Rijden onder invloed cannabis leidt tot rijontzegging
ECLI:NL:GHSHE:2026:1123, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-04-2026, 20-002000-25
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd. Het hof heeft het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 450,00 subsidiair 4 dagen hechtenis en aan hem een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 2 maanden met ene proeftijd van 2 jaren.
Kern van de zaak
Een verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabis (art. 8 lid 5 WVW 1994). Hij tekende hoger beroep aan, waarbij hij met name bezwaar maakte tegen de opgelegde onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, omdat hij voor zijn werk van zijn rijbewijs afhankelijk is (woonplaats in [woonplaats], werk in Zeeland).
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als overtreding van artikel 8, vijfde lid WVW 1994 en de verdachte strafbaar geoordeeld. De doorslaggevende reden voor handhaving van de sanctie is dat cannabis de rijvaardigheid beïnvloedt en de verdachte daarmee onaanvaardbare risico's voor de verkeersveiligheid heeft genomen; persoonlijke omstandigheden wegen hier onvoldoende tegenop.
Impactscore
LaagHet betreft een routinematige hoger beroepszaak over rijden onder invloed van cannabis, waarbij bestaande wetgeving en vaste jurisprudentie worden toegepast. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord of nieuwe rechtsnormen gesteld.
Belangrijkste punten
- 1Bewezenverklaard: rijden onder invloed van cannabis in strijd met art. 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994
- 2Het hof erkent de persoonlijke impact van de rijontzegging (werk in Zeeland, woon-werkverkeer), maar laat dit niet zwaarder wegen dan de verkeersveiligheid
- 3Cannabisgebruik beïnvloedt het bewustzijn en daarmee de rijvaardigheid; dit levert onaanvaardbaar risico op voor de bestuurder en medeweggebruikers
- 4Geen strafuitsluitingsgronden aanwezig voor het feit of de verdachte
- 5De uitspraak is gedeeltelijk onvolledig weergegeven; de exacte opgelegde sanctie blijkt niet volledig uit de beschikbare tekst
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat persoonlijke afhankelijkheid van een rijbewijs geen grond vormt om af te zien van een (onvoorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid bij rijden onder invloed van cannabis. De toepassing van art. 8 lid 5 WVW 1994 wordt hiermee herbevestigd in hoger beroep.
Praktische impact
Voor de verdachte betekent de uitspraak dat de onvoorwaardelijke rijontzegging in stand blijft, ondanks zijn afhankelijkheid van de auto voor werk. Andere automobilisten worden gewaarschuwd dat ook cannabis – naast alcohol – leidt tot strafrechtelijke vervolging en rijontzegging.
Onderwerp-impact
In het verkeers- en strafrechtelijke domein onderstreept deze uitspraak dat rijden onder invloed van cannabis consequent wordt bestraft met rijontzegging, ongeacht persoonlijke of professionele bezwaren van de verdachte.
Samenvatting
Op 15 april 2026 deed het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak in een strafzaak tegen een verdachte die in hoger beroep was gegaan tegen zijn veroordeling door de politierechter wegens rijden onder invloed van cannabis. De centrale vraag in hoger beroep betrof met name de opgelegde onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. De verdachte voerde aan dat deze maatregel voor hem bijzonder bezwarend is, omdat hij voor zijn werkzaamheden in Zeeland afhankelijk is van zijn rijbewijs, terwijl hij elders woont. Het hof oordeelde dat het bewezenverklaarde kwalificeert als overtreding van artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Bij de straftoemeting heeft het hof gelet op de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan, de persoon van de verdachte en de verhouding tot vergelijkbare strafbare feiten. Het hof overwoog dat het algemeen bekend is dat cannabisgebruik het bewustzijn en daarmee de rijvaardigheid beïnvloedt. Door desondanks een motorrijtuig te besturen, heeft de verdachte onaanvaardbare risico's genomen voor zijn eigen veiligheid én die van andere weggebruikers. De persoonlijke afhankelijkheid van het rijbewijs weegt hier onvoldoende tegenop. De exacte opgelegde sanctie is op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet volledig kenbaar – de beslissing lijkt afgebroken – maar het hof heeft de veroordeling en de bijbehorende rijontzegging in stand gelaten. De uitspraak bevestigt de consequente handhaving van het verbod op rijden onder invloed van cannabis en illustreert dat persoonlijke omstandigheden zelden afdoen aan de noodzaak van een rijontzegging bij dergelijke verkeersovertredingen.