JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:932Laag22/100

Kinderen krijgen dubbele geslachtsnaam na vaderschap posthume vaststelling

ECLI:NL:GHAMS:2026:932, Gerechtshof Amsterdam, 07-04-2026, 200.359.806/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 7 april 2026Publicatie: 7 april 2026
Zaaknummer:200.359.806/01
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Geslachtsnaam
Naamskeuze
Posthume Vaststelling Ouderschap
Artikel 1 5 Bw
Bijzondere Curator

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Geslachtsnaamkeuze, vader overleden. Artt. 1:5 lid 2 jo. 1:5 lid 9 BW.

Kern van de zaak

Een moeder verzocht het hof de geslachtsnaam van haar twee kinderen te wijzigen nadat het ouderschap van de inmiddels overleden vader onherroepelijk was vastgesteld. De rechtbank had de naam van de vader als enige geslachtsnaam vastgesteld, maar de moeder wilde een combinatie van beide namen. De zaak draait om naamskeuze ex artikel 1:5 BW bij posthume erkenning.

Beslissing van de rechter

Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland en stelt vast dat de kinderen de geslachtsnaam '[naam 3] [naam 2]' (dubbele geslachtsnaam zonder koppelteken) zullen dragen. Doorslaggevend is dat de moeder als enig overlevende ouder op grond van artikel 1:5 lid 9 BW de naamskeuze mag afleggen, waarbij een koppelteken wettelijk niet is voorzien.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische beslissing in een personen- en familierechtzaak zonder bredere precedentwerking; de toegepaste wetsartikelen zijn gevestigd recht en de uitspraak heeft slechts directe betekenis voor de betrokken kinderen en hun moeder.

Belangrijkste punten

  • 1Posthume vaststelling ouderschap: vader was al overleden, onherroepelijke beschikking van 1 augustus 2025
  • 2Artikel 1:5 lid 9 BW geeft de overlevende ouder het recht eenzijdig een naamskeuze te maken
  • 3Dubbele geslachtsnaam zonder koppelteken: de wet voorziet niet in een tussenstreepje tussen twee gecombineerde geslachtsnamen
  • 4Griffier draagt zorg voor doorzending aan burgerlijke stand na minimaal drie maanden en bij uitblijven van cassatie (art. 1:20e lid 1 BW)
  • 5Bijzondere curator wordt ontslagen, behoudens het geval dat cassatie wordt ingesteld

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat bij posthume vaststelling van ouderschap de overlevende ouder op grond van artikel 1:5 lid 9 BW de naamskeuze eenzijdig bepaalt, en dat een koppelteken in een dubbele geslachtsnaam geen wettelijke grondslag heeft. Dit bevestigt de strikte lezing van de naamsregelgeving in het BW.

Praktische impact

De twee kinderen worden officieel ingeschreven met de dubbele geslachtsnaam, waardoor zowel de band met de moeder als de verbondenheid met de overleden vader in de naam tot uitdrukking komt. De wijziging wordt doorgevoerd in de registers van de burgerlijke stand te [plaats B] na het onherroepelijk worden van de beschikking.

Onderwerp-impact

In familiezaken waarbij een ouder overlijdt vóór of kort na erkenning of gerechtelijke vaststelling van ouderschap, biedt deze uitspraak duidelijkheid over de bevoegdheid van de overlevende ouder bij naamskeuze en de formele vereisten voor een gecombineerde geslachtsnaam.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een moeder het Gerechtshof Amsterdam om de geslachtsnaam van haar twee kinderen te wijzigen naar een combinatie van haar eigen naam en die van de inmiddels overleden vader. De rechtbank Noord-Holland had eerder, onder de voorwaarde dat de vaststelling van het ouderschap onherroepelijk zou worden, bepaald dat de kinderen uitsluitend de geslachtsnaam van de vader zouden dragen. De moeder kon zich hierin niet vinden en stelde hoger beroep in, met als primair verzoek een dubbele naam met koppelteken. Het hof stelt vast dat de beschikking tot vaststelling van het ouderschap inmiddels onherroepelijk is geworden en dat de vader is overleden. Op grond van artikel 1:5 lid 9 BW is de moeder als enig overlevende ouder bevoegd om eenzijdig een verklaring omtrent de naamskeuze af te leggen. Het hof interpreteert het verzoek van de moeder zo dat zij bedoelt dat de kinderen de naam '[naam 3] [naam 2]' zullen dragen; een koppelteken tussen twee gecombineerde geslachtsnamen is immers niet voorzien in de Nederlandse wet. Het hof vernietigt de bestreden beschikking en stelt de dubbele geslachtsnaam vast. De griffier wordt opgedragen om, op grond van artikel 1:20e lid 1 BW, niet eerder dan drie maanden na de uitspraakdatum en bij het uitblijven van cassatie, een afschrift te sturen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De bijzondere curator wordt ontslagen van haar taak, tenzij cassatie wordt ingesteld. De zaak illustreert hoe de wettelijke naamsregelgeving strikt wordt toegepast: de rechter corrigeert het verzoek (koppelteken naar spatie) maar honoreert de kern ervan. De uitkomst biedt de kinderen een naam die hun band met beide ouders weerspiegelt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1301Laag
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1301, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/02837

Hoge Raad17 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1300Hoog
Ondernemingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/03929

Hoge Raad17 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1281Middel
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1281, Hoge Raad, 17-07-2026, 26/00083

Hoge Raad17 jul 2026OverheidDienstverlening
55/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1197Hoog
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1197, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/03432

Hoge Raad17 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
72/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied