JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1800Middel38/100

Duits pensioenfondsvehikel krijgt geen teruggaaf Nederlandse dividendbelasting

ECLI:NL:GHSHE:2026:1800, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-07-2026, 25/1366 en 25/1367

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 8 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1366 en 25/1367
Belastingrecht
Verzekering
Financiele Dienstverlening
Teruggaaf
Dividendbelasting
Grensoverschrijdend
Sondervermogen
Pensioenfonds

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.

Kern van de zaak

Een Duits Publikum Sondervermögen (beleggingsvehikel voor kerkelijke pensioenfondsen) verzocht teruggaaf van 15% Nederlandse dividendbelasting over 2018 en 2019. De inspecteur wees de verzoeken af. Na ongegrondverklaring door de rechtbank Zeeland-West-Brabant stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De doorslaggevende reden is niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst, maar het hof heeft de zaak zonder zitting afgedaan, wat wijst op een bevestiging van het oordeel dat het beleggingsvehikel geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak raakt een relevante praktijkvraag rond teruggaaf van dividendbelasting voor buitenlandse beleggingsvehikels van pensioenfondsen, maar heeft een beperkt bereik omdat de volledige motivering ontbreekt in de beschikbare tekst en het een hofarrest betreft zonder cassatieuitspraak.

Belangrijkste punten

  • 1Belanghebbende is een Duits Publikum Sondervermögen met vier Spezial Sondervermögens als participanten, elk met een kerkelijk pensioenfonds als achterliggende participant die in Duitsland zijn vrijgesteld van belastingheffing.
  • 2Op Nederlandse dividenden werd per saldo 15% dividendbelasting ingehouden; belanghebbende verzocht teruggaaf voor de boekjaren 2018 en 2019.
  • 3Belanghebbende heeft geen vaste inrichting in Nederland voor de vennootschapsbelasting, wat relevant is voor de kwalificatie en het recht op teruggaaf.
  • 4Zowel de inspecteur als de rechtbank wezen het verzoek om teruggaaf af; het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
  • 5De zaak is zonder zitting afgedaan, nu beide partijen daarvan hebben afgezien, wat duidt op een rechtsvraag die zich leent voor schriftelijke afdoening.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat buitenlandse beleggingsvehikels die optreden als tussenschakel voor vrijgestelde pensioenfondsen niet zonder meer aanspraak kunnen maken op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. De exacte juridische grondslag is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar.

Praktische impact

Voor het Duits Sondervermögen betekent dit dat de ingehouden dividendbelasting over 2018 en 2019 niet wordt terugbetaald, met mogelijk aanzienlijke financiële gevolgen voor de achterliggende kerkelijke pensioenfondsen.

Onderwerp-impact

Voor de financiële sector en grensoverschrijdende beleggingsstructuren met (kerkelijke) pensioenfondsen als achterliggende participanten bevestigt deze uitspraak de uitdagingen bij het claimen van verdragsvoordelen via beleggingsvehikels.

Samenvatting

In deze belastingzaak stond centraal of een Duits Publikum Sondervermögen – een beleggingsvehikel dat fungeert als paraplu voor vier Spezial Sondervermögens waarachter kerkelijke pensioenfondsen schuilgaan – recht heeft op teruggaaf van in Nederland ingehouden dividendbelasting. De kerkelijke pensioenfondsen zijn in Duitsland vrijgesteld van belastingheffing, en op dividenden ontvangen van Nederlandse vennootschappen werd per saldo 15% Nederlandse dividendbelasting ingehouden over de boekjaren 2018 en 2019. Belanghebbende heeft geen vaste inrichting in Nederland voor de vennootschapsbelasting. Nadat de inspecteur de teruggaafverzoeken had afgewezen en het bezwaar ongegrond had verklaard, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd de zaak schriftelijk afgedaan, nu beide partijen hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van hun recht op een zitting. Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en daarmee de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De volledige motivering van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet kenbaar, maar de uitkomst bevestigt dat de tussenschakelstructuur via het Sondervermögen onvoldoende grond biedt voor teruggaaf van de Nederlandse dividendbelasting. Dit is juridisch relevant voor de praktijk van grensoverschrijdende beleggingsstructuren waarbij vrijgestelde pensioenfondsen via buitenlandse vehikels in Nederlandse aandelen beleggen. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 21 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden