JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2797Laag18/100

Wrakingsverzoek raadsheren Hof Amsterdam afgewezen

ECLI:NL:GHAMS:2026:2797, Gerechtshof Amsterdam, 11-09-2026, 200.372.896/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 11 september 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.372.896/01
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Wraking
Onpartijdigheid
Rechtsmiddelen
Wrakingskamer
Verwijzing

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

kopje volgt

Kern van de zaak

Een procespartij verzocht wraking van de raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam omdat zij niet (tijdig) hadden beslist op zijn verzoek de hoofdzaak te verwijzen naar een ander hof. Verzoeker stelde dat dit nalaten bewijs was van vooringenomenheid jegens hem.

Beslissing van de rechter

Het wrakingsverzoek is afgewezen. De wrakingskamer oordeelt dat een rechterlijke (tussen)beslissing — of het uitblijven daarvan — geen grond kan vormen voor wraking, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is en objectief gezien geen vooringenomenheid blijkt uit de handelwijze van de raadsheren.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig binnen de bestaande en breed bekende jurisprudentie over wraking en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe; de relevantie is beperkt tot de individuele zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Wraking is alleen mogelijk bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid; het uitgangspunt is dat een rechter onpartijdig wordt vermoed te zijn.
  • 2Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een (tussen)beslissing — of het uitblijven daarvan — geen grond kan zijn voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel.
  • 3Klachten over de juistheid of motivering van rechterlijke beslissingen dienen in cassatie bij de Hoge Raad te worden ingediend, niet via een wrakingsprocedure.
  • 4Alleen wanneer uit de motivering van een beslissing objectief blijkt van vooringenomenheid kan dat tot wraking leiden; daarvan is in dit geval geen sprake.
  • 5De raadsheren hebben de wrakingskamer verzocht bij afwijzing te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling wordt genomen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte grenzen van het wrakingsinstrument: het niet of niet-tijdig beslissen op een procedureel verzoek levert geen grond voor wraking op en eventuele bezwaren daartegen horen thuis in het reguliere rechtsmiddelenstelsel.

Praktische impact

Voor verzoeker betekent dit dat de behandeling van de hoofdzaak door dezelfde raadsheren wordt voortgezet; zijn verzoek tot verwijzing naar een ander hof is langs de weg van wraking niet bereikbaar.

Onderwerp-impact

De uitspraak onderstreept dat wrakingsprocedures bij overheidsrechtspraak strikt worden getoetst en niet als alternatief rechtsmiddel tegen onwelgevallige procedurele beslissingen kunnen worden ingezet.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een procespartij de wraking van de raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam die zijn hoger beroepszaak behandelen. De aanleiding was het feit dat de raadsheren — naar zijn oordeel ten onrechte — niet voorafgaand aan of tijdens de zitting hadden beslist op zijn verzoek om de hoofdzaak te verwijzen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden of het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Verzoeker beschouwde dit nalaten als een aanwijzing voor vooringenomenheid jegens hem. De wrakingskamer toetst aan artikel 8:15 Awb: wraking is mogelijk indien feiten of omstandigheden bestaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het uitgangspunt is echter dat een rechter onpartijdig wordt vermoed te zijn; slechts uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor (de schijn van) partijdigheid opleveren, kunnen dit vermoeden doorbreken. De wrakingskamer wijst het verzoek af. Zij benadrukt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing — of het uitblijven daarvan — in beginsel geen grond voor wraking vormt. Wraking mag niet worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen onwelgevallige procedurele keuzes van de rechter. Bezwaren over de juistheid of motivering van beslissingen kunnen uitsluitend in cassatie aan de Hoge Raad worden voorgelegd. Alleen wanneer uit de motivering van een beslissing objectief vooringenomenheid blijkt — bijvoorbeeld door de gebruikte bewoordingen — kan dat tot wraking leiden. In dit geval ontbreekt zelfs een expliciete motivering van de raadsheren op het verwijzingsverzoek, maar ook dat levert op zichzelf geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid op. De raadsheren hebben de wrakingskamer in overweging gegeven om bij afwijzing te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek buiten behandeling wordt gelaten; de kamer heeft dit kennelijk meegewogen in haar overwegingen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 30 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5799

Buurman verliest hoger beroep over uitbouw woonzorgcentrum Doorn

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5808

Bestemmingsplan Den Ham deels vernietigd wegens gebrekkige geluidbeoordeling

38/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5803

Raad van State beoordeelt herstelbesluit bestemmingsplan Schiermonnikoog

22/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5779

Handhaving geluidsnormen motorcrossterrein onder oud recht voortgezet

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied