Systeemfout belastingdienst geen reden aanslag te vernietigen
ECLI:NL:GHSHE:2026:1241, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13-05-2026, 24/203
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Na drie aanslagen schenkbelasting met onjuiste tenaamstelling is een aanslag schenkbelasting met juiste tenaamstelling opgelegd. Systeemfout. Inspecteur heeft steeds pogingen gedaan om tot een juiste aanslagoplegging te komen. De heffingsbevoegdheid is nog niet uitgeput. Aanslag rechtsgeldig opgelegd. Akte van rectificatie opgemaakt na het overlijden van de beide bij de schenking betrokken partijen. Niet aannemelijk dat partijen bij de schenking hebben gedwaald. Beroep op dwaling afgewezen.
Kern van de zaak
Belanghebbende (erfgenaam van schenker en begiftigde) betwist een aanslag schenkbelasting wegens onjuiste tenaamstelling door een systeemfout bij de Belastingdienst. Subsidiair wordt een beroep gedaan op dwaling over de fiscale gevolgen van de schenking, waarbij geen rekening was gehouden met een vordering uit onderbedeling uit de nalatenschap van de vader.
Beslissing van de rechter
Het hof verwerpt zowel het primaire standpunt (vernietiging wegens onjuiste tenaamstelling) als beoordeelt het subsidiaire dwalingsverweer. De doorslaggevende reden voor afwijzing van het primaire standpunt is dat de inspecteur weliswaar met een systeemfout worstelde, maar geen ernstige onzorgvuldigheid kan worden verweten nu hij steeds pogingen deed om de tenaamstelling te corrigeren en uiteindelijk binnen de wettelijke termijn een correcte aanslag oplegde.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over behoorlijk bestuur en is sterk feitelijk van aard; zij bevestigt bekende normen zonder nieuwe rechtsregels te stellen.
Belangrijkste punten
- 1Een systeemfout bij de Belastingdienst die leidt tot onjuiste tenaamstelling van een aanslag, levert op zichzelf geen grond op voor vernietiging van de aanslag.
- 2Geen ernstige onzorgvuldigheid aangenomen omdat de inspecteur na ontdekking van de fout herhaaldelijk heeft gepoogd deze te herstellen en tijdig een correcte penaanslag heeft opgelegd.
- 3De norm voor vernietiging is dat het opleggen van een herstelde aanslag 'zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht' dat dit ontoelaatbaar is – die drempel werd niet gehaald.
- 4Subsidiair beroep op dwaling (art. 6:228 lid 1 sub c BW) over fiscale gevolgen van de schenking wegens niet-verrekening vordering uit onderbedeling; rechtbank oordeelde dat partijen zich bewust waren van de hoogte van de schenkbelasting.
- 5Akte van rectificatie d.d. 17 augustus 2021 door erfgenaam als rechtsopvolger van schenker en begiftigde opgemaakt om schenking neerwaarts aan te passen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een herstelbare administratieve systeemfout bij de Belastingdienst, mits tijdig en adequaat hersteld binnen de wettelijke termijn, niet leidt tot vernietiging van de aanslag wegens strijd met behoorlijk bestuur. De lat voor 'ernstige onzorgvuldigheid' ligt hoog.
Praktische impact
Belastingplichtigen kunnen een aanslag niet succesvol aanvechten louter op grond van een administratieve tenaamstellingsfout als de inspecteur aantoonbaar actief heeft geprobeerd deze te corrigeren en dat tijdig is gelukt.
Onderwerp-impact
In schenkbelastingzaken onderstreept deze uitspraak dat beroepen op dwaling over fiscale gevolgen kritisch worden getoetst, en dat een akte van rectificatie niet automatisch leidt tot verlaging van de heffingsgrondslag.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een aanslag schenkbelasting centraal die aanvankelijk een onjuiste tenaamstelling droeg als gevolg van een systeemfout bij de Belastingdienst. De belanghebbende – erfgenaam van zowel de schenker (moeder) als de begiftigde (zoon) – voerde primair aan dat deze fout, mede omdat zij mogelijk bij eerder onderzoek onderkend had kunnen worden, tot vernietiging van de aanslag moest leiden. Het hof volgt dit standpunt niet. Hoewel het hof erkent dat de fout wellicht bij bezwaar tegen de voorlopige aanslag ontdekt had kunnen worden, acht het niet bewezen dat de inspecteur dat ook daadwerkelijk had moeten en kunnen zien. Doorslaggevend is dat de inspecteur, zodra hij in de bezwaarfase tegen de definitieve aanslag de fout ontdekte, herhaaldelijk heeft geprobeerd de tenaamstelling te corrigeren. Hij werd daarin steeds belemmerd door dezelfde systeemfout, maar legde uiteindelijk wél tijdig een penaanslag op met de juiste tenaamstelling. Onder die omstandigheden is geen sprake van handelen dat zozeer indruist tegen behoorlijk bestuur dat herstel ontoelaatbaar moet worden geacht. Subsidiair deed belanghebbende een beroep op dwaling (art. 6:228 lid 1 sub c BW): moeder en zoon zouden bij het sluiten van de schenkingsovereenkomst hebben gedwaald over de fiscale gevolgen, meer in het bijzonder over de invloed van de onverrekende vordering uit onderbedeling – afkomstig uit de nalatenschap van vader – op de waarde van de schenking en daarmee op de schenkbelasting. Om dit te corrigeren werd op 17 augustus 2021 een akte van rectificatie opgemaakt. De rechtbank had dit verweer echter verworpen omdat partijen zich kennelijk bewust waren van de hoogte van de verschuldigde schenkbelasting. Het hof behandelt dit subsidiaire standpunt, maar de uitspraaktekst is op dit punt onvolledig, zodat over de finale beslissing hieromtrent enige onzekerheid bestaat.