Fiscale eenheid BTW aangenomen bij niet-verwaarloosbare economische betrekkingen
ECLI:NL:GHSHE:2025:3540, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-12-2025, 24/361
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 7, lid 4, Wet OB. Belanghebbende vormt samen met een andere vennootschap een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. De vennootschappen zijn in financieel en organisatorisch opzicht nauw verweven en sprake is van niet verwaarloosbare economische betrekkingen.
Kern van de zaak
Een vennootschap (belanghebbende) verhuurt een pand en inventaris aan een gelieerde vennootschap (C BV) tegen vergoeding. De inspecteur stelt dat beide vennootschappen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. Belanghebbende bestrijdt dit standpunt.
Beslissing van de rechter
Het hof oordeelt dat de twee vennootschappen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen en bevestigt de beschikking fiscale eenheid. Doorslaggevend is dat de vennootschappen financieel en organisatorisch nauw verweven zijn én dat de huurrelatie (circa € 35.000 omzet) niet-verwaarloosbare economische betrekkingen oplevert, ook al worden de activiteiten niet in hoofdzaak ten behoeve van de andere vennootschap uitgeoefend.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past bestaande Hoge Raad-jurisprudentie toe op een concrete situatie en verduidelijkt de drempel voor economische verwevenheid, maar stelt geen nieuwe rechtsregels. De impact blijft beperkt tot belastingplichtigen in vergelijkbare concernstructuren met onderlinge verhuurrelaties.
Belangrijkste punten
- 1Financiële, organisatorische en economische verwevenheid moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld (art. 7 lid 4 Wet OB).
- 2Niet-verwaarloosbare economische betrekkingen volstaan als aanvullend criterium wanneer financiële en organisatorische verwevenheid reeds vaststaat (HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:837).
- 3De verhuur van pand en inventaris voor circa € 35.000 per jaar kwalificeert als niet-verwaarloosbare economische betrekkingen.
- 4Het is niet vereist dat de activiteiten in hoofdzaak ten behoeve van de andere vennootschap worden uitgeoefend.
- 5Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het HR-arrest van 11 oktober 2013 dat economische verwevenheid ook aanwezig kan zijn bij niet-verwaarloosbare economische betrekkingen, zonder dat de activiteiten overwegend voor de andere vennootschap hoeven te worden verricht. Dit biedt belastingplichtigen en de fiscus een concreet aanknopingspunt bij de beoordeling van fiscale eenheid BTW.
Praktische impact
Vennootschappen die financieel en organisatorisch verbonden zijn én onderlinge huur- of dienstverleningsrelaties hebben van enige omvang, lopen een reëel risico als fiscale eenheid voor de BTW te worden aangemerkt, met gevolgen voor hun BTW-positie en -verplichtingen.
Onderwerp-impact
Voor vastgoedbeherende en exploiterende vennootschappen binnen concernstructuren is relevant dat verhuuractiviteiten aan gelieerde partijen kunnen bijdragen aan het aannemen van een fiscale eenheid BTW, ongeacht of dit de hoofdactiviteit vormt.
Samenvatting
In deze zaak stond de vraag centraal of twee vennootschappen – een verhurende vennootschap (belanghebbende) en een gelieerde exploiterende vennootschap (C BV) – tezamen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Belanghebbende verhuurde een pand en inventaris aan C BV tegen een vergoeding van circa € 35.000 per jaar. De inspecteur had een beschikking fiscale eenheid afgegeven, waartegen belanghebbende bezwaar en beroep instelde. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigt de beschikking en oordeelt dat de twee vennootschappen inderdaad een fiscale eenheid voor de BTW vormen. Het hof baseert zich daarbij op de vaste maatstaf dat financiële, organisatorische en economische verwevenheid in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. In lijn met het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:837) stelt het hof vast dat wanneer twee ondernemers reeds financieel en organisatorisch nauw verweven zijn, economische verwevenheid ook kan worden aangenomen op grond van niet-verwaarloosbare economische betrekkingen tussen hen. Daarvoor is niet vereist dat de activiteiten van de ene vennootschap in hoofdzaak ten behoeve van de andere worden uitgeoefend. In het concrete geval acht het hof aannemelijk dat de huuromzet van circa € 35.000 niet-verwaarloosbaar is, ook al maakt die wellicht geen hoofdmoot uit van de totale omzet van belanghebbende. Nu de financiële en organisatorische verwevenheid tussen de twee vennootschappen eveneens vast staat, zijn alle vereiste banden aanwezig voor het aannemen van een fiscale eenheid BTW. De beschikking fiscale eenheid wordt dan ook in stand gelaten. Beide partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.