JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1310Laag22/100

Hof Amsterdam beslist over co-ouderschap na verhuizing gescheiden ouders

ECLI:NL:GHAMS:2026:1310, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.359.916/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 12 mei 2026Publicatie: 12 mei 2026
Zaaknummer:200.359.916/01
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Aansprakelijkheid
Hoger Beroep
Zorgregeling
Co Ouderschap
Verhuizing Na Scheiding
Kinderbelang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bekrachtiging vervangende toestemming verhuizing. Wijziging zorgregeling.

Kern van de zaak

Twee ouders van in januari 2024 geboren kinderen gingen in juni 2024 uiteen na een gezamenlijk fertiliteitstraject. De moeder verhuisde met de kinderen naar een andere stad, de vader woont elders. Zij verschillen van mening over de zorgregeling en de vader wil meer dan een weekendregeling per veertien dagen.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 9 juli 2025, waarbij de rechtbank reeds een beslissing nam over de verhuizing en de zorgregeling. De vader wenst een co-ouderschapsregeling, terwijl de moeder instemt met de verhuisbeslissing maar een andere zorgverdeling en proceskostenveroordeling bepleit; de definitieve uitkomst van het hof is op basis van de beschikbare tekst slechts gedeeltelijk weergegeven.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke hoger-beroepsprocedure in een individuele familierechtelijke zaak zonder aanwijsbare richtinggevende rechtsvragen; de beschikbare tekst is bovendien onvolledig.

Belangrijkste punten

  • 1Kinderen geboren in januari 2024 uit fertiliteitstraject; ouders gingen in juni 2024 uiteen, moeder woont sindsdien in een andere stad
  • 2Vader wil co-ouderschap en is geen weekendvader, huidige regeling is gemiddeld één weekend per veertien dagen
  • 3Moeder heeft inmiddels stabiele situatie opgebouwd in [plaats B] met kinderopvang, netwerk en nieuwe partner in de buurt
  • 4Spanningen tussen ouders aanwezig, maar moeder heeft met hulp van psycholoog boosheid verwerkt; raad benadrukt belang van het inslikken van frustraties
  • 5Zowel vader (principaal) als moeder (incidenteel) zijn in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de afweging tussen het belang van co-ouderschap en de feitelijk ontstane woon- en leefsituatie van de verzorgende ouder na echtscheiding; de uitkomst is op basis van de beschikbare tekst onzeker.

Praktische impact

Voor de ouders betekent de procedure verdere onzekerheid over de definitieve zorgverdeling; de kinderen verblijven vooralsnog hoofdzakelijk bij de moeder met beperkte vaderomgang.

Onderwerp-impact

De zaak raakt aan de praktijk rondom verhuizing na scheiding en de (on)mogelijkheid van co-ouderschap bij geografische afstand tussen de ouders.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger-beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam over de zorgregeling en het gezag voor twee jonge kinderen, geboren in januari 2024 na een gezamenlijk fertiliteitstraject van de ouders. De ouders, die samenwoonden tot april 2023 en daarna in een andere stad gingen wonen vanwege de baan van de vader, gingen in juni 2024 uit elkaar. De moeder vertrok met de kinderen naar haar ouders en vestigde zich uiteindelijk in een passende huurwoning in een andere stad, waar zij kinderopvang, werk en sociaal netwerk heeft georganiseerd. De vader woont in een andere stad, dicht bij zijn familie en zijn huidige partner in Duitsland, en heeft bewust gekozen voor werk waarbij hij gezinsleven en werk kan combineren. Sinds de scheiding verblijven de kinderen gemiddeld één weekend per veertien dagen bij de vader; pogingen tot uitbreiding zijn mislukt en beide ouders wijzen de andere ouder als verantwoordelijke aan. De rechtbank Noord-Holland oordeelde op 9 juli 2025 over de verhuizing en de zorgregeling. De vader is op 6 oktober 2025 in hoger beroep gekomen en wenst een co-ouderschapsregeling. De moeder heeft in incidenteel hoger beroep een andere zorgregeling en een proceskostenveroordeling gevraagd, maar stemt in met de beslissing over de verhuizing. Het hof weegt de belangen van de kinderen af in het licht van de feitelijke situaties van beide ouders en de spanning die nog bestaat in de onderlinge verhouding. De raad voor de kinderbescherming benadrukt het belang dat ouders hun onderlinge frustraties inslikken in het bijzijn van de kinderen. De volledige beslissing van het hof is op basis van de beschikbare tekst slechts gedeeltelijk weergegeven, waardoor de definitieve uitkomst onzeker blijft.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 19 mei 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1241Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1241, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02614

Hoge Raad10 jul 2026Dienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1240Hoog
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1240, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01531

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedAansprakelijkheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1228Laag
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1228, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02413

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
4/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1249Laag
Burgerlijk procesrecht
Intellectueel-eigendomsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1249, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02035

Hoge Raad10 jul 2026MerkenrechtAuteursrecht
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied