Hoofdverblijf kind bij moeder 1 ondanks eerder raadsadvies
ECLI:NL:GHSHE:2026:1649, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-06-2026, 200.345.105_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beslissing over hoofdverblijfplaats. Het hof vernietigt de beslissing over de hoofdverblijfplaats en bepaalt deze bij de andere moeder.
Kern van de zaak
Twee moeders strijden om de hoofdverblijfplaats van een minderjarige jongen. De procedure loopt al lange tijd en de Raad voor de Kinderbescherming deed meerdere onderzoeken. Bijzondere curatoren adviseren afwijkend van het meest recente raadsadvies.
Beslissing van de rechter
Het hof dient een beslissing te nemen over de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, waarbij de bijzondere curatoren adviseren de hoofdverblijfplaats bij moeder 1 te bepalen, afwijkend van het eerdere raadsadvies voor moeder 2. Doorslaggevend zijn het gebrek aan eerlijkheid van moeder 2 over de juridische situatie van een halfbroertje, de emotionele band van het kind met moeder 1 en het feit dat het kind daar zowel een biologisch als juridisch broertje heeft.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele gezagszaak zonder precedentwerking; de uitkomst is sterk feitelijk bepaald en heeft beperkte bredere juridische betekenis.
Belangrijkste punten
- 1Bijzondere curatoren adviseren hoofdverblijf bij moeder 1, in afwijking van het meest recente raadsadvies dat moeder 2 aanwees
- 2Moeder 2 heeft niet eerlijk gecommuniceerd over de juridische status van een halfbroertje, wat twijfel zaait over verdere openheid
- 3Het kind heeft uitsluitend bij moeder 1 een biologisch én juridisch broertje, wat bijdraagt aan de voorkeur van de curatoren
- 4Beide ouders spreken negatief over elkaar en hebben begeleiding nodig ongeacht de gekozen hoofdverblijfplaats
- 5De procedure loopt al zeer lang; het hof moet een knoop doorhakken in dit complexe en evenwichtige dossier
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert dat gebrek aan processuele eerlijkheid van een ouder over juridisch relevante feiten zwaar kan wegen bij de beoordeling van de hoofdverblijfplaats. Het afwijken van een raadsadvies op basis van het advies van bijzondere curatoren benadrukt de zelfstandige rol van die curatoren.
Praktische impact
Voor de minderjarige betekent de beslissing duidelijkheid over zijn dagelijks verblijf na een lange periode van onzekerheid; beide ouders worden geconfronteerd met de noodzaak van hulpverlening om negatieve communicatie te stoppen.
Onderwerp-impact
In familiezaken met meerdere moederfiguren en samengestelde gezinnen bevestigt deze zaak dat de rechter alle belangen zorgvuldig weegt en processuele (on)eerlijkheid meeweegt bij de vaststelling van het hoofdverblijf.
Samenvatting
Deze zaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreft een langlopend geschil tussen twee moeders over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige jongen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft drie keer onderzoek verricht en in het meest recente rapport geadviseerd het kind bij moeder 2 te laten wonen. De bijzondere curatoren die door het hof zijn aangesteld, komen echter tot een ander advies en bevelen aan de hoofdverblijfplaats bij moeder 1 te bepalen. De bijzondere curatoren baseren hun afwijkend advies op meerdere overwegingen. Ten eerste hebben zij waargenomen dat de jongen 'stralend' kijkt als hij over moeder 1 en zijn broertje spreekt, wat wijst op een sterke emotionele band. Ten tweede is bij moeder 1 een omgeving aanwezig waar alle kinderen welkom zijn, terwijl de partner van moeder 2 expliciet heeft verklaard er geen extra kind bij te willen. Cruciaal is voorts dat het kind uitsluitend bij moeder 1 een biologisch én juridisch broertje heeft, een omstandigheid die de curatoren zwaar laten wegen. Een bijzonder punt van kritiek betreft het gebrek aan eerlijkheid van moeder 2 over de juridische status van een halfbroertje. Voor zowel moeder 2 als haar advocaat had het duidelijk moeten zijn dat dit voor het hof essentiële informatie was. Dit wantrouwen heeft de bijzondere curatoren doen twijfelen aan de algehele openheid van moeder 2. De curatoren constateren verder dat beide moeders negatief over elkaar spreken en dat geen van beiden duidelijk meer ruimte biedt aan de andere ouder. Begeleiding is voor beide ouders noodzakelijk, ongeacht de uitkomst van de hoofdverblijfplaatsvraag. Het hof staat voor de taak om na een lange procedure een definitieve beslissing te nemen in een zaak die door alle betrokken instanties als een wezenlijk dilemma wordt omschreven.