GPK voor twee jaar beperkt: hoger beroep verzoekster afgewezen
ECLI:NL:CRVB:2026:999, Centrale Raad van Beroep, 30-07-2026, 26/764 BABW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier toegekend voor de duur van twee jaar. Appellante is gevallen en heeft letsel aan haar knie opgelopen. De geldigheidsduur van de GPK is terecht tot twee jaar beperkt omdat dan een eindsituatie in de belastbaarheid van de rechterknie aanwezig zal zijn.
Kern van de zaak
Verzoekster ontving een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor passagier met een geldigheidsduur van slechts twee jaar in plaats van de standaard vijf jaar. Zij was het hier niet mee eens en stelde dat de beperking onterecht was. Na ongegrondverklaring van haar bezwaar en beroep stapte zij naar de Centrale Raad van Beroep.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Doorslaggevend is het medisch advies van Trompetter & Partners, dat een geldigheidsduur van twee jaar rechtvaardigt omdat dan een eindsituatie in de belastbaarheid van de rechterknie verwacht wordt.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak over de geldigheidsduur van een GPK zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst bevestigt bestaande praktijk en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1GPK voor passagier toegekend voor twee jaar in plaats van de standaard vijf jaar op basis van medisch advies
- 2Medisch adviseur oordeelde dat verzoekster niet meer dan 100 meter aaneengesloten kan lopen en doorlopende begeleiding nodig heeft
- 3Beperkte geldigheidsduur gemotiveerd door verwachte eindsituatie in belastbaarheid rechterknie na twee jaar
- 4Zowel bezwaar, beroep bij rechtbank als hoger beroep/voorlopige voorziening bij CRvB zijn ongegrond/afgewezen
- 5College vergoedt griffierecht van € 147,- aan verzoekster in hoger beroep
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een beperkte geldigheidsduur van een GPK (korter dan de standaard vijf jaar) toelaatbaar is indien een medisch advies daarvoor een concrete, onderbouwde reden aangeeft, zoals een verwachte verandering in medische toestand.
Praktische impact
Verzoekster behoudt haar GPK voor passagier voor de duur van twee jaar en zal na afloop een nieuwe aanvraag moeten indienen; haar verzoek om de kaart langer geldig te laten verklaren is definitief afgewezen.
Onderwerp-impact
Voor gehandicapten die een GPK aanvragen, onderstreept deze uitspraak dat gemeenten op basis van medisch advies een kortere geldigheidsduur mogen opleggen wanneer een toestandsverandering medisch te verwachten is.
Samenvatting
Verzoekster diende in maart 2024 een aanvraag in voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier. Een medisch adviseur van Trompetter & Partners stelde vast dat zij niet in staat is meer dan 100 meter aaneengesloten te lopen en in alle omstandigheden aangewezen is op doorlopende begeleiding, waarmee zij voldoet aan de criteria voor een GPK voor passagier. De adviseur beval echter een geldigheidsduur van slechts twee jaar aan — in afwijking van de wettelijke standaardtermijn van vijf jaar — omdat binnen die periode een eindsituatie in de belastbaarheid van haar rechterknie te verwachten is. Het college volgde dit advies en kende de GPK toe voor twee jaar. Verzoekster maakte bezwaar, stelde daarna beroep in bij de rechtbank en ten slotte hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, telkens met het argument dat de beperking van de geldigheidsduur onterecht was. De centrale rechtsvraag was of het college de geldigheidsduur van de GPK op goede gronden mocht beperken tot twee jaar in plaats van de gebruikelijke vijf jaar. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het medisch advies biedt voldoende grondslag voor de afwijking van de standaardtermijn: de wet laat een kortere duur toe indien redelijke grond bestaat voor de verwachting dat de medische toestand binnen die termijn zal wijzigen. Nu dat advies deugdelijk gemotiveerd was en verzoekster geen tegenbewijs heeft aangedragen dat dit advies ondermijnt, heeft het college rechtmatig gehandeld. Het college wordt wel verplicht het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 147,- aan verzoekster te vergoeden.