JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1462Middel35/100

Salary split luchtvaartwerknemer: beperkte voorkoming dubbele belasting

ECLI:NL:GHSHE:2026:1462, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/1910

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 3 juni 2026Publicatie: 4 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1910
Belastingrecht
Internationaal privaatrecht
Arbeidsrelaties
Financiele Dienstverlening
Transport
Inkomstenbelasting
Salary Split
Dubbele Belasting
Luchtvaartsector
Artikel 15 Belastingverdrag

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende stelt dat hij vertrouwen kan ontlenen aan een brief van de Belastingdienst over de wijze van berekenen van aan het buitenland toe te wijzen arbeidsinkomsten. Het hof oordeelt dat belanghebbende geen beroep op het vertrouwensbeginsel toekomt en baseert dat op de tekst van de brief en op het feit dat de gestelde toezegging een ander artikellid van artikel 15 van het belastingverdrag met Italië betrof.

Kern van de zaak

Een werknemer in de luchtvaartsector heeft aangifte IB 2018 gedaan en verzocht om volledige voorkoming van dubbele belasting over zijn buitenlandse inkomsten. De inspecteur week af van de aangifte en verleende slechts voorkoming over 20% van het buitenlandse inkomen, op basis van de zogenoemde salary split-methode. Belanghebbende is hiertegen in beroep gegaan.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft uitspraak gedaan in deze belastingzaak over de toepassing van de salary split bij een luchtvaartwerknemer voor het jaar 2018. De doorslaggevende reden is dat sinds de uitspraak van 18 januari 2019 de salary split-methode vaststaande jurisprudentie is, waarbij de belastingplichtige aannemelijk moet maken welk deel van zijn werkzaamheden in het grondgebied van een verdragsland is verricht om voor evenredige voorkoming van dubbele belasting in aanmerking te komen.

35van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaande jurisprudentie toe en stelt geen nieuwe rechtsregels, maar is relevant voor de luchtvaartsector vanwege de verduidelijking van de bewijslastverdeling bij salary split-situaties. De tekst van de uitspraak is slechts gedeeltelijk beschikbaar, wat de beoordeling enigszins beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1De salary split-methode is van toepassing op luchtvaartmedewerkers waarbij artikel 15 lid 3 van het belastingverdrag niet kan worden toegepast.
  • 2Voorkoming van dubbele belasting wordt op basis van artikel 15 lid 1 slechts verleend naar rato van de werkzaamheden verricht in of op het grondgebied van het betreffende verdragsland.
  • 3De bewijslast ligt bij de belastingplichtige: hij dient aannemelijk te maken welk deel van zijn werkzaamheden in welk land is verricht.
  • 4De inspecteur verhoogde het belastbaar inkomen uit werk en woning van € 80.647 naar € 150.666 en verleende slechts 20% voorkoming van dubbele belasting.
  • 5De uitspraak van 18 januari 2019 geldt als vaststaande jurisprudentie voor alle aanslagen die nog niet onherroepelijk vaststaan.

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de salary split-methode op luchtvaartpersoneel en verduidelijkt dat de bewijslast voor de geografische toerekening van werkzaamheden bij de belastingplichtige ligt. Dit sluit aan bij bestaande jurisprudentie vanaf 2019.

Praktische impact

Luchtvaartmedewerkers die aanspraak maken op voorkoming van dubbele belasting moeten nauwkeurig bijhouden en kunnen aantonen welk deel van hun vluchten boven of vanuit welk verdragsland is uitgevoerd, om een hogere voorkoming te realiseren.

Onderwerp-impact

Voor de luchtvaartsector betekent dit dat werknemers en werkgevers een gedegen registratie moeten bijhouden van de geografische spreiding van werkzaamheden, wat administratief belastend kan zijn bij internationale vluchten.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de fiscale behandeling van een werknemer in de luchtvaartsector centraal voor het belastingjaar 2018. Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting en verzocht om volledige voorkoming van dubbele belasting over zijn buitenlandse inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking van € 83.842. De inspecteur week echter af van de aangifte en stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op € 150.666, waarbij slechts 20% voorkoming van dubbele belasting werd verleend. De kern van het geschil is de toepassing van de zogenoemde salary split-methode. Op grond van artikel 15 lid 1 van het toepasselijke belastingverdrag wordt het heffingsrecht over arbeidsinkomen verdeeld naar de geografische locatie waar de werkzaamheden feitelijk zijn verricht. Artikel 15 lid 3, dat een bijzondere regeling kent voor luchtvaartpersoneel, is in dit geval niet van toepassing verklaard. Sinds een richtinggevende uitspraak van 18 januari 2019 geldt de salary split als vaststaande jurisprudentie voor deze categorie belastingplichtigen. Het hof bevestigt dat de bewijslast bij de belastingplichtige ligt: hij dient aannemelijk te maken welk deel van zijn werkzaamheden is verricht in of op het grondgebied van het betreffende verdragsland. Alleen dat gedeelte komt in aanmerking voor voorkoming van dubbele belasting. Belanghebbende is daarin kennelijk onvoldoende geslaagd, waardoor de inspecteur terecht beperkte voorkoming verleende. De uitspraak illustreert de praktische uitdagingen voor luchtvaartpersoneel bij het aantonen van de geografische spreiding van werkzaamheden en onderstreept het belang van een nauwkeurige registratie.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1305Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1305, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01917

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1244Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1244, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02706

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied