Klacht tegen notarissen niet-ontvankelijk wegens ontbrekend belang
ECLI:NL:GHAMS:2026:2645, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 200.363.016
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Klacht tegen drie (kandidaat-)notarissen. Wijziging testament en herroeping notariële volmacht door moeder klager. Communicatie met klager. Belanghebbende-begrip; art. 99 lid 1 Wna. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.
Kern van de zaak
Een mede-erfgenaam diende een klacht in tegen twee notarissen over een volmacht die betrekking had op de rechtspositie en het vermogen van zijn moeder. De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht niet-ontvankelijk omdat klager geen eigen belang had en niet bevoegd was namens zijn moeder op te treden.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep van klager, waarbij de klacht in eerste aanleg niet-ontvankelijk was verklaard wegens het ontbreken van belang ex artikel 99 lid 1 Wna. Het hof constateert dat een eventueel procedureel gebrek in eerste aanleg door de herbeoordeling in hoger beroep is hersteld; over de inhoudelijke beslissing is op basis van de beschikbare tekst geen eindoordeel zichtbaar.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande jurisprudentie toe over het belangvereiste in het notariële tuchtrecht en stelt geen nieuwe rechtsregels; de casuïstische aard en het feit dat de einduitspraak in hoger beroep niet volledig zichtbaar is, beperken de precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Klacht niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van eigen belang (art. 99 lid 1 Wna)
- 2Klager kon niet als vertegenwoordiger van moeder optreden: geen volmacht, moeder niet geïnformeerd en wilsbekwaam bevonden
- 3Zowel een arts als de kantonrechter (bevestigd door het hof) oordeelden dat moeder wilsbekwaam was
- 4Procedureel bezwaar over afwezigheid notaris in eerste aanleg gepasseerd: hoger beroep herstelt eventuele gebreken
- 5Klager stelde mede-erfgenaam te zijn, maar de kamer achtte dit onvoldoende voor een eigen belang bij de klacht
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het belangvereiste in het notariële tuchtrecht: een mede-erfgenaam heeft niet automatisch een eigen belang bij een klacht over een volmacht die zijn moeder betreft, zeker niet wanneer die moeder wilsbekwaam is en zelf had kunnen klagen.
Praktische impact
Familieleden die namens een wilsbekwame verwant willen klagen bij de kamer voor het notariaat dienen een geldige volmacht te overleggen en de betrokkene actief in de procedure te betrekken, anders riskeert de klacht niet-ontvankelijkverklaring.
Onderwerp-impact
Voor erfrecht- en notariaatspraktijk onderstreept dit de noodzaak van een aantoonbaar eigen belang of een expliciete volmacht bij klachtprocedures die vermogens- en nalatenschapskwesties betreffen.
Samenvatting
In deze zaak heeft een mede-erfgenaam (klager) een tuchtklacht ingediend tegen twee notarissen — een kandidaat-notaris en een notaris — in verband met een volmacht die rechtstreeks betrekking had op de rechtspositie, het vermogen en de nalatenschapsafwikkeling van zijn moeder. De kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag verklaarde de klacht bij beslissing van 10 december 2025 niet-ontvankelijk op grond van artikel 99 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna), omdat klager geen eigen belang bij de klacht had aangetoond en evenmin bevoegd was namens zijn moeder op te treden. De kamer motiveerde dit oordeel met een reeks vastgestelde feiten: klager had zijn moeder niet geïnformeerd over de klachtprocedure, had haar niet meegebracht naar de zitting, en had geen volmacht overgelegd op grond waarvan hij namens haar mocht klagen. Bovendien hadden zowel een arts in september 2024 als de kantonrechter in november 2024 — en een half jaar later ook het gerechtshof — geconcludeerd dat moeder voldoende wilsbekwaam was om zelf beslissingen te nemen en desgewenst zelf een klacht in te dienen. In hoger beroep heeft klager onder meer aangevoerd dat notaris [naam 2] niet aanwezig was bij de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg, hetgeen de zorgvuldigheid van de procedure zou hebben aangetast. Het Gerechtshof Amsterdam passeert dit procedurele bezwaar: nu het hoger beroep leidt tot een volledige herbehandeling van de klacht, is een eventueel gebrek in eerste aanleg daarmee hersteld. De centrale juridische vraag is of klager als mede-erfgenaam een voldoende eigen belang heeft als bedoeld in artikel 99 lid 1 Wna, dan wel bevoegd is namens zijn wilsbekwame moeder te klagen. Op basis van de beschikbare tekst is de einduitspraak van het hof over de inhoud niet volledig zichtbaar, maar de motivering van de niet-ontvankelijkheid in eerste aanleg wordt uitvoerig weergegeven en lijkt standhouden. De zaak illustreert dat het notariële tuchtrecht een concreet, eigen belang vereist en dat wilsbekwaamheid van de direct betrokkene een klacht door een familielid zonder volmacht blokkeert.