Wrakingsverzoek belastingzaak niet-ontvankelijk verklaard door hof
ECLI:NL:GHAMS:2026:2360, Gerechtshof Amsterdam, 03-08-2026, 25/80
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wrakingsverzoek voorafgaand aan zitting wordt niet aan wrakingskamer voorgelegd. Afspraken tussen gerechten en gemachtigde Bartels over toegang tot digitale rechtbankdossiers. WOZ 2023 niet-woning (sporthal). Gecorrigeerde vervangingswaarde. Heffingsambtenaar past geen KOUDVEL toe bij niet-woningen.
Kern van de zaak
Belanghebbende [X] heeft in een WOZ-belastingprocedure via zijn gemachtigde herhaaldelijk wrakingsverzoeken ingediend tegen de behandelende raadsheren. De wrakingsverzoeken waren gebaseerd op geweigerde digitale toegang tot rechtbankdossiers en een afgewezen uitstelverzoek. De zaak betreft ook een afgewezen verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard, nu de gronden daarvoor (geweigerde digitale toegang en een aanhoudingsbeslissing) geen objectieve vrees voor partijdigheid opleveren en een rechterlijke procesbeslissing geen grond voor wraking kan vormen. Het beroep in de WOZ-zaak is ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen omdat nog geen twee jaar waren verstreken since het bezwaarschrift.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt bestaande, vaste rechtspraak over wrakingsgrenzen en levert geen nieuwe rechtsnormen op. De zaak is feitelijk en procedureel van beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Herhaalde wrakingsverzoeken door dezelfde gemachtigde werden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van objectieve grond voor partijdigheid.
- 2Geweigerde digitale toegang tot rechtbankdossiers levert geen grond op voor wraking van raadsheren.
- 3Een rechterlijke (proces)beslissing, zoals een aanhoudingsbeslissing, kan geen grond voor wraking vormen vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
- 4Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en de wrakingskamer beoordeelt niet de juistheid van procesbeslissingen.
- 5Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn werd afgewezen omdat de tweejaarsgrens nog niet was bereikt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte grenzen van het wrakingsrecht: procesbeslissingen en praktische toegangsproblemen tot dossiers kwalificeren niet als wrakingsgrond. Dit past in een lijn van rechtspraak die misbruik van wraking als vertragingstactiek tegengaat.
Praktische impact
Voor de gemachtigde en belanghebbende betekent dit dat de WOZ-procedure inhoudelijk ongegrond is verklaard, zonder kostenveroordeling. Herhaald wrakingsgedrag door dezelfde gemachtigde kan toekomstige procedures bemoeilijken.
Onderwerp-impact
In WOZ- en belastingprocedures wordt duidelijk dat wrakingsverzoeken gebaseerd op toegangs- of procedurekwesties structureel niet slagen, wat de afhandeling van dergelijke zaken kan versnellen.
Samenvatting
In deze belastingprocedure voor het Gerechtshof Amsterdam staat centraal een WOZ-waardegeschil, waarbij de gemachtigde van belanghebbende [X] kort voor de zitting van 29 juli 2026 een wrakingsverzoek indiende tegen de behandelende raadsheren en de griffier. Dit verzoek had in essentie dezelfde inhoud als een eerder wrakingsverzoek dat door dezelfde gemachtigde was ingediend vóór de zitting van 22 juli 2026. Dat eerdere verzoek was op 24 juli 2026 door de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer had daarvoor twee dragende redenen gegeven. Ten eerste leverde de geweigerde digitale toegang tot rechtbankdossiers geen objectieve grond op voor de vrees dat de raadsheren partijdig zouden zijn. Ten tweede geldt dat een rechterlijke procesbeslissing — in dit geval de weigering van uitstel — ingevolge het gesloten stelsel van rechtsmiddelen geen grond voor wraking kan vormen. Wraking mag niet worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel om de juistheid van dergelijke beslissingen ter discussie te stellen. Het onderhavige wrakingsverzoek deelde dit lot: nu de inhoud in essentie gelijk was aan het eerder niet-ontvankelijk verklaarde verzoek, en de aangevoerde gronden niet voldeden aan de wettelijke vereisten voor wraking, werd ook dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard. In de hoofdzaak had de rechtbank het beroep tegen de WOZ-waarde ongegrond verklaard. Ook het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen: op de datum van de uitspraak (20 december 2024) waren nog geen twee jaar verstreken sinds het indienen van het bezwaarschrift op 2 maart 2023, zodat de drempelperiode voor schadevergoeding nog niet was overschreden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak illustreert de strikte handhaving van de grenzen van het wrakingsrecht in de belastingrechtspraak.