Kinderbijdrage verlaagd naar €25 per kind per maand
ECLI:NL:GHAMS:2026:2783, Gerechtshof Amsterdam, 29-09-2026, 200.366.463/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)kinderbijdrage. Gedeeltelijke vernietiging bestreden beschikking. Het hof ziet aanleiding om, gelet op de minimale financiële mogelijkheden van de man, de vernietiging van de beslissing van de rechtbank om de kinderbijdrage op nihil te stellen niet met volledige terugwerkende kracht te laten ingaan.
Kern van de zaak
Na scheiding verzoekt de man verlaging van de kinderbijdrage wegens gewijzigde financiële omstandigheden. De rechtbank stelde de bijdrage op nihil per 26 september 2025. De vrouw ging in hoger beroep en verzocht een minimumbijdrage van €25 per kind per maand vanaf 30 november 2025.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het verzoek van de vrouw gedeeltelijk toe: de ingangsdatum blijft 26 september 2025 (niet 30 november 2025), maar de kinderbijdrage wordt vastgesteld op €25 per kind per maand in plaats van nihil. Doorslaggevend is dat de man de vrouw op 26 september 2025 informeerde over zijn gewijzigde financiële situatie en sindsdien geen bijdrage meer betaalde, zodat zij rekening kon houden met een verlaging, terwijl de berekende draagkracht van de man nog juist ruimte laat voor een minimale bijdrage.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische alimentatiebeschikking in een individueel familiegeschil zonder precedentwerking; de toegepaste rechtsnormen zijn gangbaar en de financiële belangen zijn beperkt in omvang.
Belangrijkste punten
- 1Ingangsdatum wijziging kinderbijdrage bepaald op 26 september 2025, de datum waarop de man de vrouw informeerde over zijn financiële situatie.
- 2De vrouw bestreed de terugwerkende kracht niet bij de rechtbank, maar voerde dit argument pas in hoger beroep aan.
- 3De behoefte van de kinderen staat niet ter discussie: €245 per kind per maand in 2025 en €256 in 2026, gebaseerd op het ouderschapsplan.
- 4De draagkracht van de man is door het hof berekend op €25 per kind per maand, waarmee de bijdrage op nihil stellen door de rechtbank wordt gecorrigeerd.
- 5Het hof past vaste jurisprudentie toe dat voorzichtigheid geboden is bij verlaging van kinderbijdrage met terugwerkende kracht, maar acht deze hier gerechtvaardigd.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de ingangsdatum van een wijziging in kinderalimentatie kan worden gesteld op het moment van informatieverstrekking aan de andere ouder, ook als dit vóór de indiening van het verzoekschrift ligt, mits de ontvangende partij rekening kon houden met de verlaging. De beslissing illustreert de toepassing van de wettelijke maatstaven bij herbeoordeling van kinderalimentatie in hoger beroep.
Praktische impact
De vrouw ontvangt vanaf 26 september 2025 €25 per kind per maand in plaats van nihil, wat een beperkte maar niet verwaarloosbare financiële verbetering is ten opzichte van de beschikking van de rechtbank. De man blijft gehouden tot een minimale bijdrage ondanks zijn beperkte draagkracht.
Onderwerp-impact
Voor ouders in vergelijkbare alimentatiegeschillen benadrukt deze uitspraak het belang van tijdige en gedocumenteerde informatieverstrekking over gewijzigde financiële omstandigheden, aangezien dit de ingangsdatum van een verlaging kan bepalen.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam staat de kinderalimentatie centraal na het uiteengaan van partijen. De rechtbank Noord-Holland had bij beschikking van 9 maart 2026 de kinderbijdrage die de man diende te betalen op nihil gesteld per 26 september 2025, de datum waarop de man zijn ex-partner had geïnformeerd over zijn gewijzigde financiële situatie. De vrouw kon zich hiermee niet verenigen en ging in hoger beroep. Zij verzocht de bijdrage vast te stellen op minimaal €25 per kind per maand en bepleitte als ingangsdatum 30 november 2025, de datum van indiening van het verzoekschrift door de man. Het hof stelt vast dat de behoefte van de kinderen niet in geschil is: op basis van het door partijen ondertekende ouderschapsplan van 1 mei 2024 is de behoefte begroot op €230 per kind per maand in 2024, oplopend tot €245 (2025) en €256 (2026) na indexering. Het geschil spitst zich toe op de draagkracht van de man en de ingangsdatum van de wijziging. Ten aanzien van de ingangsdatum oordeelt het hof dat de vrouw niet heeft betwist dat zij op 26 september 2025 is geïnformeerd over de gewijzigde financiële situatie van de man, en dat hij sindsdien geen bijdrage meer betaalde. Zij had dus vanaf die datum rekening kunnen houden met een verlaging. De ingangsdatum van 26 september 2025 wordt dan ook gehandhaafd. Wat de draagkracht betreft, berekent het hof deze op €25 per kind per maand. Daarmee wordt de beslissing van de rechtbank gecorrigeerd: in plaats van nihil wordt de bijdrage vastgesteld op dit minimumbedrag, overeenkomstig het verzoek van de vrouw. Het hof voert een volledige herbeoordeling uit en concludeert dat de wettelijke maatstaven een bijdrage van nihil niet rechtvaardigen. De uitspraak is illustratief voor de zorgvuldige benadering die rechters hanteren bij wijziging van kinderalimentatie met terugwerkende kracht.