JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2315Laag28/100

BIV-uitkering militair terecht belast als publiekrechtelijke periodieke uitkering

ECLI:NL:GHDHA:2026:2315, Gerechtshof Den Haag, 04-08-2026, BK-25/758 en BK-25/759

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 4 augustus 2026Publicatie: 15 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BK-25/758 en BK-25/759
Belastingrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Inkomstenbelasting
Biv Uitkering
Militair Pensioen
Periodieke Uitkering
Invaliditeitspensioen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 3.1, lid 2, onderdeel d, Wet IB 2001. Artikel 3.100 Wet IB 2001. Art. 3.101, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet IB 2001. Belanghebbende ontvangt maandelijks een militair invaliditeitspensioen (MIP) en een bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) wegens een ongeval in militaire dienst. De BIV is een periodieke uitkering die is aangewezen op grond van een publiekrechtelijke regeling en behoort daarom tot het belastbaar inkomen uit werk en woning. Beroep op gelijkheidsbeginsel verworpen.

Kern van de zaak

Een gewezen dienstplichtig militair ontvangt een BIV-uitkering (bijzondere invaliditeitsverhoging) op grond van militaire pensioenregelingen. Hij bestrijdt de belastbaarheid ervan en stelt dat de ingehouden loonheffing onterecht is, omdat de uitkering geen loon is. De zaak betreft de vraag hoe de BIV-uitkering fiscaal moet worden gekwalificeerd.

Beslissing van de rechter

Het gerechtshof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank: de BIV-uitkering is een publiekrechtelijke periodieke uitkering die belastbaar is in de inkomstenbelasting. De doorslaggevende reden is dat de uitkering is gebaseerd op publiekrechtelijke regelgeving (Kaderwet militaire pensioenen en bijbehorende besluiten), in maandelijkse termijnen wordt uitgekeerd en vervalt bij overlijden, zodat het totale beloop onzeker is.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een bevestiging van bestaande fiscale kwalificatieregels voor publiekrechtelijke periodieke uitkeringen en heeft geen precedentwerking buiten de specifieke groep van (gewezen) militairen met een BIV-uitkering.

Belangrijkste punten

  • 1De BIV-uitkering is geen loon maar een publiekrechtelijke periodieke uitkering, belastbaar in box 1 van de inkomstenbelasting.
  • 2Het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekkingsgrondslag sluit belastbaarheid niet uit; de publiekrechtelijke grondslag volstaat.
  • 3De ingehouden loonheffing is slechts een voorheffing die wordt verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting, niet een zelfstandige onrechtmatige heffing.
  • 4De vraag of sprake was van een verplichte militaire dienstbetrekking is niet relevant, nu niet in geschil is dat de uitkering geen loon is.
  • 5De onzekerheid over het totale beloop (uitkering vervalt bij overlijden) bevestigt het periodieke karakter van de uitkering.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat periodieke uitkeringen op grond van publiekrechtelijke militaire pensioenregelingen als belastbare periodieke uitkeringen worden aangemerkt, ook indien zij geen loon vormen. Dit verduidelijkt de fiscale kwalificatie van BIV- en vergelijkbare militaire uitkeringen.

Praktische impact

Gewezen militairen met een BIV-uitkering kunnen niet met succes betogen dat de uitkering onbelast is vanwege het ontbreken van een loonrelatie; zij zijn inkomstenbelasting verschuldigd over de volledige uitkering.

Onderwerp-impact

Voor (gewezen) militairen en hun adviseurs onderstreept deze uitspraak dat invaliditeitsuitkeringen gebaseerd op militaire pensioenregelgeving structureel als belastbaar inkomen worden behandeld, ongeacht de aard van de oorspronkelijke dienstverplichting.

Samenvatting

In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Den Haag staat de fiscale kwalificatie centraal van een BIV-uitkering (bijzondere invaliditeitsverhoging) die een gewezen dienstplichtig militair ontvangt op grond van de Kaderwet militaire pensioenen en aanverwante besluiten. De belanghebbende ontving deze uitkering vanwege een invaliditeit met dienstverband en stelde zich op het standpunt dat de ingehouden loonheffing ten onrechte had plaatsgevonden, onder meer omdat de uitkering geen loon zou zijn. Tevens betoogde hij dat onvoldoende was onderzocht of überhaupt sprake was van een dienstbetrekking, gelet op zijn verplichte militaire dienst. De rechtbank, wiens oordeel door het hof wordt gevolgd, stelde vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de BIV-uitkering geen loon vormt. De vraag is echter of de uitkering daarmee onbelast is. De rechtbank en het hof beantwoorden die vraag ontkennend. De BIV-uitkering wordt toegekend op grond van publiekrechtelijke regelgeving — niet op basis van een privaatrechtelijke arbeidsverhouding — en wordt maandelijks uitgekeerd. Bovendien vervalt het recht op uitkering bij overlijden van de gerechtigde, waardoor het totale beloop onzeker is. Deze kenmerken leiden tot de kwalificatie als publiekrechtelijke periodieke uitkering, die belastbaar is in box 1 van de inkomstenbelasting. Het argument over de loonheffing treft geen doel: die heffing is slechts een voorheffing die wordt verrekend met de uiteindelijk verschuldigde inkomstenbelasting. De vraag of sprake was van een echte dienstbetrekking — gelet op de verplichte militaire dienst — is in dit verband niet relevant, nu de inspecteur het ontbreken van loon niet betwist. De uitspraak bevestigt daarmee de bestaande fiscale behandeling van militaire invaliditeitsuitkeringen en biedt geen ruimte voor een onbelaste kwalificatie op grond van het publiekrechtelijke karakter of het ontbreken van een vrijwillige dienstbetrekking.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied