Belastingcorrecties ondernemer deels terecht wegens ontbrekende facturen
ECLI:NL:GHSHE:2026:1854, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-07-2026, 25/781 tot en met 25/784
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Naheffingsaanslagen omzetbelasting. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij recht heeft op aftrek van omzetbelasting. De facturen bevatten gebreken en belanghebbende kan ook geen ander toereikend bewijs verschaffen dat duidelijkheid geeft over de aan de eenmanszaak verrichte diensten. Aanslagen IB/PVV en ZVW. De aanslagen worden gedeeltelijk verminderd omdat belanghebbende in hoger beroep facturen heeft overgelegd ter onderbouwing van de gestelde kosten. Verzuimboete 67c AWR. De verzuimboete wordt vernietigd. Vergrijpboetes 67f AWR. De inspecteur heeft overtuigend bewezen dat sprake is van grove schuld van belanghebbende.
Kern van de zaak
Een ondernemer (belanghebbende) werd geconfronteerd met correcties op zijn aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting over 2018 en 2019. De Belastingdienst weigerde aftrek van diverse bedrijfskosten en inkoopkosten omdat onderliggende facturen en specificaties niet waren aangeleverd. Het geschil betreft de rechtmatigheid van deze correcties en de opgelegde naheffingsaanslagen en vergrijpboete.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst lijkt het hof te oordelen over de toelaatbaarheid van de door de inspecteur aangebrachte correcties op bedrijfskosten en omzetbelasting. De beslissing is onvolledig weergegeven in de aangeleverde tekst, maar de overwegingen tonen dat kostenaftrek wordt geweigerd waar geen bescheiden zijn overgelegd, terwijl gedeeltelijke aftrek wordt toegestaan waar facturen wel zijn aangeleverd (factuur 19001, € 1.652).
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk geschil over kostenaftrek en administratieplicht van één ondernemer, zonder nieuwe rechtsvragen of precedentwerking; de bedragen zijn beperkt en de toepassing van bestaande regels is routinematig.
Belangrijkste punten
- 1Bedrijfskosten 2018 (€ 4.475) volledig gecorrigeerd wegens ontbreken van specificaties en onderliggende facturen
- 2Bedrijfskosten 2019 (€ 1.100) volledig gecorrigeerd op dezelfde grond
- 3Inkoopkosten 2019: gedeeltelijke aftrek toegestaan (€ 1.652 van € 2.121) op basis van aangeleverde factuur 19001; restant niet aftrekbaar
- 4Naheffingsaanslag omzetbelasting 2018 bedraagt € 9.086 en over 2019 € 906, naast een vergrijpboete omzetbelasting
- 5Belastbare winst uit onderneming 2018 wordt naar aanleiding van het onderzoek verminderd van € 57.389 naar € 56.145
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bewijslastverdeling bij kostenaftrek: de belastingplichtige ondernemer dient deugdelijke bescheiden te overleggen om recht op aftrek te onderbouwen, bij gebreke waarvan de inspecteur de aftrek mag weigeren. Dit sluit aan bij vaste jurisprudentie over de administratie- en bewaarplicht (art. 52 AWR).
Praktische impact
Voor de ondernemer betekent dit dat een aanzienlijk deel van de opgevoerde kosten niet aftrekbaar wordt geacht, resulterend in hogere belastingaanslagen en een vergrijpboete over de niet-verantwoorde omzetbelasting. Het belang van een volledige en tijdige administratievoering wordt hiermee onderstreept.
Onderwerp-impact
Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf worden herinnerd aan het cruciale belang van het bewaren en tijdig overleggen van facturen en specificaties tijdens boekenonderzoeken; het ontbreken hiervan leidt direct tot weigering van kostenaftrek en mogelijke boetes.
Samenvatting
In deze procedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de belastingaanslagregeling van een ondernemer over de jaren 2018 en 2019 centraal. Naar aanleiding van een boekenonderzoek bracht de Belastingdienst meerdere correcties aan op de aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting van belanghebbende. De kern van het geschil is dat de inspecteur diverse opgevoerde bedrijfskosten en inkoopkosten niet accepteerde, omdat de ondernemer geen onderliggende facturen of specificaties kon overleggen. Voor de bedrijfskosten 2018 (€ 4.475) en 2019 (€ 1.100) werden de volledige bedragen gecorrigeerd. Bij de inkoopkosten 2019 werd een gedeeltelijke aftrek van € 1.652 toegestaan op basis van factuur 19001, terwijl het resterende bedrag werd gecorrigeerd wegens het ontbreken van bescheiden. De belastbare winst uit onderneming over 2018 werd als gevolg van het onderzoek verminderd van € 57.389 naar € 56.145. Daarnaast werden naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd: € 9.086 over 2018 en € 906 over 2019, alsmede een vergrijpboete omzetbelasting. Belanghebbende betwistte onder meer de twijfels over facturen van A BV, stellende dat aan de betalingen overeenkomsten ten grondslag lagen en dat meerdere personen in Nederland, België en Spanje bij de transacties aanwezig waren geweest. De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van het hof niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de overwegingen is echter duidelijk dat de bewijslastverdeling doorslaggevend is: de ondernemer draagt de last te bewijzen dat kosten zakelijk zijn en dient daartoe deugdelijke bescheiden te overleggen. Het niet voldoen aan deze administratieverplichting rechtvaardigt weigering van aftrek. De zaak heeft beperkte precedentwaarde maar illustreert de praktische gevolgen van onvolledige administratie bij een boekenonderzoek.