Hoger beroep schenkbelasting 2017 gedeeltelijk behandeld
ECLI:NL:GHSHE:2026:1079, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-04-2026, 24/362
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof laat de aanslag schenkbelasting 2017 in stand. De herroeping van een eerdere schenking in 2009 aan de begiftigde, ondanks dat deze schenking is betrokken in een aanslag waarbij op grond van artikel 33, lid 1, onderdeel 5, SW de eenmalig vrij besteedbare verhoogde vrijstelling van € 22.760 is toegepast, geeft geen recht geeft op de gehele eigenwoningvrijstelling (artikel 33, onderdeel 5, letter c, SW) in 2017 van € 100.000
Kern van de zaak
Een dochter ontving in 2017 een schenking van €100.000 van haar vader voor de aankoop van een woning. De Belastingdienst legde een aanslag schenkbelasting op naar een belaste verkrijging van €69.790. Belanghebbende betwist de hoogte van de aanslag, mede in relatie tot een eerdere herroepelijke schenking uit 2009.
Beslissing van de rechter
De uitkomst van de hogerberoepsprocedure is op basis van de aangeleverde tekst niet volledig kenbaar; de tekst bevat slechts de feitelijke achtergrond en het procesverloop, maar niet de eindbeslissing van het hof. Op grond van de beschikbare informatie kan alleen worden vastgesteld dat de rechtbank het beroep eerder ongegrond verklaarde en dat belanghebbende hoger beroep heeft ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk en casuïstisch fiscaal geschil over schenkbelasting in een individueel geval zonder aanwijzingen van richtinggevende rechtsvragen; de impact is beperkt tot de directe betrokkenen.
Belangrijkste punten
- 1Belanghebbende ontving in 2009 een herroepelijke schenking van €22.760 van haar vader, waarvoor destijds een beroep werd gedaan op de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling.
- 2In 2017 werd een nieuwe schenking van €100.000 verstrekt ten behoeve van de aankoop van een woning door belanghebbende.
- 3De vader herriep de schenking uit 2009, mede omdat hij ook zijn zoon een gelijk bedrag van €100.000 wenst te schenken.
- 4De Belastingdienst legde een aanslag schenkbelasting op naar een belaste verkrijging van €69.790 en handhaafde deze na bezwaar.
- 5De uitspraak is onvolledig; de eindbeslissing van het hof is niet kenbaar uit de beschikbare tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt de toepassing van de schenkingsvrijstellingen in de Successiewet 1956, in het bijzonder de samenloop tussen een herroepen eerdere schenking en een nieuwe (verhoogde) vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van een eigen woning. De eindbeslissing is onbekend op basis van de verstrekte tekst.
Praktische impact
Voor belanghebbende staat vast of zij een bedrag van €69.790 als belaste verkrijging dient aan te merken en of schenkbelasting verschuldigd is; de praktische uitkomst voor de belastingplichtige kan niet worden vastgesteld zonder de volledige uitspraak.
Onderwerp-impact
De zaak illustreert de complexiteit rondom herroepelijke schenkingen en de toepassing van de verhoogde vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van een eigen woning, een thema dat voor veel ouders en kinderen bij vermogensoverdracht relevant is.
Samenvatting
Deze zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een aanslag schenkbelasting voor het jaar 2017. Belanghebbende ontving op 1 april 2009 een herroepelijke schenking van €22.760 van haar vader, waarbij destijds gebruik werd gemaakt van de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen. In 2017 schonk de vader opnieuw een bedrag van €100.000 aan zijn dochter, ditmaal in verband met de aankoop van een woning. De vader verklaarde de eerdere schenking uit 2009 te hebben herroepen, mede met het oog op gelijke behandeling van zijn kinderen: hij was voornemens ook zijn zoon eenzelfde bedrag van €100.000 te schenken. De Belastingdienst legde naar aanleiding van de schenking in 2017 een aanslag schenkbelasting op naar een belaste verkrijging van €69.790. Na handhaving van de aanslag in bezwaar verklaarde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Ter zitting op 19 maart 2026 werd onder meer een schriftelijke verklaring van de vader overgelegd. De juridische kern van het geschil betreft de vraag of de aanslag tot het juiste bedrag is opgelegd, waarbij de herroeping van de eerdere schenking en de toepasselijkheid van de verhoogde vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van een eigen woning centraal staan. Op basis van de beschikbare tekst is de eindbeslissing van het hof niet kenbaar; de analyse is derhalve gebaseerd op onvolledige informatie en de uiteindelijke uitkomst van het hoger beroep kan niet worden vastgesteld.