JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1855Laag28/100

BTW-aftrek geweigerd wegens niet-aangetoonde prestaties leverancier

ECLI:NL:GHSHE:2026:1855, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-07-2026, 25/778 en 25/779

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/778 en 25/779
Belastingrecht
Handhaving
Financiele Dienstverlening
Naheffingsaanslag
Btw Aftrek
Voorbelasting
Factuurvereisten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Naheffingsaanslagen omzetbelasting. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij recht heeft op aftrek van omzetbelasting. De facturen bevatten gebreken en belanghebbende kan ook geen ander toereikend bewijs verschaffen dat duidelijkheid geeft over de aan haar verrichte diensten. Verzuimboete 67c AWR. De verzuimboete is terecht opgelegd. Vergrijpboetes 67f AWR. De inspecteur heeft overtuigend bewezen dat sprake is van grove schuld van belanghebbende.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige claimt voorbelasting op facturen van [A BV] voor gestelde diensten. De inspecteur weigert aftrek omdat de facturen formele gebreken vertonen (geen btw-nummer, onjuist adres, ongespecificeerde diensten) en de materiële voorwaarden niet zijn aangetoond. De zaak doorloopt bezwaar, rechtbank en hof.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt het hoger beroep van belanghebbende; de rechtbank had eerder de beroepen deels gegrond verklaard voor de boetebeschikkingen (boetes verlaagd) maar de naheffingsaanslagen zelf in stand gelaten. De doorslaggevende reden is dat niet is aangetoond dat [A BV] daadwerkelijk prestaties aan belanghebbende heeft verricht, zodat niet is voldaan aan de materiële voorwaarden voor BTW-aftrek.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande Europese en nationale rechtspraak toe op een individuele belastingzaak zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de precedentwaarde is beperkt tot vergelijkbare feitenconstellaties met informele leveranciersrelaties.

Belangrijkste punten

  • 1BTW-aftrek vereist dat zowel aan materiële voorwaarden (daadwerkelijke prestatie, belastingplichtige hoedanigheid) als formele voorwaarden (geldige factuur) is voldaan.
  • 2Volgens HvJ EU-rechtspraak (Barlis) mag aftrek niet uitsluitend worden geweigerd op grond van formele factuurtekortkomingen als de materiële voorwaarden aantoonbaar zijn vervuld.
  • 3De inspecteur mag aanvullend bewijs eisen wanneer facturen formele gebreken vertonen én de materiële voorwaarden niet uit de beschikbare gegevens blijken.
  • 4De rechtbank verlaagde de boetes (2019: € 1.405; 2020: € 2.241) maar liet de naheffingsaanslagen in stand; belanghebbende tekende hoger beroep aan.
  • 5Kasboek, twee overeenkomsten en getuigenverklaringen werden door belanghebbende aangevoerd maar bleken onvoldoende om de werkelijkheid van de prestaties aan te tonen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de Barlis-doctrine en HR 19 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1958): formele factuurtekortkomingen staan aftrek niet in de weg zolang materiële voorwaarden aantoonbaar zijn, maar bij twijfel over beide mag de fiscus aanvullend bewijs verlangen. Dit biedt geen nieuwe rechtsregel maar consolideert bestaande rechtspraak op hofrechtbankniveau.

Praktische impact

Belastingplichtigen die voorbelasting claimen op facturen met gebreken (ontbrekend btw-nummer, onjuist adres, ongespecificeerde diensten) dragen een verzwaarde bewijslast om de werkelijkheid van de onderliggende prestaties aan te tonen; verklaringen en kasboeken volstaan daarvoor niet zonder nadere onderbouwing.

Onderwerp-impact

Voor ondernemers in sectoren met veel contante of informele transacties benadrukt deze uitspraak het belang van deugdelijke contractdocumentatie en correcte factuurvermeldingen om BTW-aftrek veilig te stellen.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat centraal of een ondernemer (belanghebbende) recht heeft op aftrek van voorbelasting die in rekening is gebracht door [A BV]. De inspecteur weigerde de aftrek omdat de facturen van [A BV] meerdere formele gebreken vertoonden — geen btw-nummer, een onjuist adres en een gebrek aan specificatie van de verrichte diensten — en omdat bovendien niet aannemelijk was gemaakt dat [A BV] daadwerkelijk prestaties aan belanghebbende had verricht. Het hof zet het juridisch kader uiteen aan de hand van de vaste rechtspraak van het HvJ EU, waaronder het arrest Barlis, en het recente arrest van de Hoge Raad van 19 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1958). Daaruit volgt dat het recht op BTW-aftrek in de eerste plaats afhangt van de vervulling van materiële voorwaarden: er moet sprake zijn van een daadwerkelijk verrichte prestatie door een belastingplichtige aan een andere belastingplichtige. Formele gebreken op een factuur mogen op zichzelf niet tot weigering leiden als de inspecteur toch over alle benodigde gegevens beschikt om de materiële voorwaarden te toetsen. Ontbreken die gegevens echter — zoals in dit geval — dan staat het evenredigheidsbeginsel er niet aan in de weg dat aanvullend bewijs wordt verlangd. Belanghebbende bracht ter onderbouwing twee overeenkomsten, getuigenverklaringen en een kasboek in, maar dit bleek onvoldoende om de werkelijkheid van de gestelde dienstverlening aan te tonen. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond voor zover deze betrekking hadden op de opgelegde boetes — die werden verlaagd tot respectievelijk € 1.405 (2019) en € 2.241 (2020) — maar liet de naheffingsaanslagen zelf in stand. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het hof. De uitspraak consolideert bestaande rechtspraak en heeft beperkte precedentwerking, maar onderstreept het belang van gedegen bewijs bij informele leveranciersrelaties.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden