Pensioenverevening na echtscheiding: afstorting door BV bevolen
ECLI:NL:GHAMS:2026:449, Gerechtshof Amsterdam, 17-02-2026, 200.176.227/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eindarrest na twee deskundigenberichten. Man heeft in eigen beheer pensioenaanspraken opgebouwd. Hij wordt veroordeeld tot afstorting koopsom om oudersdoms- en weduwenpensioen voor vrouw te garanderen. Ook dient nog een verrekening van de waarde van een pand plaats te vinden.
Kern van de zaak
Na echtscheiding vordert de vrouw afstorting van haar pensioenrechten (€ 314.824,-) bij een verzekeringsmaatschappij. De man heeft via zijn BV pensioen opgebouwd, maar de vrouw betwijfelt of haar rechten in de BV veilig zijn, mede door onttrekkingen en financiële misstanden binnen de onderneming.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam wijst – na langlopende procedure met meerdere tussenarresten en deskundigenonderzoek – arrest in de pensioenverevening. Doorslaggevend is het deskundigenrapport waaruit blijkt dat de financiële positie van de BV ernstig is aangetast door onttrekkingen en fiscale overtredingen, waardoor de pensioenrechten van de vrouw onvoldoende gewaarborgd zijn.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past in de bestaande lijn rond pensioenverevening en afstorting bij BV-pensioen, maar betreft een feitelijk oordeel in een individuele zaak zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels. De relevantie voor praktijkjuristen in familierecht en ondernemingsrecht is aanwezig maar beperkt tot vergelijkbare gevallen.
Belangrijkste punten
- 1Het hof heeft deskundige Hoiting benoemd om te beoordelen of de BV het bedrag van € 314.824,- kan afstorten zonder haar continuïteit in gevaar te brengen.
- 2De deskundige stelt vast dat de rente over een interne lening niet wordt voldaan, de pensioenvoorziening onjuist is berekend en de belastingdienst fiscale overtredingen heeft geconstateerd.
- 3De man heeft zonder instemming van de vrouw € 750.000,- onttrokken en buiten Europa geïnvesteerd, wat de financiële positie van de BV verzwakt.
- 4Het hof sluit aan bij de eerder in de procedure ingenomen stellingen, nu partijen – hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld – geen nadere standpunten of vorderingen hebben ingediend over gewijzigde omstandigheden.
- 5Beide partijen hebben inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wat de urgentie van een definitieve regeling vergroot maar ook vragen oproept over de uitvoerbaarheid van de offerte.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een BV-pensioen bij echtscheiding moet worden afgestort ten behoeve van de ex-partner indien de continuïteit en betrouwbaarheid van de BV als pensioenuitvoerder onvoldoende gewaarborgd zijn. Financiële wanprestaties en fiscale overtredingen binnen de BV kunnen een afstortingsverplichting rechtvaardigen.
Praktische impact
De vrouw heeft na een langdurige procedure eindelijk zekerheid over haar pensioenrechten. Voor de man en zijn BV betekent dit een concrete financiële verplichting tot afstorting, ondanks de verzwakte vermogenspositie van de onderneming.
Onderwerp-impact
Deze uitspraak is relevant voor pensioenverevening bij echtscheiding waarbij pensioen in eigen beheer via een BV is opgebouwd: de rechter zal de financiële gezondheid van de BV kritisch beoordelen en afstorting opleggen bij risico's voor de gerechtigde.
Samenvatting
In deze langlopende echtscheidingsprocedure moest het Gerechtshof Amsterdam een eindoordeel vellen over de pensioenverevening tussen partijen. De vrouw maakte aanspraak op afstorting van haar pensioenaandeel ter waarde van € 314.824,- bij een externe verzekeringsmaatschappij, terwijl het pensioen was ondergebracht in de BV van de man. Na meerdere tussenarresten werd deskundige Hoiting benoemd om te beoordelen of de BV dit bedrag kon afstorten zonder haar continuïteit in gevaar te brengen, en wat de gevolgen zouden zijn indien de eerdere onttrekking van € 750.000,- en de verlaging van het inkomen van de man buiten beschouwing werden gelaten. Het deskundigenrapport onthulde een zorgwekkend beeld: rente over een interne lening wordt niet voldaan, de gehele hoofdsom is op grond van de leningsovereenkomst opeisbaar, de pensioenvoorziening is onjuist berekend en de belastingdienst heeft fiscale overtredingen in de loonbelasting vastgesteld. Bovendien had de man buiten medeweten van de vrouw grote bedragen buiten Europa geïnvesteerd. Al deze omstandigheden tonen aan dat de pensioenrechten van de vrouw onvoldoende gewaarborgd zijn binnen de BV. Het hof overweegt dat de procedure door omstandigheden zeer lang heeft geduurd en dat beide partijen inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Dit roept vragen op over de uitvoerbaarheid van de oorspronkelijke offerte. Nu partijen echter – hoewel daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld – geen nadere standpunten of gewijzigde vorderingen hebben ingenomen, sluit het hof aan bij de eerder ingenomen stellingen. De gerechtvaardigde belangen van de vrouw, die geen invloed heeft gehad op de financiële beslissingen van de man, prevaleren. Het hof beveelt afstorting, waarmee de jarenlange onzekerheid over de pensioenrechten van de vrouw wordt beslecht.