JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2631Laag32/100

Machtiging uithuisplaatsing vervallen wegens niet-tenuitvoerlegging

ECLI:NL:GHAMS:2026:2631, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.368.167/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 8 september 2026Publicatie: 15 september 2026
Zaaknummer:200.368.167/01
Bestuursrecht
Personen- en familierecht
Overheid
Zorg
Ondertoezichtstelling
Uithuisplaatsing
Jeugdbescherming
Gecertificeerde Instelling
Vervaltermijn

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Machtiging tot uithuisplaatsing is komen te vervallen omdat deze niet is geëffectueerd. Moeder rechtens relevant belang om in hoger beroep te laten beoordelen of de machtiging terecht is gegeven. Het hof is van oordeel dat de zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarigen ten tijde van de bestreden beschikking onverminderd aanwezig waren. Artikel: 798 lid 1 Rv, 1:265b lid 1 BW, 1:265c lid 2 en 3 BW, 8 EVRM.

Kern van de zaak

Een moeder vecht bij het Gerechtshof Amsterdam de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van haar kinderen aan. De gecertificeerde instelling (GI) kreeg de machtiging verlengd maar kon geen passende gezamenlijke plaatsing vinden voor de kinderen in een gezinshuis of pleeggezin. De moeder betwist de rechtmatigheid van de machtiging.

Beslissing van de rechter

Het hof constateert dat de machtiging tot uithuisplaatsing, verlengd per 3 februari 2026, van rechtswege is vervallen per 3 mei 2026 omdat deze niet binnen drie maanden ten uitvoer is gelegd (art. 1:265c lid 3 BW). Desondanks behoudt de moeder een rechtens relevant belang bij beoordeling van de rechtmatigheid van de machtiging, conform HR 18 maart 2022.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande wetgeving en Hoge Raad-jurisprudentie toe op een individuele zaak zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de impact is voornamelijk beperkt tot de betrokken gezinssituatie.

Belangrijkste punten

  • 1De machtiging tot uithuisplaatsing is nooit geëffectueerd omdat geen passende gezamenlijke plek voor beide kinderen werd gevonden.
  • 2Weekendverblijf bij de vader en incidenteel verblijf in een buurtgezin tellen niet als tenuitvoerlegging van de machtiging, mede omdat deze plaatsvinden met instemming van de moeder.
  • 3Op grond van artikel 1:265c lid 3 BW vervalt een machtiging tot uithuisplaatsing van rechtswege indien deze na drie maanden niet ten uitvoer is gelegd.
  • 4De moeder behoudt ondanks het verval van de machtiging een rechtens relevant belang bij beoordeling van de rechtmatigheid, conform HR ECLI:NL:HR:2022:395.
  • 5De vader van minderjarige 1 wordt aangemerkt als belanghebbende (art. 798 lid 1 Rv) omdat de machtiging mede zag op verblijf bij hem.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de vervaltermijn van artikel 1:265c lid 3 BW en sluit aan bij de lijn van de Hoge Raad (HR 18 maart 2022) dat ouders ook na verval van een machtiging een rechtens relevant belang bij toetsing van de rechtmatigheid behouden.

Praktische impact

Voor de betrokken kinderen en moeder betekent dit dat de uithuisplaatsing feitelijk geen doorgang heeft gevonden en de machtiging niet langer geldig is; een eventuele nieuwe plaatsing vereist een nieuwe rechterlijke toets.

Onderwerp-impact

In jeugdbeschermingszaken wordt verduidelijkt dat capaciteitsgebrek bij gecertificeerde instellingen (geen passende plaatsing beschikbaar) niet voorkomt dat een machtiging van rechtswege vervalt, wat druk legt op tijdige uitvoering van rechterlijke beslissingen.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat de verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen centraal. De gecertificeerde instelling (GI) had de kinderrechter verzocht de machtiging te verlengen, hetgeen per 3 februari 2026 was toegewezen. De moeder stelde hoger beroep in en betwistte de rechtmatigheid van deze verlenging. Het hof stelt vast dat de GI de machtiging nooit ten uitvoer heeft gelegd: er werd geen passende gezamenlijke plaatsing in een gezinshuis of pleeggezin gevonden voor beide kinderen. Dat de oudste minderjarige regelmatig in het weekend bij de vader verbleef en de jongste incidenteel in een buurtgezin, doet hieraan niet af. Deze verblijven vonden plaats met instemming van de moeder en werden door de GI zelf niet aangemerkt als uitvoering van de machtiging. Op grond van artikel 1:265c lid 3 BW vervalt een machtiging tot uithuisplaatsing van rechtswege indien zij na drie maanden niet ten uitvoer is gelegd. Het hof constateert daarom dat de machtiging per 3 mei 2026 is vervallen. Desondanks oordeelt het hof dat de moeder een rechtens relevant belang behoudt bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de machtiging. Dit volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad van 18 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:395), die erkent dat ouders recht hebben op toetsing van de rechtmatigheid ook nadat de machtiging is vervallen. Verder wordt de vader van de oudste minderjarige aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Rv, omdat de machtiging mede voorzag in verblijf bij hem. De zaak illustreert de spanning tussen rechterlijke machtigingen en de feitelijke uitvoerbaarheid daarvan bij capaciteitsgebrek in de jeugdzorg, en benadrukt dat verleende machtigingen tijdig geëffectueerd moeten worden om niet van rechtswege te vervallen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag·28 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
ECLI:NL:RBDHA:2026:28658

Beroep gezinshereniging Egyptenaar ongegrond wegens ontbrekende gezinsband

18/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1555

Hoge Raad: digitaal ingediend verzoek telt vanaf ontvangstmoment

62/100Bekijk
Hoge Raad·25 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1554

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Alphen aan den Rijn

8/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5644

Bestemmingsplan Gemert-Bakel deels vernietigd door parkeergebrek

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen