Forensenbelasting ondanks emotionele band met tweede woning
ECLI:NL:GHSHE:2026:1452, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-06-2026, 25/171 en 25/173
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Belanghebbende is eigenaar van het voormalige ouderlijke huis in [plaats 2]. Zij stond niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen op dat adres, maar op een adres in [plaats 1] waar zij woonde en werkte. De heffingsambtenaar heeft aanslagen forensenbelasting opgelegd. Het hof is van oordeel dat deze aanslagen terecht zijn opgelegd. Het hoofdverblijf van belanghebbende is in [plaats 1], aangezien zij daar duurzaam verblijft en ook haar werk heeft. Het hof is voorts van oordeel dat geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM of artikel 1 Eerste Protocol. Het hof ziet ook geen reden om de heffing te beperken tot het bedrag dat de gemeente Terneuzen misloopt uit het Gemeentefonds vanwege het feit dat belanghebbende niet als inwoner in de gemeente is ingeschreven.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige woont en werkt in plaats 1, maar onderhoudt ook een woning in plaats 2 (voormalig ouderlijk huis). De gemeente heft forensenbelasting omdat zij haar hoofdverblijf niet in die gemeente heeft. Zij bestrijdt dit met een beroep op het EVRM.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof oordeelt dat de forensenbelasting terecht is opgelegd en verwerpt de EVRM-bezwaren. Doorslaggevend is dat belanghebbende haar hoofdverblijf in plaats 1 heeft op grond van duurzaam verblijf en werk aldaar, en dat het heffen van forensenbelasting geen ontoelaatbare inbreuk op artikel 8 EVRM of het Eerste Protocol vormt.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over forensenbelasting en het EVRM en voegt geen nieuwe rechtsnorm toe; de impact is beperkt tot de individuele belastingplichtige en vergelijkbare gevallen met emotionele binding aan een tweede woning.
Belangrijkste punten
- 1BRP-inschrijving is niet doorslaggevend voor het bepalen van het hoofdverblijf, maar kan wel een belangrijke aanwijzing zijn.
- 2Duurzaam verblijf en werk in één gemeente zijn bepalend voor de vaststelling van het hoofdverblijf.
- 3Forensenbelasting belemmert het aanhouden van meerdere woningen niet en vormt op zichzelf geen inbreuk op het recht op vrij wonen.
- 4Artikel 8 EVRM beschermt ook een tweede woning waarmee emotionele banden bestaan (arrest Demades EHRM), maar dat rechtvaardigt niet automatisch een belastingvrijstelling.
- 5Artikel 8 lid 2 EVRM biedt ruimte voor beperkingen, waaronder belastingheffing, mits aan de voorwaarden is voldaan.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat gemeenten forensenbelasting kunnen heffen op tweede woningbezitters die hun hoofdverblijf elders hebben, ook als zij een sterke emotionele band met de tweede woning hebben en zich op het Demades-arrest beroepen. Het EVRM staat aan dergelijke heffing niet in de weg.
Praktische impact
Eigenaren van een tweede woning die emotionele of historische bindingen hebben met die woning maar elders wonen en werken, kunnen niet aan forensenbelasting ontkomen door een beroep op artikel 8 EVRM.
Onderwerp-impact
Voor de praktijk rond gemeentelijke belastingen benadrukt de uitspraak dat feitelijk hoofdverblijf (duurzaam verblijf en werk) maatgevend is, en dat BRP-inschrijving en emotionele bindingen dit oordeel niet doorslaggevend kunnen beïnvloeden.
Samenvatting
In deze zaak staat de heffing van forensenbelasting door een gemeente centraal. De belastingplichtige woont en werkt al jarenlang in plaats 1, maar behoudt tevens een woning in plaats 2, het voormalige ouderlijk huis waarmee zij een sterke emotionele band heeft en dat uitsluitend door haar wordt bewoond. De gemeente heft forensenbelasting omdat belanghebbende niet haar hoofdverblijf in die gemeente heeft. Belanghebbende betwist zowel de vaststelling van het hoofdverblijf als de rechtmatigheid van de heffing in het licht van het EVRM. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stelt vast dat de BRP-inschrijving weliswaar een aanwijzing kan zijn, maar niet doorslaggevend is voor de bepaling van het hoofdverblijf. Op grond van het duurzame verblijf en de werkzaamheden in plaats 1 concludeert het hof dat het hoofdverblijf aldaar is gelegen. De forensenbelasting is daarmee terecht opgelegd. Ten aanzien van het EVRM-beroep verwerpt het hof beide gronden. De heffing van forensenbelasting belemmert een persoon niet om meerdere woningen in meerdere gemeenten aan te houden, zodat geen sprake is van een inbreuk op het recht op vrij wonen. Met betrekking tot artikel 8 EVRM erkent het hof, onder verwijzing naar het arrest Demades van het EHRM, dat het begrip 'woning' ruim moet worden uitgelegd en dat ook een tweede woning met emotionele betekenis daaronder kan vallen. Dit heeft echter geen automatische gevolgen voor de belastingplicht: artikel 8 lid 2 EVRM biedt de overheid ruimte om in te grijpen in dit recht, mits aan de daar gestelde voorwaarden is voldaan. Het hof concludeert dat de forensenbelasting die toets doorstaat. De uitspraak bevestigt zo de bestaande lijn dat gemeentelijke forensenbelasting de EVRM-toets kan doorstaan, ook wanneer de belastingplichtige een bijzondere band met de tweede woning heeft.