Hoger beroep niet-ontvankelijk: bekendmaking via Zivver geldig
ECLI:NL:GHDHA:2026:2793, Gerechtshof Den Haag, 04-08-2026, BK-25/50
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 2:14 Awb. Bekendmaking uitspraak op bezwaar. De Rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard, nu de uitspraak op bezwaar op de juiste wijze is bekendgemaakt en belanghebbende vervolgens niet binnen de wettelijke termijn beroep heeft ingesteld.
Kern van de zaak
Belanghebbende betwist de bekendmaking van een uitspraak op bezwaar via Zivver (versleuteld e-mailsysteem). Hij stelt dat hij geen toestemming had gegeven voor dit kanaal en dat het beroep daarom ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard door de Rechtbank. De zaak betreft een belastinggeschil waarbij de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar elektronisch verzond.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd. Het Hof oordeelt dat de bestaande werkafspraak om uitspraken op bezwaar naar het e-mailadres van de gemachtigde te verzenden impliceert dat belanghebbende expliciet toestemming heeft gegeven voor elektronische communicatie, zodat de bekendmaking via Zivver rechtmatig was en het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een feitelijk geschil over bekendmaking in een individuele belastingzaak en heeft beperkte precedentwerking. De toegepaste rechtsregel is niet nieuw, maar de toepassing op Zivver geeft enige verduidelijking voor de dagelijkse praktijk.
Belangrijkste punten
- 1Een werkafspraak om uitspraken op bezwaar per e-mail te verzenden geldt als expliciete toestemming voor elektronische bereikbaarheid in de zin van artikel 2:14 lid 1 Awb.
- 2Het gebruik van een versleuteld berichtensysteem (Zivver) via het overeengekomen e-mailadres valt binnen de reikwijdte van die toestemming.
- 3Belanghebbende heeft in hoger beroep geen nieuwe feiten of argumenten aangedragen die de beslissing van de Rechtbank in een ander licht plaatsen.
- 4Het Hof past de herkansingsfunctie van het hoger beroep toe, maar concludeert dat de uitspraak van de Rechtbank op goede gronden berust.
- 5De bekendmakingsdatum is bepalend voor de aanvang van de beroepstermijn; nu de e-mail op 24 december 2022 is verzonden, is het beroep te laat ingesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat een werkafspraak over elektronische verzending van besluiten afdoende is als toestemmingsverlening voor elektronische bekendmaking ex artikel 2:14 Awb, ook bij gebruik van versleutelde systemen zoals Zivver. Dit beperkt de ruimte om elektronische bekendmaking achteraf te betwisten op grond van ontbrekende expliciete kanaalkeuze.
Praktische impact
Gemachtigden en belastingplichtigen die werkafspraken maken over elektronische correspondentie met de heffingsambtenaar dienen er rekening mee te houden dat daarmee in beginsel toestemming wordt gegeven voor alle vormen van elektronische berichtgeving via het opgegeven adres, inclusief beveiligde platformen zoals Zivver.
Onderwerp-impact
Voor de overheid als bestuursorgaan bevestigt deze uitspraak dat elektronische bekendmaking via beveiligde berichtenservices rechtmatig is indien partijen een werkafspraak hebben over e-mailcommunicatie, wat de digitalisering van de belastingpraktijk ondersteunt.
Samenvatting
In deze belastingzaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de vraag centraal of de uitspraak op bezwaar op rechtsgeldige wijze is bekendgemaakt via het versleutelde berichtensysteem Zivver. Belanghebbende had via zijn gemachtigde een werkafspraak gemaakt met de heffingsambtenaar om correspondentie per e-mail te ontvangen. De uitspraak op bezwaar werd op 24 december 2022 naar het e-mailadres van de gemachtigde gestuurd. Belanghebbende stelde dat hij geen toestemming had gegeven voor het gebruik van Zivver specifiek en dat de bekendmaking daardoor niet rechtsgeldig was, zodat de beroepstermijn pas later was aangevangen en zijn beroep tijdig zou zijn. De Rechtbank had het beroep echter niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Centraal in de redenering staat artikel 2:14 lid 1 Awb, dat vereist dat een bestuursorgaan langs elektronische weg communiceert indien de geadresseerde daarvoor toestemming heeft gegeven. Het Hof oordeelt dat de werkafspraak om uitspraken op bezwaar naar het e-mailadres van de gemachtigde te verzenden, neerkomt op een expliciete toestemmingsverlening voor elektronische bereikbaarheid. Dat daarbinnen gebruik wordt gemaakt van een beveiligd systeem als Zivver, doet daar niet aan af: de communicatie verliep immers via het overeengekomen e-mailadres. Belanghebbende heeft in hoger beroep geen nieuwe feiten of juridische argumenten aangevoerd die de beslissing van de Rechtbank kunnen aantasten. Het Hof past de herkansingsfunctie van het hoger beroep toe, maar vindt daarin geen aanleiding om anders te oordelen. De uitkomst is dat het hoger beroep ongegrond is en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand blijft. De uitspraak heeft praktische betekenis voor de belastingpraktijk, omdat zij duidelijk maakt dat werkafspraken over e-mailcommunicatie ruim worden uitgelegd en dat een beroep op ontbrekende expliciete kanaalkeuze weinig kans van slagen heeft.