Hoger beroep BPM-zaak over NEDC1-uitstoot afgewezen
ECLI:NL:GHDHA:2026:2020, Gerechtshof Den Haag, 02-06-2026, BK-25/546
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Naheffingsaanslag bpm. Bijlage II, deel B, behorend bij Richtlijn 2007/46/EG, Art. 2, lid 2, Bpb. Soortgelijkheid referentievoertuigen. Voertuigen op essentiële onderdelen niet identiek. CO2-uitstoot. Belanghebbende maakt lagere handelsinkoopwaarde aannemelijk. Matiging proceskostenvergoeding.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) betwist de hoogte van de opgelegde BPM-aanslag en bepleit toepassing van een lagere CO2-uitstootwaarde (122 g/km, NEDC1-methode) op basis van vergelijking met referentievoertuigen. De inspecteur en de rechtbank wezen dit standpunt af, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Den Haag.
Beslissing van de rechter
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond; de uitspraak in hoger beroep bevestigt – op basis van de beschikbare tekst – de conclusie van de inspecteur dat geen sprake is van voldoende gelijksoortigheid met de referentievoertuigen. De doorslaggevende reden is dat de auto en de referentievoertuigen een afwijkend EG-typegoedkeuringsnummer hebben, waardoor technische identiteit op de essentiële punten van Richtlijn 2007/46/EG niet is aangetoond.
Impactscore
MiddelDe zaak past in een reeks BPM-procedures die voortvloeien uit de HR-prejudiciële beslissing van april 2024 en heeft relevantie voor een brede groep importeurs, maar betreft een toepassing van bestaande rechtspraak op een specifieke feitelijke situatie zonder fundamentele nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Belanghebbende beroept zich op de prejudiciële beslissing HR 26 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:653) om een lagere NEDC1-uitstootwaarde van 122 g/km te claimen voor de BPM-berekening.
- 2De inspecteur stelt dat gelijksoortigheid vereist dat referentievoertuigen technisch identiek zijn én dezelfde EG-typegoedkeuring (inclusief volgnummer) hebben als de betreffende auto.
- 3Belanghebbende voert aan dat het verschillend volgnummer van de EG-typegoedkeuring (04 versus 03) niet bepalend is voor gelijksoortigheid en verwijst naar Rb. Noord-Nederland 22 mei 2025.
- 4De datum van eerste toelating (22 juni 2028) valt buiten de periode waarop de prejudiciële beslissing ziet, wat de toepassing ervan bemoeilijkt.
- 5De rechtbank kende wel een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn (totaal € 3.000), verdeeld over inspecteur en de Staat.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de reikwijdte van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad inzake NEDC1-gelijksoortigheid bij BPM-heffing, met name de vraag of een afwijkend EG-typegoedkeuringsnummer gelijksoortigheid uitsluit. De uitkomst bevestigt een strikte uitleg van het begrip 'technische identiteit' in de zin van Richtlijn 2007/46/EG.
Praktische impact
Importeurs en particulieren die geïmporteerde gebruikte voertuigen ter registratie aanbieden, kunnen niet volstaan met een vergelijking op openbaar verifieerbare technische kenmerken als het EG-typegoedkeuringsnummer verschilt; zij dragen het risico van een hogere BPM-aanslag.
Onderwerp-impact
Voor de fiscale praktijk rond BPM en voertuigimport beperkt deze uitspraak de mogelijkheden om via referentievoertuigen met een ander typegoedkeuringsnummer een lagere CO2-grondslag te bepleiten, ook wanneer de feitelijke uitstootwaarden vergelijkbaar zijn.
Samenvatting
In deze BPM-zaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de vraag centraal of een belastingplichtige bij de berekening van de verschuldigde BPM voor een geïmporteerd voertuig recht heeft op toepassing van een lagere CO2-uitstootwaarde (122 g/km, NEDC1-methode), ontleend aan referentievoertuigen waarmee zijn auto op essentiële technische punten vergelijkbaar zou zijn. Belanghebbende beroept zich daartoe op de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 26 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:653) en op artikel 110 VWEU, dat discriminerende binnenlandse belastingheffing op ingevoerde goederen verbiedt. Hij betoogt dat het feit dat zijn auto een ander volgnummer van de EG-typegoedkeuring heeft dan de referentievoertuigen (04 respectievelijk 03), niet aan gelijksoortigheid in de weg staat, en verwijst daarvoor naar een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 22 mei 2025. De inspecteur hanteert een strengere maatstaf: gelijksoortigheid vereist technische identiteit op de in bijlage II, deel B van Richtlijn 2007/46/EG genoemde essentiële punten én hetzelfde EG-typegoedkeuringsnummer. De rechtbank wees het beroep ongegrond en het hof bevestigt – op basis van de beschikbare tekst – dit oordeel. Complicerende factor is dat de datum van eerste toelating van de auto (22 juni 2028) buiten de tijdsperiode valt waarop de prejudiciële beslissing betrekking heeft, hetgeen de toepasselijkheid van die beslissing verder onder druk zet. Opvallend is dat de rechtbank wél een immateriële schadevergoeding toekende van in totaal € 3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De uitspraak bevestigt een restrictieve uitleg van het gelijksoortigheidscriterium en begrenst daarmee de mogelijkheden voor importeurs om via vergelijkbare referentievoertuigen een gunstigere BPM-grondslag te claimen.