Verdachte veroordeeld voor hennepkwekerij met 260 planten
ECLI:NL:GHAMS:2026:1330, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 23-001007-23
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Kern van de zaak
Een verdachte werd vervolgd voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten (260 planten en 850 stekken) in Uithoorn op 22 januari 2019. De zaak kwam in hoger beroep nadat de politierechter in Amsterdam in maart 2023 vonnis had gewezen. De verdachte stelde zelf hoger beroep in.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan door de verdachte te veroordelen tot een taakstraf van 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis. De bewezenverklaring werd gebaseerd op de bekentenis van de verdachte en het wettig en overtuigend bewijs; de verdediging refereerde zich aan het oordeel van het hof.
Impactscore
LaagHet betreft een routinezaak over hennepbezit zonder bijzondere rechtsvragen of precedentwerking; de uitkomst is in lijn met bestaande praktijk en heeft enkel betekenis voor de direct betrokkene.
Belangrijkste punten
- 1Het vonnis van de politierechter werd vernietigd omdat slechts aantekening was gedaan ex artikel 378a Sv, waarna het hof opnieuw recht deed.
- 2Bewezen verklaard: opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep (260 planten), strafbaar onder artikel 11 lid 5 Opiumwet.
- 3De verdachte heeft het feit bekend; de verdediging refereerde zich aan het oordeel van het hof voor de bewezenverklaring.
- 4Opgelegde straf: taakstraf van 70 uren, bij niet-nakoming te vervangen door 35 dagen hechtenis.
- 5De tenlastelegging omvatte meerdere handelingen (telen, bewerken, verkopen, vervoeren, aanwezig hebben), maar bewezen is het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepasselijke strafmaatstaf bij grootschalige hennepteelt (>200 planten) onder artikel 11 lid 5 Opiumwet en illustreert de vernietigingsgrond bij vonnissen op aantekening ex artikel 378a Sv in hoger beroep. De zaak heeft geen precedentwerking buiten de directe casus.
Praktische impact
De verdachte ontvangt een taakstraf van 70 uren en ontloopt een gevangenisstraf, wat een relatief milde uitkomst is bij een grote hoeveelheid hennep. Bij het niet naar behoren verrichten van de taakstraf volgt vervangende hechtenis van 35 dagen.
Onderwerp-impact
De zaak betreft een klassieke Opiumwet-overtreding in de sfeer van hennepteelt; de uitkomst sluit aan bij de gangbare strafpraktijk voor first offenders of verdachten met een bekentenis bij vergelijkbare hoeveelheden.
Samenvatting
Op 12 mei 2026 deed het gerechtshof Amsterdam uitspraak in hoger beroep in een strafzaak tegen een verdachte die op 22 januari 2019 in Uithoorn opzettelijk een grote hoeveelheid hennep aanwezig had: 260 hennepplanten en 850 hennepstekken. Dit levert een overtreding op van artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, dat betrekking heeft op professionele of grootschalige hennepteelt. De verdachte had zelf hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 21 maart 2023. Het hof vernietigde dat vonnis, niet vanwege inhoudelijke bezwaren, maar omdat de politierechter slechts een aantekening had gedaan op grond van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Omdat in hoger beroep een volledig arrest vereist is, deed het hof de zaak opnieuw af. De juridische vraag was of de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard. Zowel de advocaat-generaal als de raadsman refereerden zich aan het oordeel van het hof; de verdachte had het feit bovendien bekend. Het hof achtte het bewijs geleverd en sprak een bewezenverklaring uit voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep. Voor zover de tenlastelegging ruimer was geformuleerd (telen, bewerken, verkopen, vervoeren), werd de verdachte van het meerdere vrijgesproken. Het hof veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 70 uren, met als vervangende straf 35 dagen hechtenis bij niet-nakoming. De straf is relatief mild, wat past bij een bekennende verdachte waarbij geen aanwijzingen zijn voor recidive of verzwarende omstandigheden. De zaak heeft geen bredere juridische precedentwerking en is illustratief voor de standaardbehandeling van Opiumwet-overtredingen in het strafrecht.