Verzuimboete IB/PVV 2016 vernietigd door rechtbank, inspecteur in hoger beroep
ECLI:NL:GHSHE:2026:1853, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-07-2026, 24/1806
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)67a AWR. De verzuimboete voor het niet doen van aangifte is terecht opgelegd. Het niet ontvangen van de aanmaning tot het doen van aangifte komt voor rekening en risico van belanghebbende, nu hij wetende dat hij gedurende langere tijd regelmatig aan hem verzonden poststukken niet ontvangt, geen verdere actie heeft ondernomen om bereikbaar te zijn voor de ontvangst van poststukken.
Kern van de zaak
Een in Duitsland wonende belastingplichtige ontving een ambtshalve aanslag IB/PVV 2016 met een verzuimboete van €369. Na een reeks bezwaar- en verminderingsprocedures vernietigde de rechtbank de verzuimboete, waarna de inspecteur in hoger beroep ging bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Beslissing van de rechter
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boetebeschikking bij de aanslag IB/PVV 2016 betreft en vernietigde die boetebeschikking; het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard. De inspecteur heeft hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging van de verzuimboete; de uitspraak van het hof zelf is op basis van de beschikbare tekst onvolledig weergegeven.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief geringe verzuimboete in een individuele belastingzaak zonder aanwijzingen voor richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking en de tekst is bovendien onvolledig.
Belangrijkste punten
- 1Ambtshalve aanslag IB/PVV 2016 opgelegd aan in Duitsland woonachtige belanghebbende, vergezeld van een verzuimboete van €369 en belastingrente van €1.150.
- 2Eerste bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van gronden; het geschrift werd als verzoek om ambtshalve vermindering behandeld.
- 3Na een tweede aangifte en bezwaar heeft de inspecteur de aanslag en belastingrente ambtshalve verminderd maar de verzuimboete gehandhaafd.
- 4Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde de boetebeschikking bij de aanslag IB/PVV 2016 en verklaarde het beroep op dat punt gegrond.
- 5De inspecteur heeft hoger beroep ingesteld; de volledige motivering van het hof ontbreekt in de aangeleverde tekst (uitspraak onvolledig).
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak betreft de rechtmatigheid van een verzuimboete bij een ambtshalve aanslag en de vraag of een bezwaar na een verzoek om ambtshalve vermindering ontvankelijk is; de uitkomst raakt de grenzen van de bezwaar- en verminderingsprocedure in het belastingrecht. De volledige juridische impact van de hofuitspraak kan niet worden vastgesteld omdat de uitspraak in de aangeleverde tekst onvolledig is.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige betekent de vernietiging van de boetebeschikking door de rechtbank dat de verzuimboete van €369 is komen te vervallen, al hangt de einduitkomst af van de hofprocedure. Voor in het buitenland wonende belastingplichtigen benadrukt de zaak het belang van tijdig indienen van bezwaargronden om niet-ontvankelijkheid te voorkomen.
Onderwerp-impact
In belastingzaken met buitenlandse belastingplichtigen en ambtshalve aanslagen verduidelijkt deze procedure de procesrechtelijke risico's rondom termijnen en de kwalificatie van ingediende stukken als bezwaar dan wel verzoek om ambtshalve vermindering.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil tussen de Belastingdienst en een in Duitsland wonende belastingplichtige over een verzuimboete van €369 die was opgelegd bij een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2016. Na het opleggen van de aanslag diende belanghebbende een aangifte in en maakte pro-forma bezwaar, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet tijdig werden ingediend. De inspecteur behandelde het ingediende stuk vervolgens als een verzoek om ambtshalve vermindering en wees dit af. Vervolgens diende belanghebbende een nieuwe aangifte en een nieuw bezwaarschrift in. De inspecteur verminderde daarop de aanslag en de belastingrente ambtshalve, maar handhaafde de verzuimboete. Het bezwaar tegen die beslissing werd ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boetebeschikking betrof, vernietigde de uitspraak op bezwaar over de boete en vernietigde de boetebeschikking zelf. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard. De inspecteur liet het hier niet bij en stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De kern van het geschil in hoger beroep spitst zich toe op de vraag of de rechtbank de verzuimboete terecht heeft vernietigd. De beschikbare tekst van de hofuitspraak is echter onvolledig, waardoor de definitieve beslissing en motivering van het hof niet volledig kunnen worden beoordeeld. De zaak illustreert de procedurele complexiteit rondom bezwaartermijnen, de kwalificatie van ingediende stukken en de reikwijdte van ambtshalve vermindering, met name in grensoverschrijdende situaties waarbij belastingplichtigen in het buitenland wonen.