Belastinginspecteur geschoonde stukken onvoldoende transparant overgelegd
ECLI:NL:GHSHE:2026:1794, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-07-2026, 25/625 en 25/626 GHK
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tussenuitspraak geheimhoudingskamer (artikel 8:29 Awb). Het verzoek wordt toegewezen omdat de door de inspecteur aangevoerde reden voor geheimhouding, de privacy van derden, in dit geval aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang dat belanghebbende stelt te hebben bij kennisneming van deze gegevens. Het hof grijpt deze tussenuitspraak aan om te wijzen op artikel 4 van de Procesregeling met richtlijnen en aanwijzingen voor het behandelen van bestuursrechtelijke zaken bij de belastingkamers van de gerechtshoven (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2024-37719.html) waarin is beschreven hoe de stukken dienen te worden aangeleverd in het geval van een verzoek om geheimhouding en/of beperkte kennisneming.
Kern van de zaak
Een belastinginspecteur legde in een belastingprocedure stukken over aan het hof, maar had deze op onduidelijke wijze geschoond (afgedekt of wit gemaakt) zonder vermelding van de reden van schoning. De geheimhoudingskamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch beoordeelde het verzoek tot geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft geoordeeld dat de wijze van schonen door de inspecteur onvoldoende transparant was en heeft afgezien van een herhaald verzoek tot overlegging. De doorslaggevende reden is dat de inspecteur stukken afdekte of wit maakte zonder in de kantlijn de reden voor schoning te vermelden, waardoor de geheimhoudingskamer voor een 'zoekplaatje' werd gesteld.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een procedurekwestie over de wijze van schonen van stukken in een individuele belastingzaak; de impact is relevant voor de belastingpraktijk maar heeft beperkte precedentwerking nu het een feitelijke beoordeling betreft op hof-niveau.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van artikel 8:42 lid 1 Awb is de inspecteur verplicht alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het hof te zenden.
- 2De verplichting tot overlegging strekt ertoe dat alle relevante feitelijke gegevens beschikbaar zijn voor zowel de rechter als de belanghebbende.
- 3Schoning van stukken dient op duidelijk zichtbare en transparante wijze te geschieden, met vermelding van de reden in de kantlijn.
- 4De inspecteur had stukken afgedekt of wit gemaakt zonder toelichting, wat als onvoldoende transparant werd beoordeeld door de geheimhoudingskamer.
- 5Het hof heeft in dit geval afgezien van een herhaald verzoek aan de inspecteur om de geschoonde stukken opnieuw en correct over te leggen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak benadrukt dat belastinginspecteurs bij het schonen van stukken strikt de procesregelgeving moeten volgen en transparant moeten zijn over de reden van schoning, op straffe van procedurele consequenties. Artikel 8:29 Awb biedt slechts beperkte ruimte voor geheimhouding en vergt een deugdelijke motivering.
Praktische impact
Belastingplichtigen worden beschermd doordat de rechter streng toetst of de inspecteur stukken op de juiste wijze heeft overgelegd en geschoond. Inspecteurs dienen voortaan bij schoning duidelijk en kenbaar te maken welke informatie wordt weggelaten en waarom.
Onderwerp-impact
Voor overheidsprocedures in belastingzaken heeft deze uitspraak directe betekenis: fiscale autoriteiten moeten hun werkwijze bij het overleggen van geschoonde stukken aanpassen aan de eisen van transparantie en procesorde.
Samenvatting
In deze procedure bij de geheimhoudingskamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stond de vraag centraal of de belastinginspecteur op rechtmatige en transparante wijze gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid om stukken geschoond over te leggen op grond van artikel 8:29 Awb. De inspecteur is op grond van artikel 8:42 lid 1 Awb verplicht alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het hof te overleggen. Deze verplichting dient ertoe dat zowel de rechter als de belanghebbende kunnen beschikken over alle relevante feitelijke gegevens die aan de besluitvorming ten grondslag hebben gelegen of daarvoor relevant kunnen zijn. Geheimhouding van (delen van) stukken is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, en de wijze van schoning dient transparant en kenbaar te zijn: zichtbaar geschoond, met vermelding van de reden in de kantlijn. In dit geval had de inspecteur stukken geschoond door informatie af te dekken of wit te maken, zonder daarbij in de kantlijn aan te geven waarom bepaalde passages waren weggelaten. Dit leidde ertoe dat de geheimhoudingskamer feitelijk voor een zoekplaatje werd gesteld: het was niet duidelijk wat was weggelaten en op welke grond. Het hof oordeelde dat deze handelwijze niet voldeed aan de eisen die de Procesregeling stelt aan het schonen van stukken. Vanwege de onvoldoende transparante werkwijze van de inspecteur heeft het hof er in dit geval van afgezien om de inspecteur te verzoeken de geschoonde stukken nogmaals en op correcte wijze over te leggen. De uitspraak onderstreept het belang van zorgvuldigheid en transparantie bij het schonen van processtukken in belastingprocedures, en maakt duidelijk dat gebrekkige schoning procedurele consequenties kan hebben voor de inspecteur.