JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2026:1253Laag18/100

Verdachte veroordeeld voor meerdere drugsdealingen uit auto

ECLI:NL:GHSHE:2026:1253, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-04-2026, 20-002347-25

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 16 april 2026Publicatie: 18 mei 2026
Zaaknummer:20-002347-25
Strafrecht
Materieel strafrecht
Strafprocesrecht
Handhaving
Herkenning
Process Verbaal
Getuigenverklaring
Drugsdelict
Drugshandel
Verbalisantenherkenning
Bewijswaardering
Straathandel

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Opzettelijk aanwezig hebben van een middel op lijst I en het opzettelijk verkopen en/of afleveren en verstrekken en vervoeren van een middel op lijst I. Gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Kern van de zaak

Een verdachte wordt door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch berecht voor meerdere drugsdealingen (vermoedelijk cocaïne) vanuit zijn eigen auto op drie afzonderlijke data in oktober en november 2024/2025. De verdachte ontkent telkens zelf de bestuurder te zijn geweest en stelt zijn auto te hebben uitgeleend, maar weigert te zeggen aan wie.

Beslissing van de rechter

Het hof acht de ten laste gelegde feiten bewezen op basis van verbalisantenherkenning, getuigenverklaringen en omstandighedenbewijzen. De doorslaggevende reden is dat de verklaringen van verbalisanten die verdachte herkennen, ondersteund door getuigenverklaringen van afnemers en circumstantieel bewijs (zoals kleding), zwaarder wegen dan de onvoldoende onderbouwde ontkenningen van verdachte.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke strafrechtelijke beoordeling in hoger beroep zonder nieuwe rechtsvragen; de toegepaste bewijsregels zijn gevestigd en de zaak heeft geen precedentwerking buiten de specifieke feitenconstellatie.

Belangrijkste punten

  • 1Verbalisantenherkenning vormt voldoende bewijs indien goed onderbouwd in het proces-verbaal van bevindingen
  • 2De blote ontkenning van verdachte dat hij zijn auto had uitgeleend, zonder te willen noemen aan wie, wordt als onvoldoende onderbouwd terzijde geschoven
  • 3Getuigenverklaringen van drugskopende afnemers ondersteunen de waarnemingen van de verbalisanten
  • 4Circumstantieel bewijs (zelfde jas als beschreven vluchtende bestuurder, minuten later aangetroffen bij eigen auto) is meegewogen voor het derde feit
  • 5Het hof neemt de bewijsoverwegingen van de politierechter integraal over en maakt deze tot de zijne

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat rechterlijke herkenning door verbalisanten, mits voldoende beschreven in het proces-verbaal, als wettig en overtuigend bewijs kan dienen, ook zonder technisch of forensisch bewijs. De uitspraak illustreert voorts hoe omstandighedenbewijzen (signalement kleding, aanwezigheid bij voertuig) een ontbrekende directe herkenning kunnen compenseren.

Praktische impact

Voor verdachte betekent dit een veroordeling voor meerdere drugsdelicten, waarbij zijn verweer dat hij zijn auto had uitgeleend maar niet kan zeggen aan wie als ongeloofwaardig is beoordeeld. Dit benadrukt dat een verdachte een ontlastende verklaring voldoende concreet en verifieerbaar moet onderbouwen.

Onderwerp-impact

In de context van straathandel in verdovende middelen (cocaïne) bevestigt deze zaak dat stelselmatige observatie door verbalisanten en de combinatie van herkenning, getuigenverklaringen van afnemers en circumstantieel bewijs een solide bewijsconstructie oplevert bij de beoordeling van dealersactiviteiten.

Samenvatting

In deze strafzaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een verdachte terecht voor meerdere drugsdealingen vanuit zijn eigen auto op drie afzonderlijke data (30 oktober 2024, 8 november 2024 en 27 november 2025). Bij elk incident namen verbalisanten een drugsdeal waar vanuit de auto van verdachte; bij twee gelegenheden herkende dezelfde verbalisant verdachte als bestuurder, terwijl bij het derde incident de bestuurder wegvluchtte maar verdachte kort daarna werd aangetroffen bij zijn eigen auto, gekleed in dezelfde jas als de weggevluchte bestuurder. Getuigen die als afnemer optraden verklaarden cocaïne te hebben gekocht, en de aangetroffen middelen zijn indicatief getest. De centrale juridische vraag is of het bewijs voldoende is om verdachte als dader aan te merken, nu hij steeds ontkende de bestuurder te zijn geweest en stelde zijn auto te hebben uitgeleend zonder te willen zeggen aan wie. Het hof neemt de bewijsoverwegingen van de politierechter integraal over. Het oordeel is dat de verbalisantenherkenning voldoende concreet en gedetailleerd is beschreven in de processen-verbaal van bevindingen, en dat deze herkenning wordt ondersteund door de verklaringen van de getuige-afnemers. De blote stelling van verdachte dat hij zijn auto had uitgeleend, zonder enige onderbouwing of nader aanknopingspunt, wordt als onvoldoende beschouwd om twijfel te zaaien. Voor het derde feit geldt dat de combinatie van het signalement van de kleding van de vluchtende bestuurder en de aanwezigheid van verdachte in diezelfde kleding bij de auto enkele minuten later als voldoende circumstantieel bewijs wordt aangemerkt. Het hof acht de feiten daarmee bewezen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Strafrecht

ECLI:NL:HR:2026:762Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:762, Hoge Raad, 19-05-2026, 23/03823

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:759Laag
Strafrecht
Mensenrechten

ECLI:NL:HR:2026:759, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00563

Hoge Raad19 mei 2026HandhavingSchadevergoeding
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:760Laag
Strafrecht
Strafprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:760, Hoge Raad, 19-05-2026, 24/00562

Hoge Raad19 mei 2026Overheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:4756Laag
Strafrecht
Materieel strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:4756, Rechtbank Amsterdam, 18-05-2026, 13/166895-25

Rechtbank Amsterdam18 mei 2026OverheidAansprakelijkheid
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen