JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2320Laag28/100

Afvalstoffenheffing gebaseerd op ontgrendelingen, niet op werkelijk gebruik

ECLI:NL:GHDHA:2026:2320, Gerechtshof Den Haag, 04-08-2026, BK-25/771

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 4 augustus 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/771
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Handhaving
Milieu
Gemeentelijke Belasting
Tarieventabel
Afvalstoffenheffing
Inzamelcontainer
Nul Gebruik

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 15.33 Wet milieubeheer. Afvalstoffenheffing. Aanvang gebruik perceel in de loop van het kalenderjaar. Variabel deel gebaseerd op forfaitair aantal ledigingen ondergrondse afvalcontainer. Belanghebbende maakt met pen bezwaar op aanslagbiljet dat hij zonder frankering retour afzender stuurt. Heffingsambtenaar gaat niettemin uit van ontvankelijk bezwaar. Beroep op schending zorgvuldigheidsbeginsel verworpen

Kern van de zaak

Een belastingplichtige betwist een aanslag afvalstoffenheffing omdat hij de inzamelcontainer nooit heeft gebruikt (nul ontgrendelingen). Hij stelt dat de aanslag op zijn werkelijke gebruik gebaseerd moet worden en vordert vernietiging ervan.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; de aanslag afvalstoffenheffing blijft in stand. De doorslaggevende reden is dat de Verordening en Tarieventabel de heffing koppelen aan het ontgrendelen van de inzamelcontainer als belastbaar feit, en dat de belastingplicht reeds bestaat op grond van de wettelijke inzamelplicht, ongeacht of de container feitelijk is gebruikt.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over afvalstoffenheffing en bevat geen nieuwe rechtsvragen; de impact beperkt zich tot individuele belastingplichtigen in vergelijkbare feitelijke situaties binnen één gemeente.

Belangrijkste punten

  • 1Afvalstoffenheffing is verschuldigd zodra een perceel onder de wettelijke inzamelplicht valt (art. 10.21-10.22 Wet milieubeheer), ongeacht feitelijk gebruik.
  • 2De Tarieventabel koppelt het tarief aan het aantal ontgrendelingen, maar dat laat de grondslag van belastingplicht onverlet.
  • 3Nul ontgrendelingen leidt niet automatisch tot vernietiging van de aanslag, nu de heffingsgrondslag breder is dan uitsluitend het werkelijke gebruik.
  • 4Een pleitnota die op zitting is voorgedragen en overgelegd behoort tot de gedingstukken; er bestaat geen verplichting deze aan het proces-verbaal te hechten.
  • 5De Rechtbank had de pleitnota reeds meegestuurd naar het Hof, zodat het Hof haar volledig bij de beoordeling heeft betrokken.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat afvalstoffenheffing op grond van de Wet milieubeheer een objectieve belastingplicht kent die niet wordt opgeheven door feitelijk niet-gebruik van de inzamelinfrastructuur. Dit beperkt de ruimte voor belastingplichtigen om met een beroep op de 'menselijke maat' of nul-gebruik de aanslag te bestrijden.

Praktische impact

Bewoners die de ondergrondse inzamelcontainer nooit gebruiken (bijvoorbeeld omdat zij elders afval aanbieden of het perceel nauwelijks bewonen) blijven toch afvalstoffenheffing verschuldigd zolang de inzamelplicht op het perceel rust.

Onderwerp-impact

Voor gemeenten en heffingsambtenaren biedt de uitspraak steun voor het handhaven van op container-ontgrendeling gebaseerde tariefstelsels zonder dat individueel nul-gebruik een grond vormt voor vernietiging van de aanslag.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag betwist een inwoner een aanslag afvalstoffenheffing die hem door de gemeente is opgelegd. De kern van het geschil is de vraag of de aanslag moet worden vernietigd omdat hij de ondergrondse inzamelcontainer in het betreffende jaar feitelijk nul keer heeft gebruikt. Belanghebbende betoogt dat de heffing dient aan te sluiten bij het werkelijke aantal ontgrendelingen van de container met zijn afvalpas, en dat een aanslag bij nul ontgrendelingen niet in stand kan blijven. Tevens klaagt hij erover dat de Rechtbank zijn pleitnota niet als gedingstuk zou hebben aangemerkt en deze niet aan het proces-verbaal heeft gehecht. Het Hof verwerpt beide klachten. Ten aanzien van de pleitnota stelt het Hof vast dat het proces-verbaal vermeldt dat de pleitnota is voorgedragen en overgelegd, waarmee zij automatisch tot de gedingstukken behoort. Een verplichting tot aanhechting aan het proces-verbaal bestaat niet, en het Hof heeft de pleitnota volledig bij zijn oordeel betrokken. Over de aanslag oordeelt het Hof dat de afvalstoffenheffing zijn grondslag vindt in de gebruikerspositie ten aanzien van een perceel waarop een wettelijke inzamelplicht rust op grond van de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer. Aan die voorwaarde is voldaan: belanghebbende is gebruiker van het perceel en dus belastingplichtig. De Verordening en de Tarieventabel koppelen weliswaar het tarief aan het aantal ontgrendelingen, maar dit mechanisme veronderstelt niet dat bij nul ontgrendelingen de belastingplicht of de aanslag vervalt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde, wordt bevestigd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied