JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2803Laag18/100

Hof herbeoordeelt kinderbijdrage na onvoldoende inkomensinformatie ouders

ECLI:NL:GHAMS:2026:2803, Gerechtshof Amsterdam, 29-09-2026, 200.362.955/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 29 september 2026Publicatie: 30 september 2026
Zaaknummer:200.362.955/01
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
Hoger Beroep
Kinderbijdrage
Alimentatie
Behoeftebepaling
Schattenderwijs

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

wijziging kinderbijdrage. Vaststelling behoefte aan de hand van hoger inkomen van een van de ouders na het jaar van uiteengaan. Handelen in strijd met artikel 21 Rv komt voor rekening en risico van de vader. Het hof acht het onder deze omstandigheden redelijk om de draagkracht van de vader gelijk te stellen aan de draagkracht van de moeder.

Kern van de zaak

Een vader gaat in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland over de door hem te betalen kinderbijdrage. De rechtbank had de bijdrage vastgesteld per 1 april 2025, maar de vader is het hier niet mee eens. Beide ouders hebben het hof onvoldoende inzicht gegeven in hun inkomensposities over de periode 2015 tot heden.

Beslissing van de rechter

Het hof gaat over tot herbeoordeling van de kinderbijdrage per april 2025, waarbij het de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders opnieuw vaststelt. Omdat partijen onvoldoende financiële informatie hebben aangeleverd, is het hof genoodzaakt de behoefte en draagkracht deels schattenderwijs vast te stellen.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een toepassing van gevestigde alimentatierechtspraak in een individuele familiezaak zonder precedentwerking; de uitkomst is sterk feitelijk bepaald en de tekst van de uitspraak is bovendien onvolledig overgeleverd.

Belangrijkste punten

  • 1Ingangsdatum 1 april 2025 is niet in geschil en wordt overgenomen door het hof
  • 2De behoefte van het kind is nooit eerder vastgesteld, ook niet ten tijde van het uiteengaan van ouders in november 2015
  • 3Uitgangspunt voor behoeftebepaling is het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van samenleven in 2015
  • 4Indien een ouder na scheiding een hoger inkomen heeft dan het voormalig gezinsinkomen, wordt de behoefte op dat hogere inkomen gebaseerd
  • 5Het hof werkt deels schattenderwijs vanwege de gebrekkige procesvoering en informatieverstrekking door partijen

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak rondom behoeftebepaling bij minderjarigen op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen en verduidelijkt dat een rechter schattenderwijs mag vaststellen wanneer partijen onvoldoende financiële gegevens overleggen. Dit is een toepassing van bestaande normen, zonder fundamentele nieuwe rechtsregel.

Praktische impact

Voor de vader betekent de herbeoordeling mogelijk een aanpassing van de te betalen kinderbijdrage, terwijl de schorsing van de oorspronkelijke beschikking tijdens de procedure hem tijdelijk financieel heeft ontlast. De moeder en het kind zijn afhankelijk van de uitkomst van de schatting door het hof.

Onderwerp-impact

In zaken waarbij ouders na scheiding jarenlang geen formele behoeftebepaling hebben laten vaststellen, toont deze uitspraak dat rechters ook bij gebrekkige informatieverstrekking toch tot een vaststelling zullen komen, wat druk legt op partijen om transparant te zijn over hun financiën.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam gaat een vader in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 12 december 2025, waarin de door hem te betalen kinderbijdrage was vastgesteld per 1 april 2025. De ouders zijn in november 2015 uit elkaar gegaan, maar hebben nooit formeel de behoefte van hun kind laten vaststellen. In de procedure in hoger beroep heeft het hof op 9 juni 2026 het verzoek van de vader om schorsing van de werking van de bestreden beschikking toegewezen. In de onderhavige bodembeschikking van 29 september 2026 gaat het hof over tot een volledige herbeoordeling van de kinderbijdrage. Centraal juridisch vraagstuk is de vaststelling van de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders per april 2025. Het hof stelt vast dat beide partijen het hof op een onvoldoende inzichtelijke wijze hebben geïnformeerd over hun inkomensposities in de periode 2015 tot heden. Dit dwingt het hof ertoe deels schattenderwijs tot een vaststelling te komen, hetgeen in de alimentatierechtspraak een erkende methode is bij gebrekkige informatieverstrekking. Voor de behoeftebepaling sluit het hof aan bij de vaste norm: het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het samenleven in 2015 vormt het uitgangspunt. Indien het inkomen van een van de ouders na de scheiding hoger is dan dit voormalige gezinsinkomen, wordt de behoefte op dat hogere inkomen gebaseerd. De ingangsdatum van 1 april 2025 is door partijen niet betwist en wordt overgenomen. De uitspraak is een feitelijke toepassing van bestaande alimentatienormen en heeft beperkte precedentwerking buiten deze individuele zaak. Opmerking: de aangeleverde tekst is onvolledig, waardoor niet alle details van de uiteindelijke beslissing kunnen worden vastgesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:HR:2026:1584

Hoge Raad verwerpt zowel principaal als incidenteel cassatieberoep

5/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Bestuursprocesrecht
Burgerlijk procesrecht
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1588

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk via art. 80a RO

8/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Burgerlijk procesrecht
Strafprocesrecht
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1590

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk via art. 80a RO

5/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1583

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep eisers tegen VM

5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied