Hof bevestigt BPM-naheffing wegens ondeugdelijk taxatierapport auto
ECLI:NL:GHDHA:2026:2333, Gerechtshof Den Haag, 16-07-2026, BK-25/600 en BK-25/601
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 9 en 10 Wet Bpm. Naheffing bpm voor twee voertuigen. Land Rover Discovery. Taxatierapport niet geaccepteerd nu niet aannemelijk is dat dit rapport de staat van de auto weergeeft ten tijde van het belastbare feit. Aftrek wegens schade en schadeverleden niet aannemelijk gemaakt. Volkswagen Sharan. De aangedragen koerslijst is niet bruikbaar omdat er wezenlijke verschillen zijn tussen de ingevoerde auto en de referentieauto. Belanghebbende slaagt er niet in een lagere handelsinkoopwaarde of schade aannemelijk te maken. Hof kent alsnog de door de Rechtbank abusievelijk niet toegekende vergoeding van griffierechten voor beroep toe.
Kern van de zaak
Een importeur deed aangifte BPM voor twee auto's (waaronder een Land Rover Discovery) op basis van een taxatierapport dat schade vermeldde. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen op omdat de opgegeven waarde te laag zou zijn. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen het oordeel dat het taxatierapport niet bruikbaar was.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van belanghebbende ten aanzien van auto 1 wordt door het Gerechtshof Den Haag afgewezen; het taxatierapport wordt niet aanvaard als bewijs van de staat van de auto op het belastbare feit. Doorslaggevend is dat de RDW bij keuring geen WOK-status heeft toegekend en geen schadefoto's heeft gemaakt, terwijl achteraf een reparatiefactuur van vóór de keuring opdook, en de auto niet aan DRZ is getoond voor contra-expertise.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bestaande BPM-bewijsregels in een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is sterk casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten vergelijkbare importeurszaken.
Belangrijkste punten
- 1Het taxatierapport van belanghebbende wordt verworpen omdat het niet de werkelijke staat van de auto ten tijde van het belastbare feit weergeeft.
- 2Het ontbreken van een WOK-status bij de RDW-keuring en het uitblijven van schadefoto's ondermijnen de stelling dat schade aanwezig was op het keuringsmoment.
- 3Een reparatiefactuur van 21 juli 2021 suggereert dat herstel plaatsvond ná de RDW-keuring van 2 april 2021, wat de beweerdelijke schade op het belastbare feit ongeloofwaardig maakt.
- 4Het niet tonen van de auto aan DRZ komt voor rekening en risico van belanghebbende; de bewijslast ligt bij hem.
- 5De rechtbank had de naheffingsaanslag voor auto 1 reeds verminderd tot € 11.702; het hof bevestigt dit oordeel (hoger beroep gericht op verdere verlaging faalt).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een taxatierapport in BPM-procedures alleen bruikbaar is als het aantoonbaar de staat van het voertuig op het belastbare feit weergeeft, waarbij het RDW-keuringsverslag als objectief tegenbewijs geldt. Bewijsrisico's bij het niet tonen van de auto aan controlediensten komen volledig voor rekening van de belastingplichtige.
Praktische impact
Importeurs van gebruikte auto's moeten er rekening mee houden dat schade in een taxatierapport consistent moet zijn met het RDW-voertuigbeeld; ontbreekt een WOK-status, dan is schadeonderbouwing voor de BPM-aangifte nagenoeg onmogelijk te bewijzen.
Onderwerp-impact
Voor de autohandel en BPM-praktijk onderstreept deze uitspraak het belang van tijdige documentatie van schade vóór de RDW-keuring en het faciliteren van DRZ-inspectie om belastinggrondslag-discussies te voorkomen.
Samenvatting
In deze BPM-procedure stond de vraag centraal of een taxatierapport van een importeur kon dienen als onderbouwing van de waarde van een gebruikte Land Rover Discovery (auto 1) voor de berekening van de belasting van personenauto's en motorrijwielen. De importeur had bij aangifte een lagere waarde opgegeven op basis van aanwezige schade, gedocumenteerd in een taxatierapport. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen op en betwistte de bruikbaarheid van het rapport. De rechtbank had het beroep ten aanzien van auto 1 gegrond verklaard en de naheffing verminderd tot € 11.702, maar het taxatierapport alsnog verworpen als grondslag voor een verdere verlaging. In hoger beroep handhaafde het Gerechtshof Den Haag dit oordeel. Het hof stelde vast dat de door belanghebbende betaalde aankoopprijs, gecombineerd met reparatiefacturen die dateren van vóór de aangifte, niet aannemelijk maakten dat het taxatierapport de werkelijke staat van de auto op het belastbare feit weergaf. Cruciaal was het gegeven dat de RDW bij de keuring op 2 april 2021 géén WOK-status (wachten op keuring) had toegekend en geen schadefoto's had gemaakt. Indien de in het taxatierapport vermelde schade daadwerkelijk aanwezig was geweest, had de RDW dit volgens vaste praktijk moeten vastleggen. Een reparatiefactuur van 21 juli 2021 wekte juist de indruk dat herstel plaatsvond ná de keuring. De stelling van belanghebbende dat de RDW destijds soepeler keurde, werd door het hof als niet aannemelijk terzijde gesteld. Doordat de auto bovendien niet aan de DRZ werd getoond voor contra-expertise, kon de gestelde staat van de auto niet worden vastgesteld, en kwamen de bewijsrisico's volledig voor rekening van de importeur. Het hoger beroep werd daarmee afgewezen.