JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1454Laag18/100

Hoger beroep niet-ontvankelijk na ontbinding belastingplichtige NV

ECLI:NL:GHSHE:2026:1454, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 24/514

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 3 juni 2026Publicatie: 4 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/514
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Faillissement
Niet Ontvankelijkheid
Navorderingsaanslag
Vennootschapsbelasting
Ontbonden Rechtspersoon
Procesvertegenwoordiging

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Navorderingsaanslag Vpb opgelegd aan een Curaçaose vennootschap die is ontbonden door de KvK te Curaçao. Direct na de ontbinding heeft de vereffenaar verklaard dat geen aan hem bekende baten aanwezig zijn. De vennootschap is niet opgehouden te bestaan omdat de verklaring van de vereffenaar niet juist is en deze ook niet is gepubliceerd in de Landscourant. Alleen de vereffenaar is bevoegd om de vennootschap na haar ontbinding te vertegenwoordigen. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk omdat het niet door of namens de vereffenaar is ingesteld.

Kern van de zaak

Een NV (belanghebbende) ontving een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2017. Na ongegrondverklaring van het bezwaar werd beroep ingesteld, dat de rechtbank niet-ontvankelijk verklaarde. Het advocatenkantoor stelde hoger beroep in, maar trok zich terug nadat de oud-bestuurder was overleden en geen erfgenamen zich meldden.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt het hoger beroep in een situatie waarbij de rechtspersoon reeds is ontbonden, de gemachtigde zich heeft teruggetrokken, de oud-bestuurder is overleden en niemand namens belanghebbende is verschenen. De doorslaggevende reden is dat de NV als rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan zonder bekende baten of vertegenwoordigers, waardoor verdere procesvoering feitelijk onmogelijk is.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een sterk feitelijk bepaalde procedurekwestie rondom een ontbonden NV zonder baten of vertegenwoordigers; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de precedentwerking is beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1De NV werd op 3 maart 2020 ontbonden door de Kamer van Koophandel wegens het ontbreken van baten, waarna de vereffenaar dit bij het handelsregister deponeerde.
  • 2Het advocatenkantoor trok zich als gemachtigde terug nadat de oud-bestuurder was overleden en geen erfgenamen zich kenbaar maakten.
  • 3Het hof liet een oproep plaatsen in de Staatscourant (23 december 2025) voor eventuele belanghebbenden, maar niemand reageerde.
  • 4De rechtbank had het beroep al niet-ontvankelijk verklaard; in hoger beroep ontbreekt iedere partijvertegenwoordiging aan de kant van belanghebbende.
  • 5De navorderingsaanslag Vpb 2017 en de beschikking belastingrente staan inhoudelijk niet ter beoordeling nu processuele ontvankelijkheidsvragen domineren.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de processuele complicaties die ontstaan wanneer een rechtspersoon gedurende een belastingprocedure ophoudt te bestaan zonder rechtsopvolger: de vraag rijst of en hoe het geding kan worden voortgezet of beëindigd. Dit raakt aan de regels over procesbekwaamheid en vertegenwoordiging in het belastingprocesrecht.

Praktische impact

Voor de oud-bestuurder (inmiddels overleden) en eventuele erfgenamen heeft de zaak geen praktische gevolgen meer, nu niemand zich heeft gemeld. De inspecteur staat voor de vraag of de navorderingsaanslag nog inbaar of relevant is nu de NV niet meer bestaat.

Onderwerp-impact

Voor vennootschappen in liquidatie onderstreept deze zaak het belang van een zorgvuldige afwikkeling van lopende belastingprocedures vóór ontbinding, om te voorkomen dat aanslagen en rechtsmiddelen in een processueel vacuüm belanden.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2017, opgelegd aan een NV die inmiddels is ontbonden. De NV werd op 3 maart 2020 door de Kamer van Koophandel ontbonden wegens het ontbreken van baten, waarna de vereffenaar een verklaring deponeerde bij het handelsregister en de rechtspersoon ophield te bestaan. Desondanks was eerder namens de NV bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslag, gevolgd door beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het advocatenkantoor stelde vervolgens namens en op naam van de NV hoger beroep in bij het hof. Voorafgaand aan de zitting van 6 februari 2026 deelde het advocatenkantoor mee dat de oud-bestuurder van de NV was overleden, dat geen erfgenamen zich bekend hadden gemaakt en dat het kantoor zich als gemachtigde terugtrok. Teneinde toch eventuele belanghebbenden de kans te geven zich te melden, liet het hof een oproep plaatsen in de Staatscourant van 23 december 2025. Op deze oproep reageerde niemand; ter zitting verscheen uitsluitend de inspecteur met vier vertegenwoordigers. De centrale juridische vraag is hoe het geding kan worden voortgezet of afgewikkeld wanneer de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan, de gemachtigde zich heeft teruggetrokken, de enige bekende bestuurder is overleden en geen erfgenamen of andere rechtsopvolgers zich melden. De processuele positie van een ontbonden rechtspersoon zonder vertegenwoordiging vormt de kern van het geschil. De inhoudelijke vraag over de rechtmatigheid van de navorderingsaanslag en de belastingrente komt daardoor niet aan bod. De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige en zorgvuldige procesrechtelijke afwikkeling bij de ontbinding van rechtspersonen die nog verwikkeld zijn in fiscale procedures.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1016Hoog
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1016, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00129

Hoge Raad10 jul 2026Financiele DienstverleningOverheid
58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied