:HR:2025:106
Kern van de zaak
Een belanghebbende procedeert tegen de WOZ-waardebeschikking van de gemeente Huizen. De heffingsambtenaar heeft in strijd met artikel 40 lid 2 Wet WOZ niet alle gegevens volledig verstrekt. Het Hof weigerde proceskosten toe te kennen omdat de schending niet doorslaggevend zou zijn geweest voor het instellen van beroep.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en vernietigt de uitspraken van Hof en Rechtbank voor zover het griffierecht en proceskosten betreft. De doorslaggevende reden is dat een geslaagd beroep op schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ in beginsel altijd leidt tot proceskostenvergoeding, en de omstandigheid dat ook zonder de schending beroep zou zijn ingesteld, vormt geen bijzondere omstandigheid die dit kan verhinderen.
Impactscore
RichtinggevendDe Hoge Raad bevestigt en verfijnt een fundamentele rechtsregel over de gevolgen van schending van de informatieverplichting in WOZ-procedures, met directe werking voor alle gemeenten en heffingsambtenaren in Nederland.
Belangrijkste punten
- 1Schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ (gegevensverstrekking) leidt in beginsel altijd tot proceskostenvergoeding en griffierechtverstrekking
- 2De hypothese dat beroep ook zonder de schending zou zijn ingesteld, is geen 'bijzondere omstandigheid' die toekenning van proceskosten kan blokkeren
- 3De Hoge Raad bevestigt en verwijst naar zijn eerdere arrest van 24 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:106) als vaste lijn
- 4Het Hof had een onjuist causaliteitscriterium gehanteerd door te toetsen of de schending 'doorslaggevend' was voor het instellen van beroep
- 5De gemeente Huizen wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht in alle instanties
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad bevestigt richtinggevend dat schending van de informatieverplichting ex artikel 40 lid 2 Wet WOZ automatisch aanleiding geeft tot proceskostenvergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn; een hypothetische causaliteitsredenering volstaat daarvoor niet. Dit sluit aan bij ECLI:NL:HR:2025:106 en verduidelijkt de norm voor lagere rechters.
Praktische impact
WOZ-belanghebbenden die succesvol een beroep doen op onvolledige gegevensverstrekking door de heffingsambtenaar, hebben recht op proceskostenvergoeding en griffierechtverstrekking, ongeacht of ze ook zonder die schending hadden geprocedeerd. Gemeenten dienen dus volledig aan de informatieverplichting te voldoen om kostenrisico's te vermijden.
Onderwerp-impact
Voor de WOZ-praktijk betekent dit dat heffingsambtenaren die onvolledig gegevens verstrekken structureel proceskostenrisico lopen, wat gemeenten financieel en operationeel kan raken bij het behandelen van bezwaar- en beroepsprocedures.
Samenvatting
In deze zaak staat centraal of een heffingsambtenaar die in strijd met artikel 40 lid 2 Wet WOZ niet alle gegevens volledig heeft verstrekt, veroordeeld moet worden in de proceskosten van de WOZ-procedure. De heffingsambtenaar van de gemeente Huizen had de gegevensverstrekking op relatief beperkte onderdelen onvolledig gelaten. Het Hof erkende weliswaar de schending, maar weigerde een proceskostenvergoeding toe te kennen. Het Hof redeneerde dat de schending niet van doorslaggevende betekenis was geweest voor het instellen van beroep, omdat de belanghebbende ook zou hebben geprocedeerd als de gegevens wel volledig waren verstrekt. De Hoge Raad verwerpt deze redenering. Hij stelt vast dat een succesvol beroep op schending van artikel 40 lid 2 Wet WOZ in beginsel dient te leiden tot toekenning van een proceskostenvergoeding, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. De hypothese dat de belanghebbende ook zonder de schending beroep zou hebben ingesteld, kwalificeert nadrukkelijk niet als zo'n bijzondere omstandigheid. De Hoge Raad baseert zich hierbij op zijn eerder arrest van 24 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:106), waarvan de rechtsoverwegingen 4.4.4 en 4.5.3 de relevante maatstaf bevatten. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard. De uitspraken van Hof en Rechtbank worden vernietigd voor zover zij betrekking hebben op het griffierecht en de proceskosten. De gemeente Huizen wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht in alle instanties. Deze uitspraak heeft brede betekenis voor de WOZ-praktijk: gemeenten en heffingsambtenaren kunnen een proceskostenveroordeling niet ontlopen door te betogen dat de informatieverplichting slechts marginaal is geschonden of dat de procedure hoe dan ook zou zijn gevoerd. De norm is helder: schending van de informatieverplichting heeft in beginsel procesrechtelijke gevolgen.