WOZ-waarde woning verlaagd naar €407.000 na akkoord partijen
ECLI:NL:GHDHA:2026:2394, Gerechtshof Den Haag, 08-07-2026, BK-25/128
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afdeling 7.2 Awb. Art. 2, lid 1, onderdeel a Bpb. Onderdeel A5, onder 2, van de Bijlage bij het Bpb. Proceskostenvergoeding. Vertrouwensbeginsel. Een ‘schriftelijke hoorzitting’ is niet op één lijn te stellen met een hoorzitting. De gemachtigde van belanghebbende kon aan de werkafspraak met de Heffingsambtenaar het gerechtvaardigde vertrouwen ontlenen dat bij gegrondverklaring van het beroep voor de ‘schriftelijke hoorzitting’ een procespunt zal worden toegekend.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) betwistte de WOZ-waarde van zijn woning en de bijbehorende aanslag onroerende-zaakbelastingen. Na een gegronde uitspraak in eerste aanleg (waarde verlaagd naar €415.000) ging hij in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag. Daarnaast voerde hij een geschilpunt over de kostenvergoeding voor een schriftelijke hoorzitting in de bezwaarfase.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt de overeengekomen verlaging van de WOZ-waarde naar €407.000 en gelast dienovereenkomstige vermindering van de aanslag. Over de vergoeding voor de schriftelijke hoorzitting in de bezwaarfase wordt afzonderlijk beslist op basis van artikel 7:2 Awb en de gestelde afspraak tussen partijen.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke, individuele WOZ-zaak die wordt afgedaan op grond van een partijafspraak; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de precedentwerking is beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de WOZ-waarde wordt verlaagd van €415.000 (rechtbank) naar €407.000 (hof).
- 2De heffingsambtenaar vergoedt het griffierecht en de proceskosten van het hoger beroep, met wegingsfactor 1 en toepassing van artikel 30a Wet WOZ.
- 3Belanghebbende stelt dat de rechtbank ten onrechte geen kostenvergoeding heeft toegekend voor de schriftelijke hoorzitting in bezwaar.
- 4Artikel 7:2 lid 1 Awb verplicht het bestuursorgaan belanghebbenden te horen voordat op bezwaar wordt beslist, met het oog op zorgvuldige heroverweging.
- 5De vraag of de rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden door de afspraak over de hoorzitting zelfstandig te toetsen, is een expliciet geschilpunt in hoger beroep.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert dat partijen in WOZ-procedures ook in hoger beroep gezamenlijk de waarde kunnen overeenkomen, waarbij het hof dit akkoord overneemt. De discussie over de kostenveroordeling voor schriftelijke hoorzittingen in bezwaar raakt aan de uitleg van artikel 7:2 Awb en de bindende kracht van procesafspraken.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige leidt het akkoord tot een verdere waardevermindering en daarmee lagere OZB-aanslag, plus vergoeding van proceskosten en griffierecht. De vergoeding voor de schriftelijke hoorzitting blijft vooralsnog onzeker.
Onderwerp-impact
In WOZ-geschillen over woningwaardering biedt deze uitspraak een voorbeeld van minnelijke schikking in de hogerberoepsfase, waarbij de rechter het akkoord van partijen bevestigt en zelf geen eigenstandige waardebeoordeling uitvoert.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag stond de WOZ-waarde van een woning centraal. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op een bedrag dat door de belanghebbende werd betwist. De rechtbank had in eerste aanleg al een verlaging toegewezen tot €415.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar werd tevens veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht. In hoger beroep bereikten partijen ter zitting alsnog overeenstemming: de WOZ-waarde wordt verder verlaagd tot €407.000, de aanslag wordt dienovereenkomstig aangepast, en de heffingsambtenaar vergoedt het griffierecht en de proceskosten voor de hogerberoepsprocedure met toepassing van artikel 30a Wet WOZ en een wegingsfactor van 1. Het hof sluit zich bij dit gezamenlijke standpunt aan en beslist dienovereenkomstig, zonder een eigenstandige waardebeoordeling te maken. Darnaast speelt een tweede geschilpunt: de belanghebbende stelt dat de rechtbank ten onrechte geen kostenvergoeding heeft toegekend voor een schriftelijke hoorzitting in de bezwaarfase. Zijn voormalige gemachtigde en de heffingsambtenaar zouden hebben afgesproken dat de schriftelijke hoorzitting gelijkgesteld wordt aan een reguliere hoorzitting, en dat bij een gegrond bezwaar de kosten vergoed worden. Bovendien betoogt de belanghebbende dat de rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden door deze afspraak zelfstandig te beoordelen, nu dit geen kwestie van openbare orde betreft. Het hof weegt daarbij de strekking van artikel 7:2 lid 1 Awb, dat het bestuursorgaan verplicht belanghebbenden te horen alvorens op bezwaar te beslissen, met het oog op een zorgvuldige heroverweging en informatieverzameling. De definitieve beslissing op dit onderdeel is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar het geschilpunt is expliciet aanhangig in hoger beroep. De zaak heeft beperkte precedentwerking en is sterk feitelijk van aard.