Hof bevestigt veroordeling onvergund personenvervoer Schiphol
ECLI:NL:GHAMS:2026:1324, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 23-001372-23
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 76, eerste lid, van de Wet personenvervoer.
Kern van de zaak
Een verdachte werd op 10 juli 2022 aangehouden op de Vertrekpassage van Schiphol nadat hij meerdere personen (circa zeven) had afgezet vanuit een witte Ford Transit met gele kentekenplaten. Het openbaar ministerie verwijt hem het zonder vergunning verrichten van betaald personenvervoer, een economisch delict. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt het vonnis van de economische politierechter in hoger beroep, met slechts een technische correctie (schrapping van een zinsgedeelte in de bewijsoverweging) en een aanvulling op de strafmotivering. Doorslaggevend is de combinatie van de politiebevindingen ter plaatse en de eigen verklaring van de verdachte dat hij mensen heeft geholpen door hen weg te brengen.
Impactscore
LaagHet betreft een bevestiging van een vonnis van de economische politierechter in een individuele strafzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft daardoor beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Verdachte aangehouden op Schiphol Vertrekpassage na het afzetten van circa zeven passagiers in een bestelbus met gele kentekenplaten
- 2Het hof bevestigt het vonnis in eerste aanleg en maakt slechts een beperkte tekstuele correctie in de bewijsoverweging
- 3De strafmotivering wordt door het hof aangevuld
- 4Verklaring van de verdachte zelf ('ik heb mensen geholpen door hen weg te brengen') draagt bij aan het bewijs
- 5De zaak betreft een economisch delict, vermoedelijk onvergund taxivervoer of personenvervoer tegen betaling
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat het zonder vergunning uitvoeren van betaald personenvervoer (economisch delict) strafrechtelijk handhaafbaar is en dat waarneming ter plaatse gecombineerd met een bekennende verklaring voldoende bewijs oplevert. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking, nu het een routinematige bevestiging van een eerder vonnis betreft.
Praktische impact
Voor de verdachte betekent de bevestiging van het vonnis dat hij geconfronteerd blijft met de opgelegde straf voor het onvergund verrichten van personenvervoer. Voor andere aanbieders van (informeel) taxivervoer rond Schiphol benadrukt dit de handhavingsrisico's bij het zonder vergunning vervoeren van passagiers.
Onderwerp-impact
In de transportsector, en met name rondom luchthavens waar informeel taxivervoer voorkomt, onderstreept deze zaak dat actieve politiecontrole en snelle aanhouding effectieve handhavingsinstrumenten zijn tegen onvergund personenvervoer.
Samenvatting
Op 10 juli 2022 werd de verdachte aangehouden op de Vertrekpassage van luchthaven Schiphol nadat een opsporingsambtenaar had waargenomen dat hij met een witte Ford Transit (gele kentekenplaten) circa zeven personen had afgezet. De verdachte verklaarde zelf dat hij mensen had geholpen door hen weg te brengen. Op basis hiervan werd hij vervolgd voor het zonder vergunning verrichten van betaald personenvervoer, een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten in samenhang met de relevante vervoerswetgeving. De economische politierechter van de rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachte op 20 april 2023. De verdachte stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof behandelde de zaak op 21 april en 12 mei 2026. Het hof bevestigt het vonnis van de eerste rechter. De enige inhoudelijke correctie betreft het schrappen van een zinsgedeelte ('...en dat in de telefoon van de verdachte veel WhatsApp-gesprekken met adressen staan...') uit de bewijsoverweging, vermoedelijk omdat dit onderdeel onvoldoende steun vindt in de bewijsmiddelen of anderszins niet bijdraagt aan het bewijs. Daarnaast werkt het hof de bewijsmiddelen nader uit en vult het de strafmotivering aan. De bewijsconstructie steunt op het aanhoudings-proces-verbaal, de getuigenverklaring en de eigen verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep. De rechtsvraag — of de verdachte zonder vergunning betaald personenvervoer heeft verricht — wordt bevestigend beantwoord. De uitspraak heeft een beperkt juridisch gewicht, nu het een standaardbevestiging betreft van een vonnis in een individuele strafzaak. Voor de handhavingspraktijk rondom onvergund taxivervoer op Schiphol illustreert de zaak wel de effectiviteit van gerichte politiecontroles.