CRvB vernietigt uitspraak: NOW-terugvordering dagopvang terecht
ECLI:NL:CRVB:2026:974, Centrale Raad van Beroep, 15-07-2026, 25/1280 NOW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Definitieve vaststelling loonkostensubsidie op grond van de NOW-2 en NOW-3. Het subsidiebedrag dat aan appellant is toegekend wordt verlaagd omdat de loonsom in de subsidieperiodes is gedaald ten opzichte van de referentiemaanden voor de NOW-2 en NOW-3 van respectievelijk maart 2020 en juni 2020. De Raad is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de gevolgen van terugvordering van het onverschuldigd betaalde voorschot niet onevenredig is. De financiële noodsituatie van betrokkene is onvoldoende feitelijk onderbouwd waardoor de mate kan onevenredigheid niet kan worden vastgesteld.
Kern van de zaak
Een aanbieder van dagbesteding voor mensen met een beperking en ouderen ontving een NOW-2 en NOW-3 voorschot op basis van verwacht omzetverlies van 57%. Bij definitieve vaststelling bleek het werkelijke omzetverlies slechts 25%, waarna de minister € 49.675,- terugvorderde. Betrokkene bestreed dit besluit.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep verklaart de beroepen van betrokkene tegen beide beslissingen op bezwaar ongegrond. De aangevallen uitspraak (waarbij de rechtbank kennelijk de beroepen gegrond had verklaard) wordt vernietigd, omdat de lagere subsidievaststelling als gevolg van gedaald omzetverlies en loonsomdaling rechtmatig is en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie van de CRvB over NOW-subsidies en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe, maar heeft praktische relevantie voor de zorgsector vanwege de hoge financiële belangen en het grote aantal vergelijkbare NOW-geschillen.
Belangrijkste punten
- 1Betrokkene ontving NOW-2 voorschot van € 56.828,- op basis van verwacht omzetverlies van 57%; werkelijk omzetverlies bleek 25%.
- 2Definitieve subsidie vastgesteld op € 7.153,-; terugvordering van € 49.675,- werd opgelegd.
- 3Loonsomdaling ten opzichte van referentiemaand maart 2020 leidt tot lagere subsidievaststelling, ongeacht de reden van die daling.
- 4De CRvB oordeelt dat de lagere vaststelling niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
- 5De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de lagere rechter en verklaart de beroepen alsnog ongegrond.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn in NOW-rechtspraak dat loonsomdaling automatisch doorwerkt in de definitieve subsidievaststelling, ongeacht de oorzaak, en dat dit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Hiermee sluit de CRvB aan bij eerdere uitspraken (o.a. ECLI:NL:CRVB:2023:649 en ECLI:NL:CRVB:2024:2402).
Praktische impact
Zorg- en welzijnsorganisaties die NOW-subsidie ontvingen kunnen geen succesvol beroep doen op het evenredigheidsbeginsel om terugvordering wegens loonsomdaling te voorkomen. Terugvorderingen van aanzienlijke bedragen blijven in stand, ook voor organisaties in de zorgsector.
Onderwerp-impact
Voor aanbieders van dagbesteding en zorgorganisaties bevestigt deze uitspraak dat een verwacht omzetverlies dat niet overeenkomt met de werkelijkheid, gecombineerd met loonsomdaling, leidt tot substantiële terugvorderingen zonder dat een evenredigheidsverweer slaagt.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreft een geschil over de definitieve vaststelling van NOW-2 en NOW-3 subsidies aan een aanbieder van dagbesteding voor volwassenen met een beperking en voor thuiswonende ouderen. De organisatie had bij haar aanvragen een verwacht omzetverlies van 57% opgegeven, op basis waarvan zij een voorschot van € 56.828,- ontving. Bij de definitieve vaststelling bleek het werkelijke omzetverlies slechts 25% te bedragen. De minister stelde de definitieve subsidie vast op € 7.153,- en vorderde het verschil van € 49.675,- terug. Daarbij speelde ook een loonsomdaling in de subsidieperiode ten opzichte van de referentiemaand maart 2020 een rol bij de lagere vaststelling. Betrokkene maakte bezwaar en beroep, met het argument dat de lagere vaststelling vanwege de loonsomdaling in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank had de beroepen kennelijk gegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt die uitspraak. De CRvB oordeelt dat de minister de definitieve subsidie terecht lager heeft vastgesteld en de terugvordering terecht heeft opgelegd. De reden voor een loonsomdaling is onder de NOW-systematiek niet relevant: een daling van de loonsom ten opzichte van de referentiemaand werkt automatisch door in de hoogte van de definitieve subsidie. De CRvB bevestigt daarmee zijn vaste lijn dat dit mechanisme niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, onder verwijzing naar eerdere uitspraken uit 2022, 2023 en 2024. De beroepen van betrokkene worden alsnog ongegrond verklaard. De uitspraak heeft praktische betekenis voor zorginstellingen met vergelijkbare NOW-geschillen, maar voegt inhoudelijk geen nieuwe rechtsnormen toe aan de bestaande NOW-jurisprudentie.